Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Tien vragen aan debutant Splinter Chabot

door Hebban Crew 6 reacties
In de rubriek 'Tien vragen aan ...' ondervragen we auteurs met recent nieuw werk of schrijvers die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd over hun leesleven. In het kader van de Week van de Debutant lees je deze week interviews met de genomineerden voor de Hebban Debuutprijs 2020. Welk boek ligt er op hun nachtkastje, waar lezen ze het liefst en wat is het mooiste compliment dat ze over hun werk kregen? Vandaag de ontboezemingen van Splinter Chabot.

Het enige moment dat ik echt niet niet niet lees, is als ik volop zelf aan het schrijven ben. Toen ik Confettiregen schreef, las ik niet eens de krant. Ik wilde zorgen dat ik door niks en niemand meer beïnvloed kon worden. Sterker nog; als ik pauze nam, dacht ik heel erg goed na over welke muziek ik mocht luisteren (uitsluitend bepaalde nummers van Prince, Bowie en als ik in een bepaalde scène zat of in een bepaalde emotie mocht Antony and the Johnsons ook). Als ik bijvoorbeeld wilde avondeten (avondeten en schrijven tegelijk is geen goede optie), keek ik bijvoorbeeld een nietszeggende natuurfilm op Netflix, om op die manier te zorgen dat ik geen externe prikkels meer kreeg die bewust of onbewust mijn boek en verhaal zouden kunnen beïnvloeden.

Als ik schrijf wil ik afgezonderd zijn en alleen in die wereld van het boek zitten; niemand mag storen, niks van het dagelijks leven mag aankloppen in mijn hoofd.

vraag-1


Welk boek ligt er nu op jouw nachtkastje?

Het eigenaardige is: verschillende boeken vormen juist mijn nachtkastje. Drie rijen boeken, kniehooggroot, vanaf de grond. Al moet ik stiekem wel verklappen dat bij een deel van die boeken al leesscheurtjes en pennenstrepen te ontdekken zijn. Ja – ik zal het maar meteen bekennen – ik ben zo’n type die een boek leest met een pen bij de hand, om op die manier mooie zinnen te onderstrepen, bijzondere woordvondsten te onthouden, en ook om mijn eigen gedachtes direct vrij te laten; die schrijf ik aan de zijkanten van een bladzijden erbij. Tussen de stapel boeken liggen nu onder andere de boeken Nader tot u (Gerard Reve), I.M. (Connie Palmen), Indische duinen (Adriaan van Dis), Verlichting nu (Steven Pinker), Een stralende toekomst (Rebecca Makkai) en Eline Vere (Louis Couperus) die mij streng aankijken omdat ik ze nog moet lezen. Ik zal niet zeggen dat ze me nachtmerries bezorgen, maar hun blikken hebben de druk wel voelbaar opgevoerd!

vraag-2

Welk boek maakte recentelijk veel indruk op je?

Eind augustus was ik iets minder dan twee weken in Zweden; omringd door een meer en als buren eindeloos veel bomen een ideale plek om te lezen. ’s Ochtends om 7 uur ging de wekker en dan ging ik de hele dag door lezen. Het laatste boek dat ik daar uitlas was Een klein leven van Hanya Yanagihara. Ik las het boek in de ochtend in bed uit, waarna ik een lange tijd ben blijven zitten. Vervolgens heb ik een wandeling gemaakt door de lege Zweedse bossen. Het is zo’n bijzonder boek, het laat je in stilte achter. Een boek waar je ingezogen wordt, en wat vervolgens in jouzelf gezogen wordt en daar voor altijd kauwgombalachtig zal blijven plakken.

vraag-3

Wel eens moeten huilen om een boek? Zo ja, om welk boek?

Dit kan ik na bovenstaand antwoord natuurlijk niet meer ontkennen. Maar ik schaam me er ook niet voor, sterker nog, ik vind het prachtig als een boek in je buik weet te kruipen en daar aan de knopjes gaat zitten. Zodat je soms op een personage verliefd wordt en eeuwig in die wereld van het boek met hem/haar wil blijven (zoals bij Noem me bij jouw naam, bijvoorbeeld). Of dat je het leest en je je verbaast over de prachtige indrukwekkende manier van hoe een verhaal is opgeschreven, maar dat je soms ook misselijk wordt van een scène, of het benauwd krijgt (De avond is ongemak, bijvoorbeeld – zo uniek). Of dat je merkt dat een boek opeens geen fantasiewereld meer blijkt te zijn, maar werkelijkheid lijkt te zijn geworden (Alles wat er was – las ik tijdens het toppunt van de coronaperiode), wat mij angstig maakte. En ja; huilen is ook een emotie en ik vind het prachtig als een boek in staat is je écht te laten huilen. Tranen op z’n Koningin Maxima’s. Dan laat een boek zien waar het toe in staat is: toveren met taal. Letters, woorden en zinnen die op zo’n manier in een bepaalde volgorde achter elkaar zijn gezet, zodat ze bij je naar binnen dreunen en als stempels in je lichaam worden afgedrukt. Voor iedereen die zegt dat magie niet in de menselijke wereld bestaat; lees een boek.

vraag-4

Waar lees je het liefst?

Misschien dat ik hier een eigenaardige gewoonte in heb, maar ik móét lezen aan een tafel. Voorovergebogen, pen in de hand, eventueel wat te drinken in de buurt en voor de rest: zitten, zitten, zitten. Scholierenachtig, alsof je huiswerk moet maken. Als ik op die manier lees, kan ik me het beste concentreren en het verhaal het beste in me opnemen. Dus waar ik lees maakt niet uit, als er maar een tafel en een stoel staan. Als ik op de bank of in een luie achteroverleunstoel ga zitten, komt er van het lezen helaas weinig terecht.

vraag-5

Welk boek had je zelf wel willen schrijven?

Uiteraard álle boeken van Roald Dahl. Hoe bijzonder als je kinderen zulke geschenken kunt geven. Inmiddels heb ik ook weer een aantal van die boeken aangeschaft; even een stukje wandelen met de GVR, of langs in de chocoladefabriek – zelfs als kind boven de twintig blijft dat geweldig.

Ik vrees overigens dat ik vrijwel alle boeken die ik gelezen heb, zelf had willen schrijven. Maar ik heb geaccepteerd dat dat geen doen is (en dat ik dat absoluut niet kan)! Wel had ik Lieg met mij van Philippe Besson graag zelf willen schrijven. Ik denk dat ik zelden, of nog nooit, een boek met zo veel verliefdheid, verlangen en verdriet heb gelezen. Het boek blijft achter me aanlopen; me achtervolgen. En dat is helemaal niet erg.

vraag-6

Wat is kenmerkend voor jouw boek(en)?

Ik probeer altijd een sprookjessluier over mijn verhalen heen te leggen. Dus alles kan echt gebeurd zijn, maar toch moet het betoverend zijn; juist omdat in de echte wereld die betovering ook aanwezig is. Je moet hem alleen willen zien.

Daarnaast wil ik dat als je mijn verhalen leest je altijd een gevoel hebt dat je in een kerst- en circussfeer terecht bent gekomen. En o ja; ik wil in mijn verhalen ook nog wel van metafoor in metafoor schieten…

vraag-7

Wat is het mooiste compliment dat je ooit over jouw werk kreeg?

Eigenlijk zijn dat al die berichten van jonge jongens, jonge meisjes, jonge mensen die zoeken en nog niet vinden. Die ergens in het donker lopen en in mijn boek een zaklamp herkennen. Of een wandelstok vinden. Ze sturen mij vaak berichtjes via Instagram, of schrijven een brief. Elke keer weer is zo’n persoonlijk verhaal bijzonder om te lezen. Het zorgt ervoor dat ik sinds het verschijnen van mijn boek vaker het jongetje van 13 ben geweest dan de jongen van 24 die ik nu eigenlijk zou moeten zijn.

Ik kreeg laatst van een moeder een berichtje doorgestuurd. Haar dochter is opgenomen, worstelt met van alles en nog wat en kampt met depressies. Haar moeder leest af en toe stukjes voor uit Confettiregen. Ze stuurde me een screenshot van een berichtje van haar dochter waarin stond: 'Mam, ik durf weer confetti in mijn hoofd toe te laten.'

Als ik dat soort berichtjes lees, ben ik stil. Heel lang. En daarna nog steeds.

vraag-8

Welke auteurs, dood of levend, zou je willen uitnodigen voor een verjaardagsdiner en waarom?

Ach, er zijn zo ontzettend veel auteurs die ik zou willen spreken omdat ik er enorm tegenop kijk. Maar Gerard Reve; die zou ik zéker willen spreken. Hij schrijft zo knap, zo ritmisch; hij trekt – nee – sleurt je door zijn boek heen. Hij schrijft zo goed dat je als lezer bijna je ogen niet meer kunt bijhouden en je op een gegeven moment zult struikelen over de woorden. Dat kan alleen de absolute top!

vraag-9

Hoeveel ongelezen boeken heb jij in huis?

Ik vrees dat de stapels ongelezen boeken een lawine kunnen veroorzaken (ik koop te graag, en te vaak boeken). Toen ik een paar weken terug ging verhuizen binnen Amsterdam, heb ik de eerste zes grote verhuisdozen op de fiets gebracht. Drie keer raden wat er in die zes dozen zat: alleen maar boeken. Maar als verdediging; de stapels gelezen boeken kunnen net zo goed een lawine veroorzaken, hoor!

vraag-10

Lees jij meerdere boeken tegelijkertijd, of houd je het bij een boek per keer?

Altijd meerdere boeken tegelijk! Dat vind ik heerlijk. Overigens let ik er daarbij wel op dat ik niet twee romans door elkaar heen lees. Maar meerdere informatieve boeken in combinatie met een echte roman; geweldig!

Zo las ik een tijd terug Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Een boek als een warm bad, wat onder andere gaat over toerisme, Europa in haar nadagen en de Chinese opmars. Op datzelfde moment las ik van Rob de Wijk De nieuwe wereldorde; een informatief boek over de opkomst van China en de reactie daarop van het Westen. Daarnaast las ik Winston Churchill, vader van Europa. Al die auteurs vullen elkaar aan, lijken bij elkaar aan tafel te zitten. En als lezer mag je ook even aanschuiven (en als je geluk hebt zelfs een glaasje meedrinken).

Het mooie is dan dat je in je hoofd een spinnenweb tussen de boeken kunt maken. Verhalen uit verschillende boeken blijken dan opeens met elkaar in dialoog te zijn; ze vullen elkaar, bevragen elkaar, gaan de discussie aan. Als lezer vorm je het spinnenweb en ben je tevens de scheidsrechter die moet zorgen dat de boeken onderling geen ruzie zullen gaan maken.


In 2020 verschenen bij uitgeverij Spectrum.

Confettiregen van Splinter Chabot

Een prachtig, ontwapenend en ontroerend verhaal over een jongen genaamd Wobie die opgroeit in een warme en veilige omgeving. Als in een sprookjeswereld. Eenmaal op school komt hij erachter dat zijn enthousiasme volgens sommigen gekooid moet worden, dat sommige kleren alleen voor meisjes bestemd zijn en dat verliefdheid ingewikkelder is dan een hartje tekenen.

Aan de hand van drie bepalende ontmoetingen in zijn jeugd, komt Wobie steeds meer over zichzelf te weten. Naarmate hij ouder wordt ontdekt hij langzaam maar zeker dat hij anders is dan zijn broers, anders dan zijn meeste klasgenoten, anders dan wie hij dacht te zijn. Anders dan wie hij wilde zijn. Langzaam sluipt er een grijze mist in zijn leven, en begint hij iets te ontdekken dat eerst genegeerd, vervolgens gevreesd, maar uiteindelijk gevierd wordt. Dit boek is een dagboek van die worsteling en die zoektocht.

Splinter Chabot is programmamaker, politieke junkie en rasoptimist. David Bowie en Prince zijn zijn voorbeelden; vrijgevochten individuen die voor Splinter het leven lieten dansen. Splinter is onder andere bekend van het programma SPLINTER, in de politiek en als tafelheer bij DWDD.


Auteursfoto © Anton Corbijn via Unieboek | Het Spectrum



Over de auteur

Hebban Crew

1997 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Tien vragen aan debutant Splinter Chabot

 

Gerelateerd

Over

Splinter Chabot

Splinter Chabot

Splinter Chabot is programmamaker, politieke junkie en rasoptimist.David Bowie ...