Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Stefanie de Velasco: 'Mijn jeugd was totaal absurd en surrealistisch'

door Wilke Martens 1 reactie
De Duitse schrijfster Stefanie de Velasco schreef met ‘Geen deel van de wereld’ het boek dat ze al jaren wilde schrijven. Sterker nog, haar tweede roman – over Esther die opgroeit binnen de Jehova’s Getuigen – is de reden dat ze überhaupt met schrijven begonnen is. En ondanks het enorme succes van haar debuut ‘Tijgermelk’, noemt ze dat de voorbereiding op dit boek. Hebban.nl interviewde haar over opgroeien binnen de Jehova’s Getuigen, queer liefde en culturele antropologie.

In Geen deel van de wereld beschrijft De Velasco hoe het is om op te groeien binnen de Jehova’s Getuigen. Net als haar personage Esther, is De Velasco zelf vroeger van deur tot deur gegaan om het geloof te verkondigen. ‘Ik heb al mijn herinneringen in de roman verwerkt,’ zegt ze over die tijd, ‘zowel de goede als de slechte. De kou, hoe je je benen over elkaar wrijft onder je rok om warm te blijven, het angstaanjagende gevoel van de Apocalyps die nadert. Maar ook het gevoel om deel uit te maken van de grootste familie ter wereld. En het extatische gevoel dat je gelooft dat je uitverkoren bent en dat jij de "echte waarheid" kent. Als ik terugkijk was mijn jeugd totaal absurd en surrealistisch.’

Op een dag wordt de tiener Esther abrupt uit haar leven zoals ze dat kent weggerukt om een nieuw gemeenschapsgebouw op te bouwen in de geboorteplaats van haar vader. Terwijl haar ouders van deur tot deur gaan als Jehova’s Getuigen, mist Esther haar vriendin Sulamith verschrikkelijk. Sulamith begon steeds meer te rebelleren tegen het geloofssysteem waarin ze opgroeiden en verdween vlak voor Esthers verhuizing.

Terwijl Esther probeert uit te zoeken wat er met Sulamith gebeurd is, stuit ze op een deel van haar familiegeschiedenis dat tot dan toe voor haar verborgen is gehouden.

Schrijfdrang

Echter, als ze niet die absurde jeugd had gehad, was De Velasco mogelijk nooit begonnen met schrijven. ‘Mijn drang om te schrijven is ontstaan uit de drang om dit verhaal te vertellen,’ zegt ze. ‘Ik kreeg aan het begin van de jaren 2000 het idee voor de plot. Hoe gek het ook klinkt, ik beschouw mijn debuut Tijgermelk eigenlijk als voorbereiding op dit boek.’ Het schrijfproces was dan ook niet gemakkelijk. ‘Gedurende de eerste twee jaar voelde het alsof Esther aan mijn bed zat, met haar gezicht naar de vloer. Ze weigerde om te praten en haar verhaal te vertellen. Het voelde alsof ik ieder woord van haar moest vangen met een vingerhoedje en het heel voorzichtig naar mijn bureau moest brengen. Het was bijna onmogelijk om haar verhaal op papier te krijgen.’

Gelukkig waren haar partner en haar redacteur een steun voor haar. ‘Mijn partner was heel erg begripvol, ook al moet het gevoeld hebben om vier jaar lang samen te leven met iemand die continu PMS heeft,’ lacht ze. ‘Mijn Duitse redacteur, Mona Leitner, was ook een grote steun. Ik vond het heel erg fijn dat ze nog analoog redigeerde, wat een luxe. Ze stuurde me haar correcties op een geprint manuscript. En dan kreeg ze de nieuwe versie weer retour. Maar het hele schrijfproces was voor ons allebei erg zwaar. Ze zei ooit dat de geredigeerde pagina’s wel op een schilderij van Jackson Pollock leken!’

Vriendschappen en queer liefdes

Niet alleen het opgroeien binnen een gemeenschap als de Jehova’s Getuigen staat centraal in haar boek, maar ook de band tussen de twee hoofdpersonen Esther en Sulamith. ‘Ik denk dat we een roman met twee meisjes in de hoofdrol te snel zien als verhaal over vriendschap,’ licht De Velasco toe. ‘Ik beschouw deze roman als een tragische queer liefdesgeschiedenis. Esther en Sulamith zijn niet zomaar vrienden, Esther is vreselijk verliefd op haar. Ze is continu jaloers en – natuurlijk – niet in staat om haar gevoelens te uiten.’

'Ik wilde het historische frame van de Jehova’s Getuigen verweven met de Duitse geschiedenis.'

Een personage dat zich uitstekend kan uiten is Elisabeth, Esthers moeder. In tegenstelling tot Esther geniet zij er enorm van om langs de deuren te gaan. ‘Het was heel eenvoudig om haar te schrijven,’ vertelt De Velasco. ‘Ik denk niet dat er een specifieke reden voor is, sommige personages dienen zich gewoon gemakkelijk aan. Ze is erg onaangenaam en slooft zich enorm uit. Misschien was het daarom zo makkelijk, ook al heeft ze een kronkel in haar hoofd.’ Een ander opvallend personage is Cola, het meisje dat op een afgelegen boerderij woont met haar vader en nooit naar school gaat. ‘Cola was een van de eerste personages die ik had verzonnen. Het hele verhaal begon met een beeld van haar: een meisje dat woont in de DDR, met een gewelddadige vader, licht analfabetisch. En dan Esther die in haar dorp komt wonen en bevriend raakt met haar. Die beelden hebben het verhaal in beweging gezet.’

Duitse geschiedenis

Het contrast tussen West- en Oost-Duitsland speelt een belangrijke rol in het verhaal: Geen deel van de wereld speelt zich af tegen de achtergrond van een net verenigd Duitsland. Een bewuste keuze van De Velasco. ‘Ik wilde het historische frame van de Jehova’s Getuigen verweven met de Duitse geschiedenis. De gemeenschap ziet zichzelf als "geen deel van de wereld", maar het tegenovergestelde is waar. Jehova’s Getuigen zijn juist erg verbonden met het wereldlijke deel. Zo herinner ik me van toen ik klein was dat de oudsten ons altijd aanmoedigden om brieven te schrijven naar Sovjet-landen. Daarin vroegen we de autoriteiten om onze broeders en zusters, die in de gevangenis waren beland omdat ze van deur tot deur gingen, vrij te laten. De Jehova’s Getuigen waren immers verboden onder het Sovjetregime, net als onder het Naziregime. Die wereldlijke verbinding van de Jehova’s Getuigen, terwijl ze zelf menen juist geen deel van de wereld te zijn, die vond ik het meest interessant. Ze vormen en hervormen hun religieuze identiteit altijd binnen een bepaalde historische context.’

'Etnologie heeft een belangrijk deel uitgemaakt van mijn herstel, van mijn transitie van Jehova’s Getuige naar de persoon die ik nu ben.'

De keuze voor die historische achtergrond komt niet uit de lucht vallen. De Velasco studeerde namelijk Politicologie en Europese etnologie, wat haar schrijven sterk heeft beïnvloed. ‘Mijn schrijven, mijn stijl, mijn kijk op de wereld: het is allemaal met een etnografische blik,’ legt ze uit. ‘Die heb ik leren ontwikkelen op de universiteit. Ik ben sterk beïnvloed door schrijvers als onder anderen Claude Levi Strauss en Clifford Geertz. Dit waren pioniers die niet alleen ‘anderen’ observeerden, maar ook zichzelf vanuit die blik beschouwden.’

Haar studie heeft haar ook geholpen om los te komen van haar jeugd. ‘Etnologie heeft een belangrijk deel uitgemaakt van mijn herstel, van mijn transitie van Jehova’s Getuige naar de persoon die ik nu ben. Cultureel antropologen hebben als doel om hun blik te trainen om het bekende en conventionele te vervreemden, om op zoek te gaan naar kennis vanuit dat vervreemdende perspectief. Maar ik hoefde mezelf niet meer te vervreemden van de wereld waarin ik was opgegroeid, zo keek ik al naar mijn jeugd toen ik ging studeren. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik me heel erg thuis voelde in dit vakgebied. De taal die ik leerde van culturele antropologie heeft me geheeld. Door die etnografische blik was ik in staat om mijn eigen identiteit te vormen en mijn plek in de wereld te vormen.’

Steffi Pencilhands

En gelukkig maar, want anders had deze wereld het zonder deze auteur moeten stellen. De Velasco’s debuut, Tijgermelk, werd namelijk direct een succes. Dat heeft het schrijven van Geen deel van de wereld er niet gemakkelijker op gemaakt. ‘Een erg succesvolle roman, of het nu de eerste is of niet, gaat altijd samen met veel licht en met veel schaduw,’ zegt ze. ‘Dat klinkt misschien als een tegeltjeswijsheid, maar het is wel waar. Het ergste wat bij mij gebeurde, was dat ik tijdens een promotietour door Nederland een vreselijke ontsteking kreeg in mijn pols. Ik voelde het toen ik de deur van mijn hotelkamer in Rotterdam wilde openmaken. Het liep helemaal uit de hand en ik heb twee jaar met pijn rondgelopen. Anderhalf jaar lang kon ik niet schrijven. Ik schreef met twee van die kleine Ikea-potloodjes, die je gratis kan meenemen om artikelnummers te noteren. Ik voelde me net als Edward Scissorhands, maar dan Steffi Pencilhands. Desondanks heb ik erg genoten van de tour. Rotterdam is waarschijnlijk de mooiste stad die ik ooit heb gezien. Ik voelde me daar zo op mijn gemak. Ik denk dat in Rotterdam iedereen deel is van de wereld, waar je ook vandaan komt.’

Het schrijven met potloodjes heeft ervoor gezorgd dat er zes jaar verstreek tussen haar eerste en tweede boek. Gelukkig hoeven lezers dit keer niet zo lang te wachten. ‘Ik ben nu met twee boeken tegelijk bezig. De eerste gaat over de periode vorig jaar dat ik in klimaatstaking ging. Ik maakte een soort toerfiets van industrieel afval, om op zoek te gaan naar de toekomst van de literatuur. Het wordt een soort mengeling tussen een reisverhaal en memoires over duurzaamheid. Het tweede waaraan ik werk is een roman. Liefkozend noem ik die "the book of bitches".’

Auteursfoto: via uitgeverij AW Bruna

Winactie

Ben je benieuwd geworden naar Geen deel van de wereld? Hebban mag vijf exemplaren van het boek weggeven. Ga snel naar de winactie om te zien hoe je mee kunt doen.

Naar de winactie



Over de auteur

Wilke Martens

100 volgers
70 boeken
4 favoriet


Reacties op: Stefanie de Velasco: 'Mijn jeugd was totaal absurd en surrealistisch'

 

Gerelateerd

Over

Stefanie de Velasco

Stefanie de Velasco

Stefanie de Velasco (1978) studeerde Europese Etnologie en Politicologie in Bonn...