Verdieping

Top 10 Pseudoniemen En Hun Onthullingen

18 mrt 2016

Het pseudoniem: een ‘hot topic’ in het schrijversvak. Kiest iemand er bewust voor om te schuilen voor het lezerspubliek, geeft een andere naam de vrijheid om te schrijven over van alles en nog wat of is het een commerciële truc? Hebban zette de tien meest spraakmakende pseudoniemen en bijbehorende onthullingen voor je op een rijtje.

10. Menno Lindeman

In 2004 doet Menno Lindeman van zich spreken met een opvallend debuut, De stijldanser. Een literaire thriller die zich afspeelt op de burelen van het landelijke ochtendblad De Wereld. Hoofdredacteur Tjalling Broersma, fervent liefhebber van ballroomdansen, wil van De Wereld de beste krant van Nederland maken. En er is de jonge verslaggeefster Désiree Dercksen, die met haar primeurdrang ministers in verlegenheid brengt en ontdekt dat er een aanslag zal worden gepleegd op een zingend tieneridool. Maar is deze Dercksen wel te vertrouwen?

Kort na publicatie ontstaat er onrust bij de Volkskrant. Lindeman heeft zijn boek met zo veel details over de krant geschreven, dat hij bronnen moet hebben op de redactie. Of Lindeman is zelf een Volkskrant-redacteur, dat zou ook nog kunnen.

De redactie opent de jacht op de schrijver, die volgens de achterflap van De stijldanser een tekstschrijver is, alfa-informatica heeft gestudeerd in Amsterdam en afwisselend in Nederland en Bretagne woont. De enige mogelijkheid om contact met Lindeman te hebben is via een mailadres. Mailtjes worden verstuurd en Lindeman antwoordt. Telkens vanaf eenzelfde IP-adres, dat naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag leidt. In die tijd vertoeft financieel journalist Roel Janssen van NRC Handelsblad er ook regelmatig omdat hij er research doet voor een nieuw boek.

Janssen volhardt echter in zijn ontkenning dat hij Lindeman is. Tot vlak voor het begin van de Maand van Spannende Boek 2004. Dan bekent hij in een interview met de Volkskrant de man achter Lindeman te zijn.

Janssen, die in 2010 de Gouden Strop zou winnen met zijn thriller De tiende vrouw, wil vermijden dat het boek over de Volkskrant of NRC Handelsblad zou gaan. Vandaar dat hij de kranten laat fuseren tot dagblad De Wereld. Het pseudoniem Menno Lindeman heeft dezelfde functie, de auteur wil niet dat de discussie over Roel Janssen zou gaan. In het boek levert Lindeman kritiek op de overname van PCM, het moederbedrijf van onder andere de Volkskrant, NRC, Trouw en het AD.

Hoofdredacteur Tjalling Broersma is een samentrekking van de toenmalige hoofdredacteuren Pieter Broertjes (de Volkskrant) en Folkert Jensma (NRC), erkent de schrijver. Janssen heeft geen rekeningen willen vereffenen met het boek. Ook niet met de figuur schnabbelende en samenzwerende Maarten de Ruyter, in wie Volkskrant-redacteuren hun collega Jan Tromp herkennen. ‘Ach, schnabbelen is zo oud als de journalistiek’, zegt Janssen. ‘Daar moeten we niet dramatisch over doen. Maar inderdaad, in dit boek is de Ruyter een minder sympathiek figuur, een Machiavelli die de macht probeert over te nemen.’

De stijldanser is trouwens de eerste en de laatste van Lindeman, zegt Janssen in een interview met dagblad Tubantia in 2007. ‘Het is sowieso een eenmalige exercitie. Ik ben niet van plan meer boeken onder die naam te schrijven.’

9. Paul French

Young Adult is een vrij recente term, maar het schrijven voor die doelgroep is van alle tijden. Zo ook in het sciencefictiongenre. De ‘juviniles’ van Robert Heinlein uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn daar een bekend voorbeeld van. Maar openlijk schrijven voor ‘jeugdigen’ werd door zijn collega’s niet altijd als verstandig geclassificeerd, zeker niet als er sprake was van de mogelijkheid van een TV serie gebaseerd op de boeken. Tegenwoordig zal vrijwel elke auteur bovenop de kans duiken om een boek te schrijven, dat daarna tot TV serie wordt gemaakt, maar Isaac Asimov stond daar zeer sceptisch en afwijzend tegenover. In de jaren vijftig werd de TV overspoeld met zeer matige sciencefictionseries en daar gruwde Asimov van. Zozeer zelfs dat hij zijn naam niet op de cover van de boeken-bij-de-serie wilde hebben.

Daarom verschenen de boeken over David ‘Lucky’ Starr, Space Ranger onder het pseudoniem Paul French.

Uiteindelijk ging de TV serie niet door en was het grootste stigma er voor Asimov vanaf. Daarom voelde hij zich vrij om in het vierde boek (Lucky Starr and the Big Sun of Mercury) de wetten van de robotica in te bouwen, wat voor iedereen die ook maar een beetje wist van zijn werk het overduidelijk maakte dat hij de auteur was. Later gaf hij de maskerade helemaal op en werden de boeken gepubliceerd onder zijn eigen naam, of als ‘Isaac Asimov, writing as Paul French’.

8. John Lange

Hij was de man die het voor elkaar kreeg om tegelijkertijd met een boek (Disclosure), een film (Jurassic Park) en een televisieserie (ER) op de eerste plaats te staan. Toch begon Michael Crichton zijn schrijverscarrière onder verschillende pseudoniemen, terwijl hij Medicijnen studeerde. Later, met een klinkende status als bestsellerauteur, zou hij in een interview verklaren: 'Ik geloofde niet dat je van schrijven alleen kon leven.'

Crichton begon als John Lange en publiceerde onder dit pseudoniem acht boeken. Daarna stapte hij over op Jeffery Hudson en publiceerde* A Case of Need*, waarmee hij in 1969 de Edgar Allen Poe Award voor Best Novel ontving. In dat kalenderjaar 'debuteerde' Crichton onder zijn eigen naam met De Andromeda crisis, dat na verschijning direct werd bewerkt voor een verfilming.

Kort daarna schreef hij verder als John Lange, keerde vervolgens terug naar het schrijven onder zijn eigen naam en publiceerde tussen alle bedrijven de thriller Dealing samen met zijn broer. En je raadt het al, ook deze thriller werd uitgebracht onder een pseudoniem: Michael Douglas.

7. Mary Westmacott

Agatha Mary Clarissa Miller, beter bekend als Agatha Christie, schreef 66 detectives, twintig toneelstukken, vier non-fictieboeken en zo’n 150 korte verhalen. Maar een van de meest succesvolle auteurs aller tijden gebruikte ook een pseudoniem. Als Mary Westmacott publiceerde ze zes romans. Ter gelegenheid van Christies honderdste geboortedag schreef haar dochter Rosalind Hicks een artikel over de tijd dat de schrijfster onder de naam Mary Westmacott werkte. Dat verhaal is te vinden op de website van Agatha Christie.

Volgens Hicks gebruikte haar moeder in 1930 voor het eerst de schrijversnaam Mary Westmacott. Deze boeken ademden een geheel andere sfeer dan de bekende Agatha Christie-detectives. Christie had het pseudoniem ‘na enig denkwerk’ gekozen. Mary was Agatha’s tweede naam en Westmacott de achternaam van enkele verre verwanten. Ze slaagde er in om haar identiteit als Mary Westmacott voor bijna twintig jaar te bewaren. ‘Tot haar niet geringe plezier’, schrijft Hicks boekten haar romans een bescheiden succes.

Giant’s Bread was de eerste van de zes Westmacott-boeken. Daarin vertelt ze het verhaal van Vernon Deyre, zijn jeugd, zijn familie, de twee vrouwen die hij beminde en zijn obsessie met muziek. Hicks: ‘Mijn moeder was geïnteresseerd in moderne muziek en probeerde in dit boek de gevoelens en ambities van zowel de componist als de zanger erin te verwerken. Haar uitgever was niet zo enthousiast over dit andere pad dat mijn moeder bewandelde omdat ze in die tijd naam begon te maken met haar detectives. Maar de uitgever hoefde zich geen zorgen te maken: in 1930 publiceerde ze zowel The Mysterious Mr. Quin als Murder at the Vicarage, het eerste Miss Marple-avontuur. In de daaropvolgende tien jaar schreef ze niet minder dan zestien Hercule Poirot-romans.’

Haar tweede Mary Westmacott-boek, Unfinished Portrait, kwam uit in 1934 en tien jaar later publiceerde ze Absent in the Spring. Dat laatste boek schreef ze in drie dagen tijd. In haar autobiografie schreef Christie: ‘Dit was het boek dat ik altijd wilde schrijven. Het gaat over een vrouw die een compleet beeld van zichzelf heeft, wat voor vrouw zij is. Maar daarin vergist ze zich compleet in. Door haar eigen daden en acties komt ze zichzelf tegen en ze herkent zichzelf niet.’

Twee jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog volgt The Rose and the Yew Tree, ook een van Christies favorieten én van haar dochter. Maar uitgeverij Collins zag er niets in. Daarom bracht de schrijfster die onder bij uitgeverij Heinemann, die ook de laatste twee boeken van Westmacott, A Daughter’s a Daughter (1952) en The Burden (1956) publiceerde. Het oeuvre wordt vaak omschreven als romantische fictie, maar Hicks vond dat niet helemaal terecht. ‘Het zijn geen ‘liefdesverhalen’ in de algemene zin van het woord, ze hebben zeker niet allemaal een ‘happy ending’. De verhalen gaan over de liefde in zijn meest krachtige maar ook meest destructieve vorm.’

Een columnist van de London Sunday Times onthult in 1949 de ware persoon achter het pseudoniem Mary Westmacott. Christie wist dat ze vroeger of later zou worden ‘ontmaskerd’, maar liever had ze had wat langer als Westmacott geschreven. Die boeken verschaften haar het gevoel van ‘absolute vrijheid’.

6. Lars Kepler

Het Zweedse auteursduo Lars Kepler, bestaande uit schrijversechtpaar Alexandra Coelho en Alexander Ahndoril die allebei al een carrière als gevestigd schrijver hadden, zette uitgevers wereldwijd op het verkeerde been door hun manuscript onder pseudoniem in te sturen. In een interview voor Crimezone vertelden ze: ‘We hadden een speciaal e-mailadres aangemaakt en de brief ondertekenden we met Lars Kepler. We wilden dat Hypnose zou worden beoordeeld op het verhaal, de plot, en niet op de auteurs die we al waren. Het klinkt ineens een beetje gek, maar wij vonden het echt een goed idee.’

Ze stuurden het manuscript van hun eerste thriller in naar een uitgever waar ze allebei eerder al een boek publiceerden. Hij was direct enthousiast, maar weigerde verder te lezen voordat hij wist wie er achter het pseudoniem schuilging. Het was uiteindelijk de wijze van groeten in de meegestuurde brief waardoor de uitgever een vermoeden kreeg wie er achter het pseudoniem Lars Kepler schuilging. Alexander en Alexandra sloten een deal met hun uitgever om hun identiteit bekend te maken, alleen als ze op voorhand te horen zouden krijgen dat hun boek werd uitgegeven. Het leverde hen negen miljoen kronen (omgerekend circa 1 miljoen euro) op.

In 2009 waren binnen enkele dagen de rechten van hun eerste thriller verkocht aan vijftien uitgeverijen. Bij introductie op de internationale boekenmarkt was het aanvankelijk niet bekend wie Lars Kepler precies was. In hetzelfde jaar werd een klopjacht geopend: er werden tiplijnen geopend op redacties van dagbladen, computeranalyses moesten uitsluitsel geven welke schrijver dit uit zijn pen had voortgebracht en Henning Mankell en andere Scandinavische schrijvers moesten publiekelijk bekennen niet onder pseudoniem te schrijven. Het schrijversechtpaar werd enkele keren gebeld door de pers, maar toch probeerden ze hen op een ander spoor te brengen.

Drie weken nadat Hypnose in de winkel lag, werd er ’s nachts aangebeld bij het buitenverblijf van de familie. Een journalist van de Zweedse krant Aftonbladet stelde de vraag die bijna op iedereens lippen brandde: Zijn jullie Lars Kepler? Niet veel later was het echtpaar paginagroot nieuws in de kranten en veroverde hun debuutthriller de eerste plek van de bestsellerlijst.

5. Marek van der Jagt

Een nieuw begin, dat betekende Marek van der Jagt voor Arnon Grunberg. De Nederlandse schrijver wilde ‘zichzelf opnieuw uitvinden’. Van der Jagt ontstond in oktober 1998 toen Grunberg zich volgens eigen zeggen ‘in veel opzichten in een crisis bevond: financieel, emotioneel en seksueel’. Hij verzon een alterego dat hem daarbij moest helpen. Zijn uitgever Reinjan Mulder zegt daarover:

‘Maar dat kon hij alleen maar als ik, zijn uitgever in die dagen, die nieuwe identiteit volledig zou respecteren. Al gauw stond boven de faxen die ik hem schreef dan ook niet meer ‘Beste Arnon’ maar ‘Geachte heer Van der Jagt’, en schreven we elkaar vrijwel alleen nog maar zwaar gefictionaliseerde brieven in de u-vorm.’

In 2000 kwam Van der Jagts eerste roman uit: De geschiedenis van mijn kaalheid. Hoewel Grunberg en zijn uitgever Reinjan Mulder er destijds alles aan deden om de ware identiteit van Van der Jagt verborgen te houden, bleek al snel dat het om een pseudoniem van Grunberg ging.

Van der Jagt won met het boek namelijk de Anton Wachterprijs. Deze prijs voor het beste schrijversdebuut werd uiteindelijk niet uitgereikt, Grunberg was immers geen debutant meer. Toch schreef Grunberg als zijnde Van der Jagt nog een brief aan de jury om zijn onvrede te uiten: 'U was van plan mijn boek te bekronen, niet mijn existentie.'

Van der Jagt bleef dan ook nog enkele jaren doorschrijven. Het alterego van Grunberg publiceerde in 2002 nog een tweede roman, Gstaad 95-98, en het essay ‘Monogaam’. Drie jaar later, in 2005, was in zijn essay over de filosoof Otto Weininger (‘Otto Weininger, of bestaat de jood?’) als laatste voetnoot te lezen: ‘Dit is het laatste boek waarop de naam Marek van der Jagt zal prijken. Hij heeft geen functie meer, en daarmee ook geen identiteit. Hij moet doen wat ik nog niet kan: sterven.’

Zo kwam er een einde aan het ‘leven’ van Van der Jagt, van wie in 2008 uiteindelijk nog een verzameld werk verscheen. Ik ging van hand tot hand. Verzameld werk werd door Reinjan Mulder samengesteld en bevatte een voorwoord van niemand minder dan… Arnon Grunberg.

4. Hendrik Groen

Na twee jaar speculeren is de identiteit van de bejaarde Hendrik Groen dan eindelijk onthuld. In 2014 verscheen zijn dagboek Pogingen iets van het leven te maken, waarin de mysterieuze schrijver het leven in een bejaardenhuis in Amsterdam-Noord beschrijft. Niet alleen inwoners van verschillende verzorgingshuizen in onze hoofdstad vroegen zich af wie nu toch die Groen was, ook jonge lezers én media en het boekenvak waren in de ban van het vraagstuk.

‘Is Hendrik Groen echt, of is het een pseudoniem van een onbekend of misschien wel gevierd auteur?’ vroegen zij zich af. De namen van schrijvers als Nico Dijkshoorn, Stijn Aerden, Paul Abels, Paulien Cornelisse, Arnon Grunberg en Carel Helder kwamen de laatste jaren voorbij. Ook Kluun, die op de boekpresentatie van dagboek nummer twee (Zolang er leven is) het eerste exemplaar van het nieuwe dagboek in ontvangst mocht nemen, ontkende.

Op 26 april 2016 werd de werkelijke identiteit van de ‘bejaarde’ auteur dan eindelijk onthuld. NRC Handelsblad maakte bekend dat het om de 61-jarige Peter de Smet gaat. De krant vernam dat van uitgever Henk Verweerd van uitgeverij Liverse, die de dagboeken eigenlijk wilde aankopen. De Smet koos uiteindelijk voor uitgeverij Meulenhoff.

Het mysterie heeft De Smet, die niet op de onthulling wil reageren (‘Ik zit gewoon niet te wachten op publiciteit’), uiteindelijk geen windeieren gelegd: van de twee dagboeken gingen tot nu toe in totaal 145.000 exemplaren over de toonbank. Let wel: in het Nederlands. Want de vertaalrechten werden tot nu toe aan maar liefst 25 landen verkocht. Bovendien is een tv-serie in de maak.

Liefhebbers van Groen hoeven niet te treuren: in Zolang er leven is kondigde de ‘oude man’ aan in 2016 een roman te gaan schrijven. Deze verschijnt eveneens bij uitgeverij Meulenhoff.

3. Robert Galbraith

In 2013 verscheen de eerste thriller van Robert Galbraith. Koekoeksjong kreeg van recensenten positieve recensies, maar was niet bepaald een kaskraker. Dat gebeurde pas nadat uitlekte dat J.K. Rowling, schrijfster van de Harry Potter-serie, achter het pseudoniem zat.

‘Ik verlangde terug naar het begin van een schrijverscarrière’, verklaart Rowling op de website van Galbraith. ‘Ik wilde weer kunnen werken zonder hypes of verwachtingen, en om onverbloemde kritiek te krijgen op mijn werk.’

Rowling koos Robert Galbraith als naam omdat de in 1968 vermoorde Amerikaanse politicus Robert Francis Kennedy een van haar helden is. En ze vindt Robert ook gewoon een mooie naam. En, ze heeft geen flauw idee waarom, maar als kind wilde ze graag Ella Galbraith genoemd worden. Ze verzon dat Galbraith een militaire achtergrond had, dat hij daardoor kennis had van de werkwijze van de Special Investigation Branche en dat het voor iemand die werkzaam was in de beveiligingsindustrie een goed excuus was om niet in het openbaar te verschijnen of zijn portret op de zijn boeken te laten afdrukken.

De onthulling dat Robert Galbraith als schrijver van Koekoeksjong niet bestond, was geen marketingstunt, benadrukt Rowling. Zij wilde maar wat graag niet ontmaskerd worden.

Maar haar geheim lekte uit door loslippigheid van haar advocaat. Rowling had in vertrouwen aan haar raadsman Chris Cossage laten weten dat zij eigenlijk Robert Galbraith was. De advocaat vertelde het aan een vriendin, die op haar beurt de pers inlichtte. In de Sunday Times van 14 juli 2013 werd het geheim onthuld. Rowling was ziedend. Ze sleepte Cossage voor de rechter, die bepaalde dat hij een boete moest betalen van duizend pond wegens privacyschending.

2. Suzanne Vermeer

In 2006 verscheen All-inclusive, het debuut van de totaal onbekende Suzanne Vermeer. Volgens de flaptekst woonde de 38-jarige auteur, geboren in Nijmegen, in Barcelona. ‘Ze’ schreef onder een pseudoniem ‘vanwege de gevoelige informatie in All-inclusive’. Vermeer was daarom ook niet beschikbaar voor interviews. Van de vakantiethriller gingen er zeventienduizend over de toonbank en het boek stond twintig weken in de bovenste helft van de Bestseller 60. Na het debuut zouden er nog negen boeken in de Suzanne Vermeer-reeks verschijnen (in totaal goed voor dik een miljoen verkochte exemplaren) tot aan het overlijden van thrillerschrijver Paul Goeken en bekend werd dat hij jarenlang de verhalen van Suzanne Vermeer optekende. Goeken was het brein en verantwoordelijk was voor het record van zeven titels tegelijkertijd in de Top 60 Spannende Boeken van 2011. Een eer die hij overigens deelt met de Amerikaanse bestsellerkanon Karin Slaughter.

Het Vermeer-geheim overleefde zelfs het Ernest van der Kwast-incident bij de nominatie van Cruise voor de NS Publieksprijs in 2010. Van der Kwast claimde in een persbericht de auteur achter het pseudoniem Suzanne Vermeer te zijn. Voor het eerst in vier jaar stuurde uitgeverij A.W. Bruna een officiële reactie uit en ontkrachtte het gerucht in alle toonaarden.

In samenspraak met de familie van Goeken werd na zijn dood besloten een andere schrijver (of schrijvers) door te laten gaan met de reeks onder de naam Suzanne Vermeer. Inmiddels staat de teller op 18 titels. Na en naast Suzanne Vermeer doken ook andere auteurs op het succesvolle vakantiethrillerconcept, waaronder Linda van Rijn (ook een pseudoniem), Kiki van Dijk (een pseudoniem van Monique Koemans) en Jet van Vuuren (geen pseudoniem).

1. Elena Ferrante

Elena Ferrante is het pseudoniem van een Italiaanse schrijfster, die ondanks haar mysterieuze identiteit ook wel de belangrijkste schrijfster van haar generatie wordt genoemd. Zij is de enige in onze lijst waarbij de onthulling wél plaatsvond maar nog niet werd bevestigd. Het blijft wat dat betreft nog steeds gissen naar de ware identiteit van Ferrante.

Haar eerste boek kwam uit in 1993 en sindsdien volgden er nog acht romans. In 1993 verscheen de eerste vertaling al in Nederland, maar pas sinds het overweldigende succes van haar zogenaamde ‘Napolitaanse romans’ is haar bekendheid toegenomen. Met De geniale vriendin startte Ferrante in 2013 een vierluik, waarvan deel twee (De nieuwe achternaam) in 2015 verscheen. Deze week verscheen het derde boek Wie vlucht en wie blijft, waar door veel lezers naar uitgekeken werd.

'Ik geloof dat boeken, als ze geschreven zijn, hun auteurs niet meer nodig hebben,’ is de verklaring die Ferrante zelf geeft voor haar keuze om onder pseudoniem te schrijven. Hoewel het haar in het begin van haar carrière wellicht niet meteen geholpen heeft (ze bleef buiten Italië relatief lange tijd onbekend), lijkt het mysterie nu bij te dragen aan haar succes. Dit jaar werd zij al genomineerd voor de Man Booker International Prize en stond ze op de lijst met de honderd meest invloedrijke personen van het Amerikaanse tijdschrift Time.

Toch komt aan de in nevelen gehulde identiteit van de schrijfster binnenkort misschien wel een einde: er wordt al druk gespeculeerd over de ware persoon achter de naam Ferrante. In maart zou zij al ontmaskerd zijn en wel door een van haar collega’s. Achter het pseudoniem zou de 70-jarige Marcella Marmo schuilgaan. Zij is docente Moderne Geschiedenis aan de Universiteit van Napels. Volgens Marco Santagata (68), zelf oud-student en nu docent Italiaanse literatuur in Pisa, zijn er verschillende aanwijzingen in De nieuwe achternaam die samen het bewijs vormen voor zijn gedurfde uitspraak. Zo beschrijft hoofdpersonage Elena Greco haar tijd als studente aan de Universiteit van Pisa en de manier waarop zij als dochter van een arme familie toch in aanmerking kwam voor een studiebeurs. Hetzelfde overkwam Marmo zelf. Ook de beschrijvingen van het tijdsbeeld kunnen alleen van iemand komen die daadwerkelijk die periode in Pisa beleefd zou hebben. Bovendien is Marmo gespecialiseerd in de geschiedenis van de camorra, de Napolitaanse tak van de maffia die in de Geniale vriendin-cyclus een hoofdrol vervult. Natuurlijk ontkennen Marmo en haar uitgever stellig.

Reacties