Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Sneak Preview: Zwaartekracht van Eva Monté

door Hebban Crew 1 reactie
Vorig haalde het schrijfduo Eva Monté de shortlist voor de Hebban Thriller Debuutprijs met 'Te koop'. In april verschijnt hun tweede thriller 'Zwaartekracht'. Op Hebban lees je een exclusieve voorpublicatie.

Over Zwaartekracht:

Emma heeft een levensgroot probleem. Als ze de mogelijkheid krijgt om hier samen met een groep lotgenoten iets aan te doen, grijpt ze die kans op een ander leven met beide handen aan. De groep reist af naar het Griekse eiland Chios waar ze gedurende zes weken worden onderworpen aan een streng regime om een echte verandering in gang te zetten. Als een van hen na een paar dagen plotseling overlijdt, slaat de stemming om van hoop naar angst.

Zwaartekracht verschijnt in april bij uitgeverij De Crime Compagnie.

Een fragment uit Zwaartekracht van Eva Monté


Maart, 1993

Daar stonden ze, met zijn vijven bij de grote boom op het schoolplein. Hun hoofden dicht bij elkaar, af en toe om zich heen kijkend. Ik stond binnen op mijn tenen op een houten bankje in de gang en kon net door het hoge klapraampje naar buiten kijken. Ineens keek Tim mijn kant op. Waarschijnlijk kon hij me niet eens zien, maar ik dook omlaag.

Tim. Hij was de ergste.

Nog nooit een voldoende gehaald voor rekenen, taal of topo, twee keer blijven zitten, maar geniaal in één ding: mij het leven tot een hel maken. Ik was doodsbang voor hem. Voor de peilloze donkere diepten in zijn kraalogen en voor zijn harde vuisten. Voor zijn varkensgeknor dat klonk zodra hij me in de gaten kreeg, en dat iedereen op school van hem had overgenomen, zelfs de kleintjes uit groep 1 en 2. Voor zijn onuitputtelijke voorraad scheldwoorden, waarmee hij me altijd wist te raken, ook al zei de juf dat schelden geen pijn deed. Maar waar ik het allerbangst voor was: dat hij nog een keer bleef zitten in groep 8. Dan kwam ik volgend jaar bij hem in de klas. Van dat vooruitzicht schrok ik nu al ’s nachts in bed regelmatig wakker.

Voorzichtig ging ik weer op mijn tenen staan. Ze waren weg. Mijn ogen schoten het schoolplein rond. Waar waren ze? Had Tim me toch gezien? Als ze maar niet onderweg waren naar de achterdeur om me weer mee te nemen naar de wc’s. Net als twee weken geleden. Toen was het me ook gelukt om binnen te blijven tijdens de kleine pauze, maar hadden ze me toch gevonden.

Het was na de gastles voor groep 7 en 8 van de moeder van Myrthe, die diëtiste was en ons van alles had verteld over gezonde voeding. Waarom je bijvoorbeeld beter een appel dan een gevulde koek kon eten. Of rauwe worteltjes in plaats van chips. Voor wie dat nog niet wist. Tim had schuin voor me gezeten. Telkens als Myrthes moeder iets zei over patat, drop of chocola, had hij zich omgedraaid en me strak aangekeken terwijl hij met bolle wangen deed alsof hij op iets kauwde.

Ik had geweten dat ze me zouden pakken in de pauze. Wat lag er meer voor de hand? Gewapend met de zojuist opgedane kennis, konden ze me te lijf gaan. Zo’n kans lieten ze natuurlijk niet lopen.

Terwijl iedereen de gang op was gerend om zijn jas aan te trekken voor het speelkwartier, bleef ik treuzelen in de gymzaal, waar we met de twee klassen op de lage bankjes naar Myrthes moeder hadden zitten luisteren. Pas toen het stil werd, sloop ik de gang op, me bewust van de meewarige blikken van de diëtiste en de juffen. De gang was leeg. Nu moest ik zo snel mogelijk in mijn geheime hoekje bij het klapraampje zien te komen. Als een juf of meester me in de pauze binnen aantrof, werd ik het schoolplein op gejaagd.

Ik was nog maar net voorbij ons klaslokaal toen ik ze achter me hoorde.

‘Daar is ze!’ Myrthes stem klonk opgewonden.

‘Blijf staan, bolle!’ Dat was Matthias.

Hollende voetstappen. Ik kreeg het benauwd, maar durfde niet te vluchten. Als ik ze boos maakte, werd het vast nog veel erger. Toen Matthias en Bas me bij mijn armen grepen, keek ik radeloos achterom naar de gymzaal. Hoorde de juf niet dat er kinderen op de gang liepen?

‘Juf Ilona?’ riep ik. Het was veel te zacht; ik durfde niet harder.

‘Bek dicht,’ snauwde het zusje van Tim. Ze was zelf ook nogal mollig en daarom misschien extra fanatiek. Zolang ik dat lelijke dikke kind was, dat vette varken, viel zij niet zo op.

Ze sleurden me de wc’s in en drukten me tegen de muur. Tim kwam als laatste binnen.

‘Goed werk, jongens. Matthias, houd jij de deur dicht.’ Langzaam liep hij naar me toe, zijn gezicht vertrokken van voorpret.

Tevergeefs probeerde ik me los te trekken uit de greep van Myrthe, Bas en Tims zusje. Het bloed gonsde in mijn oren, ik werd er duizelig van.

‘Dat was een interessante les,’ zei Tim.

Hij stond recht voor me en ik zag zijn mond bewegen. Toch leek zijn stem niet uit hem te komen, maar via de muren mijn oren te bereiken. Ik moest me heel erg concentreren om hem te verstaan.

‘Ik hoop dat je goed hebt opgelet. Had je moeder dat ook maar gedaan... én je vader.’ Hij lachte. ‘Jongens, wat krijg je als je een olifant met een nijlpaard laat neuken?’

De andere vier lachten ook.

‘Een olipaard?’ opperde zijn zusje.

Ik wist al wat er ging komen. Het was gewoon te gemakkelijk.

‘Nee, dombo,’ sneerde Tim. ‘Knorrie, natuurlijk.’ Uit zijn zak haalde hij een geodriehoek.

Ik kromp ineen.

‘Je moeder heeft een leuk beroep, Myrthe,’ zei hij, de plastic driehoek met de scherpe punten langzaam voor mijn gezicht heen en weer zwaaiend. ‘Misschien word ik later ook wel diëtist, Knorrie. En dan ben jij mijn eerste klant.’ Ineens trok hij mijn joggingbroek een eind naar beneden.

Myrthe begon te schateren. ‘Sexy!!!’

Het schaamrood brandde op mijn wangen toen ik aan de koude luchtstroom langs mijn billen voelde dat mijn onderbroek mee omlaag was gekomen.

‘Tijd voor de vetmeting,’ zei Tim. ‘Bas, grijp jij zo’n kwab van die vieze blubberbuik, dan gaan we die eerst maar eens heel precies opmeten.’

Ik kneep mijn ogen stijf dicht en probeerde ergens binnenin me een plek te vinden waar ik kon schuilen tegen dit geweld. Waar ik de handen van Bas die knijpend en trekkend over mijn buik gingen niet hoefde te voelen. Waar ik de stem van Tim die het aantal centimeters oplas en het gejoel van de anderen dat er telkens op volgde niet hoefde te horen.

‘Jezus, mijn geodriehoek is gewoon te klein,’ hoorde ik Tim zeggen. Een van de hoekjes van de driehoek was kapot en had krassen getrokken in de huid van mijn buik.

‘Wat doe jij binnen?’

Geschrokken keek ik om. Ik was zo opgegaan in de herinnering aan de vernederende vetmeting van twee weken geleden dat ik haar niet had horen aankomen.

Juf Ilona stond achter me met haar armen over elkaar. ‘Sta je de anderen te begluren?’ vroeg ze met een afkeurende blik. ‘Kom van dat bankje af en naar buiten jij. Je kunt wel wat beweging gebruiken.’

*

Advertentie Algemeen Dagblad, 18 april 2015

Kandidaten gezocht voor unieke pilot op het gebied van behandeling van (morbide) obesitas.

Overgewicht is een snel groeiend maatschappelijk probleem. De Nationale Stichting voor Overgewicht en Volksgezondheid, (nsov), wil zich samen met een aantal grote zorgverzekeraars sterk maken voor een duurzame oplossing .

In Nederland wordt naar schatting een bedrag van €505,4 miljoen per jaar besteed aan de directe gevolgen van ernstig overgewicht. De indirecte kosten als gevolg van overgewicht worden geschat op €2 miljard per jaar. Deze kosten zullen op korte termijn verdubbelen. Op dit moment heeft meer dan de helft van de Nederlanders overgewicht. Een zorgwekkende 15% van de volwassenen heeft een bmi hoger dan 30 (obesitas). Deze mensen hebben veel lichamelijke klachten, zoals diabetes, kanker, hoge bloeddruk, overbelaste gewrichten, slaapapneu en hart- en vaatziekten. Daarnaast kampen mensen met obesitas vaker met depressie en andere psychische problemen.

De nsov gelooft in een preventieve aanpak. Nu komen mensen in aanmerking voor een operatieve behandeling, zoals het plaatsen van een maagband, als zij een bmi van 40 of hoger hebben (en in bepaalde situaties vanaf 35). De maagband is bedoeld als laatste redmiddel, en het plaatsen is een zeer belastende ingreep. Toch melden steeds zich steeds meer patiënten voor deze operatie. Uit onderzoek van de nsov blijkt dat er voor de groep patiënten met een bmi tussen 30 en 40 onvoldoende gespecialiseerde medische en psychische behandeling beschikbaar is. Hierdoor glijdt deze steeds groter wordende tussengroep ongemerkt af naar een bmi boven 40.

In onze pilot lanceren wij een intensief behandeltraject van 1 jaar, met nazorg gedurende 3 jaar. Na een strenge selectie zal een groep van 8 personen mogen deelnemen aan de pilot.

De pilot zal bestaan uit:

Fase 1
Voorbereiding en motivatietests

Fase 2
6 weken Kickstart afvalprogramma (in buitenland)

Fase 3
1 jaar leefstijlswitch: behandelsessies en intensieve individuele begeleiding voor blijvend resultaat

Fase 4
Nazorg en Follow-up gedurende 2 jaar

Aan deelnemers die na afloop van fase 4 blijvend minimaal 45 % van hun overtollige gewicht zijn kwijtgeraakt, bieden wij een complete vergoeding van de operatie voor het verwijderen van huid-overschotten

Bent u tussen de 20 en 55 jaar oud?

Hebt u langer dan 3 jaar een bmi van tussen de 33 en 40?

Hebt u geen psychiatrische stoornis, eetstoornis of alcoholisme?

Bent u bereid de uitdaging aan te gaan om uzelf de kans te geven gezond te worden?

Wilt u voorkomen dat u aangewezen wordt op een maagband?

Neem dan contact op met de nsov en geef u uiterlijk vóór 15 mei 2015 op als kandidaat voor onze pilot. (Hiervoor hebt u een verwijzing van de huisarts nodig.)

1 september 2015

03.25 uur, Schiphol

Kon ik nog terug? Het liefst zou ik achter de snel verdwijnende rode achterlichten van mijn vaders auto aanrennen en roepen: ‘Nee, pap, ik wil toch niet! Kom terug!’

Ik stond in de gietende regen voor de helverlichte vertrekhal 3 van Schiphol. Het was bijna half vier ’s nachts en veel drukker dan ik had verwacht. Waar kwamen al die mensen vandaan? De ene na de andere taxi stopte langs de stoep en spuugde complete gezinnen met slaperige kleine kinderen en knuffeldieren uit. Die gingen allemaal op vakantie. In het naseizoen, lekker goedkoop. Ik voelde me gedesoriënteerd door de veel te korte nacht. Mijn vest was inmiddels kletsnat, maar ik stelde het nog uit om naar binnen te gaan, al was ik aan de late kant. Ik had me eigenlijk om drie uur moeten melden bij de incheckbalie. Voor de zoveelste keer controleerde ik of ik mijn paspoort echt wel bij me had; en mijn geld en mijn fototoestel. Ik had nog even tijd nodig om moed te verzamelen.

Voor mij was dit geen vakantiereisje, al stond op mijn ticket dat ik zes weken naar Griekenland ging. Naar Chios, eiland van mystiek en mastiek, op een steenworp afstand van Turkije. Zo stond het tenminste in de brochure die de nsov bij de tickets had gedaan. De Nederlandse Stichting voor Overgewicht en Volksgezondheid, die mij en zeven andere gelukkigen had geselecteerd om mee te doen aan hun bijzondere project. Ik was zo blij geweest toen de brief kwam dat ik erbij zat. Voor mij geen maagband, voedselbrokken braken, lekkages en andere horrorscenario’s. In plaats van zes weken herstellen van een zware operatie, ging ik lekker zes weken in de zon sporten en gezond leren eten. Nou ja, natuurlijk stonden er ook therapie, personal training, uitputting en honger op het programma, en als volstrekt dieptepunt: groepssessies.

De groep. Zeven mensen die ik nog niet had ontmoet. Ik was nieuwsgierig naar ze, maar voelde me vooral gespannen. Stel je voor dat het niet zou klikken. Of dat er een paar heel onaardig waren. Mijn grootste angst was dat ik buiten de groep zou vallen.

Vlak voor me stopte weer een taxi. Het regenwater dat al hele meren vormde op de straat, golfde over de stoep en in mijn sandalen. De vrouw die uitstapte, draaide zich om en tilde haar slapende peuter van de achterbank. Op dat moment begaf het afwatersysteem van de luchthaven het. Als in een perfect getimede watershow spoten één voor één de putdeksels van de straat omhoog. Ze dansten als Chinese bordjes op het water dat krachtig uit de putten spoot en borrelde.

De jonge moeder stond met haar voet precies naast een put. Ze had geen schijn van kans. Toen de deksel omhoogkwam, spoot het water dijhoog op. Modderig regenwater doorweekte haar witte capri en de onderste helft van haar witte t-shirt.

Die witte espadrilles kon ze ook wel weggooien, stelde ik niet zonder leedvermaak vast.

Met de peuter in haar armen bekeek de vrouw het slagveld. Haar man kreeg de slappe lach. Nijdig duwde ze het nog steeds slapende kind in zijn armen. Ze beet hem iets toe, pakte haar handtas en stevende op de draaideur van de hal af.

Ik zag haar zwarte string duidelijk zitten onder de doorzichtig geworden stof van haar broek.

De man lachte niet meer nu hij besefte dat hij drie koffers en een slapend kind in zijn eentje naar binnen moest zien te krijgen. Hij slaakte een zucht en ging op zoek naar een bagagewagentje.

Dat beloofde een gezellige vakantie te worden, dacht ik. Soppend in mijn sandalen duwde ik mijn bagagewagentje door de draaideur naar binnen.

*

De moed zonk me in de schoenen toen ik ze zag staan in de rij voor de incheckbalie. Mijn gezelschap voor de komende zes weken, dat kon niet missen. Ze hadden elkaar duidelijk al gevonden. Zeven mensen aan wie je kon zien dat er dringend iets moest gebeuren. Iets drastisch. De andere reizigers bewaarden een veilige afstand tot het groepje; een onzichtbare slotgracht tussen hen die zich moesten schamen en de normale mensen.

Ik wilde er niet bij gaan staan. In mijn eentje viel ik al genoeg op, met zijn achten waren we een bezienswaardigheid. Ik ging in de andere rij staan, achter een ouder echtpaar.

‘Het is te hopen dat ze ze niet allemaal achterin zetten,’ zei de man met een knikje naar het groepje. ‘Dan komen we niet eens de lucht in.’

Zijn vrouw lachte. ‘Zouden ze extra moeten betalen?’

‘Dat zou wel zo eerlijk zijn,’ zei hij.

Ik boog mijn hoofd en verdiepte me in de inhoud van mijn tas. Paspoort, ticket, bagagevoucher.

Voor in de andere rij ontstond tumult. ‘Ik pik het niet!’ hoorde ik een vrouw roepen. ‘Dit is pure diefstal.’ Een van mijn reisgenoten hing rood aangelopen over de balie. ‘Ik ga toch zeker geen tachtig euro betalen voor één koffer.’

De grondstewardess keek onaangedaan in het overvloedige decolleté dat over de balie puilde. ‘Mevrouw Brouwers, iedere passagier kan online voordelig en gemakkelijk ruimbagage boeken. Als u dat niet doet, moet u natuurlijk meer betalen. Uw koffer weegt 20 kilo…’

‘Dat klopt, 20 kilo. Dat mocht je altijd meenemen. Gewoon gratis. Waarom moet ik daar dan nu ineens voor gaan betalen?’

‘Dat zijn de nieuwe regels. Als u de informatie bij uw ticket had gelezen, dan wist u dat. Vijftien kilo is 30 euro, en elke kilo meer kost 10 euro. Voor uw koffer van 20 kilo is dat dus 80 euro.’

‘Ik vind het een schandaal,’ schreeuwde de vrouw om zich heen kijkend, op zoek naar medestanders. Niemand meldde zich.

De grondstewardess glimlachte minzaam. ‘Als u online uw ruimbagage had geboekt, was u maar 20 euro kwijt geweest, mevrouw Brouwers.’

‘En als ik nou gewoon niet betaal?’

‘Dan blijft uw koffer hier.’ De stewardess keek demonstratief naar de rij achter de boze passagier. ‘Wilt u pinnen of contant?’

Morrend trok de vrouw haar portemonnee.

Om me heen werd gegniffeld. Het echtpaar voor me had intussen hun bagage ingecheckt. Ik glimlachte naar de stewardess en zette mijn koffer vast op de band. Net toen ik mijn paspoort, boardingpass en bagagevoucher op de balie wilde leggen, voelde ik een warme hand op mijn schouder.

‘Nou, dan ben jij dus nummertje acht, hè? Ik zag het meteen!’ riep een luide mannenstem met een zwaar Brabants accent.

Als door een bij gestoken keek ik naast me. Precies op ooghoogte bevonden zich twee vlezige mannenborsten. Ik kromp ineen. Mijn hoop om de ontmoeting met mijn groepsgenoten tot Chios te kunnen uitstellen vervloog. Als we elkaar in het transferbusje troffen, was dat wat mij betreft vroeg genoeg. Het liefst zou ik zeggen, ‘ik ken u niet, laat me met rust’, maar dat zou een slecht begin zijn. Als alles volgens plan verliep zaten we na ons verblijf in Griekenland nog drie jaar aan elkaar vast in het vervolgtraject.

‘Mevrouw, mag ik uw reispapieren?’ vroeg de stewardess.

‘Sorry, alstublieft.’ Ik duwde de papieren in haar handen en keek toen weer naast me.

De man lachte naar me en kneep nog eens in mijn schouder. ‘We dachten al, waar blijft ze nou? Maar het geeft niet dat je zo laat bent, hoor. Je bedje was natuurlijk nog lekker warm,’ zei hij met een knipoog.

‘Er waren wegwerkzaamheden.’ Waarom had ik meteen weer het gevoel dat ik me moest verantwoorden tegenover deze wildvreemde man?

Hij knikte. ‘Vervelend, dat zul je altijd zien. Advies voor de volgende keer: www.vananaarbeter.nl.’

Waarschijnlijk bedoelde hij het aardig. Niet meteen oordelen.

‘Loop zo maar met mij mee. Dan kunnen we met de hele groep tegelijk door de douane. We wilden nog even gezellig met zijn allen koffiedrinken bij de Starbucks. Die hebben ze bij mij in Oosterhout niet.’

De grondstewardess gaf mijn papieren weer terug. ‘U kunt over een uurtje boarden bij gate C8. Prettige reis.’

Ik bedankte haar en propte alles terug in mijn tas.

‘O, die hoef je niet op te bergen,’ zei mijn zelfbenoemde reisleider. ‘Je hebt ze zo meteen toch weer nodig. Zullen we dan maar?’ Hij stak me zijn hand toe. ‘Ik ben trouwens Luuk.’

‘Emma,’ mompelde ik, hem de hand schuddend. Eigenlijk had ik na de douane nog even op mijn gemak een paar boeken willen uitzoeken in de kiosk, maar ik vond het moeilijk om zijn uitnodiging af te slaan. Aan de andere kant, als ik niet genoeg leesvoer bij me had, hoe kwam ik dan die zes weken door?

Luuk troonde me mee naar de groep, die al bij de douane stond te wachten. ‘Nou jongens, ik heb haar gevonden, hoor!’ riep hij. ‘Dit is dus Emma. Ze gaat ook mee koffiedrinken.’

Het was nu of nooit. ‘Ja, maar ik moet eigenlijk eerst nog naar de boekwinkel,’ zei ik met een glimlach in de richting van de groep. ‘Dan kom ik daarna wel naar jullie toe in de Starbucks.’

‘Daar houden we je aan. Samen uit, samen thuis,’ riep Luuk.

Ik kreeg het nu al benauwd. Gelukkig waren we aan de beurt bij de veiligheidscontrole.

‘Denken jullie er allemaal aan dat je je telefoon en je iPad apart in het bakje doet? En als je nog water hebt, moet je het hier weggooien,’ instrueerde Luuk de groep.

De vrouw naast me rolde met haar ogen. ‘We kunnen zelf ook lezen, hoor,’ mompelde ze met een blik op de voorschriften aan de muur. Toen ze zag dat ik haar had gehoord, keek ze betrapt. ‘Hij bedoelt het vast goed,’ merkte ze op. ‘Emma, toch? Ik ben Conny.’ Ze zuchtte. ‘Best spannend, vind je niet? Op reis met een groep mensen die je niet kent. Ik heb drie kinderen op de wereld gezet, maar ik vind dit een groter avontuur.’ Ze stak haar handen omhoog en liep door het detectiepoortje.

Met een iets lichter gevoel vanbinnen liep ik achter haar aan. Ik pakte mijn spullen uit de plastic bakjes op de band. Op Conny en mij na, stond iedereen alweer om Luuk heen. ‘Ik ga nu even naar de kiosk,’ zei ik tegen haar.

‘Doe dat meid. Geniet nog maar even van je vrijheid.’



Over de auteur

Hebban Crew

1486 volgers
50 boeken
0 favorieten


Reacties op: Sneak Preview: Zwaartekracht van Eva Monté

 

Gerelateerd

Over

Eva Monte

Eva Monte

Wij zijn Alexandra en Victoria Nagelkerke, de zussen achter de schrijversnaam Eva Monté. We construeren onze originele thrillers op een bijzondere manier, namelijk via brainmerge. Niet om de beurt ee...