Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Unni Lindell: ‘Misdaadverhalen zijn sprookjes voor volwassenen’

Met gemiddeld drie boeken per jaar is Unni Lindell (1957) een van de meest productieve schrijfsters die Noorwegen kent. Vanaf haar debuut in 1986 produceerde zij meer dan 70 boeken voor kinderen en volwassenen. Kookboeken, bundels korte verhalen, romans en thrillers. Het laatste genre geniet haar voorkeur omdat ze, volgens eigen zeggen, in misdaadromans kan schrijven over mensen die ver van haar eigen belevingswereld afstaan. Veel maakt dat overigens niet uit, want alle personages in haar boeken hebben goede en zwakke kanten. Ook haar hoofdpersonen politie-inspecteur Cato Isakson en zijn vrouwelijke collega Marian Dahle die een moeizame werkrelatie met elkaar onderhouden. Of daar in Lindells nieuwste thriller, Duivelskus, die volgende week verschijnt, verandering in is gekomen, is de vraag, want onvoorspelbaarheid is een van de kenmerken van Lindells thrillers.

Haar haardos is zonder meer weelderig te noemen, haar vuurrode lipstick uitbundig. Ze staan in schril contrast met haar bijna verlegen manier van praten. Niet dat Unni Lindell enige reden heeft tot bescheidenheid want haar boeken zijn bestsellers, in twaalf talen vertaald, vele malen bekroond en inmiddels ook met succes verfilmd. Het zou haar zelfvertrouwen grootse vormen moeten doen aannemen. Maar bescheidenheid zit nu eenmaal in het karakter van Unni Lindell. Ze weet wat ze kan, maar uit dat liever in stilte, achter haar computer, dan in het openbaar.

Alleen in de meisjeskamer
Unni Lindell werd geboren in Oslo in 1957. Zij was, volgens eigen zeggen, een eenkennig kind dat het liefste alleen in haar meisjeskamer zat. Het eerste boek dat zij zelfstandig las was Pippi Langkous. Unni’s bewondering voor de fantasiewereld van Pippi was grenzeloos, maar ze wist zeker dat zij zelf ook zo’n boek kon schrijven. Zo besloot de jonge Unni al op haar 8e dat zij ooit schrijfster zou worden. Als tussenstap naar een carrière als romancier werd Unni na haar studie journaliste. Maar ze was het grote doel in haar leven niet vergeten en in 1986, kon ze op 29-jarige leeftijd trots haar eerste boek ten doop houden.
Lindell: “En tien jaar na mijn debuutroman publiceerde ik mijn eerste thriller. Mijn hoofdpersoon, inspecteur Cato Isaksen, was geen doorsnee man. Hij had diverse kinderen bij verschillende vrouwen. Hij besloot van zijn vrouw te scheiden en in een later boek hertrouwde hij haar. In het vijfde boek, Honingval, gaf ik hem een nieuwe collega: Marian Dahle. En in haar zie je voor het eerst een aantal van mijn eigen karaktereigenschappen. Ze is slim en zowel sterk als kwetsbaar. Ze heeft wel wat weg van Lisbeth Salander. Voor mij was het fijn om over haar te schrijven. In de eerste plaats omdat ik veel van mijn eigen gevoelens in haar kwijt kon. En in de tweede plaats omdat ik vanuit het perspectief van een vrouw kon schrijven in plaats vanuit het perspectief van een man zoals in mijn eerste boeken.”

Bewuste keuze voor een man
Dat Lindell haar misdaadserie startte met een mannelijke hoofdpersoon was te danken aan haar tegendraadsheid en haar behoefte zich te onderscheiden. Lindell: “Voor 1990 was de Scandinavische misdaadliteratuur niet meer dan pulp fiction. Wegwerpamusement. De kranten bespraken destijds nauwelijks misdaadromans. Dat is veranderd in het begin van de negentiger jaren. Toen explodeerde de markt en begonnen de kranten thrillers te zien als serieuze literatuur. Veel vrouwen begonnen met het schrijven van thrillers en zij kozen vrijwel allemaal voor vrouwelijke hoofdpersonen. Ik vond dat allemaal wat te veel van het goede. En daarom heb ik voor een mannelijke hoofdpersoon gekozen toen ik met het schrijven van thrillers begon. In principe is Cato Isaksen een doorsnee man. Niets bijzonders. Als je het politiebureau in Oslo binnenwandelt zie je veel Isaksens rondlopen. Hardwerkende mannen die zo goed en kwaad als het gaat proberen hun vaak schokkende werk met een privéleven te combineren. En dat is niet gemakkelijk. Als je ’s morgens een gemarteld lijk hebt gevonden en je bent in een mortuarium geweest waar ook kleine kinderen liggen, is het moeilijk om bij het avondeten met je eigen vrouw opgewekt de dingen van alledag met elkaar te bespreken. Isaksen is dus een heel herkenbaar en realistisch karakter. Maar niet echt sympathiek. Als tegenpool bedacht ik later Marian Dahle, in wie ik veel van mijzelf kwijt kon.”

Scandinavische traditie
Lindell vindt van zichzelf dat ze keurig past in de Scandinavische traditie. Dat wil zeggen dat zij ook boeken schrijft waarin de personages hun werk meenemen naar huis en dat zij de problemen van thuis meenemen naar hun werk. Bovendien spelen sociaal maatschappelijke zaken veelal een grote rol. “Jazeker, ik pas totaal in de Scandinavische traditie waar Sjowall en Wahloo in de jaren zeventig in Zweden ooit de aftrap voor hebben gegeven. In Amerika draait het meer om heldendom. Daar heb je de “good guys”en de “bad guys.” Zij bevechten elkaar op leven en dood. In de meer menselijke Scandinavische boeken, en dus ook in mijn boeken, gaat het meer om doodgewone mensen. Ik vind het ook veel interessanter om over kleine steden en doorsnee mensen te schrijven dan over actiehelden die door parkeergarages scheuren met hun auto. In Noorwegen is die “menselijke” trend pas in de jaren negentig opgepakt. Terecht. Daarom besteed ik ook veel aandacht aan het beschrijven van mijn karakters. Maar ook de sociaal-maatschappelijke kant is voor mij erg belangrijk. In mijn nieuwe boek De duivelskus beschrijf ik een vrij kleine gemeenschap, een klein dorp, met een moeder van drie kinderen die het bos in gaat om bloemen te plukken en die niet terugkomt. Ik laat de moeder vermoorden en daar had ik het tijdens het schrijven moeilijk mee. Het is zo verschrikkelijk om kinderen alleen achter te laten, zonder moeder. Ik ken het gevoel omdat mijn ouders tijdens mijn jeugd zijn overleden. Om het leed te compenseren heb ik ditmaal een feelgood-draai aan het verhaal gegeven. Vrouwelijke lezers willen niet alleen over actie en stuntwerk lezen, maar ook over familieverbanden en psychologische relaties tussen mensen.”


Foto boven: Unni Lindell was eerder dit jaar in Amsterdam, met collegaschrijvers Sofie Sarenbrant, Thomas Enger en Viveca Sten.

Eenling en dromer
Veel van de personages in de boeken van Unni Lindell zijn vrouwen die exceptioneel sterk zijn ondanks het feit dat het leven niet altijd goed voor hen is. Ook de slachtoffers in Lindells boeken zijn veelal vrouwen. In Duivelskus is dat niet anders. Vivian Glenne, eind dertig en moeder van drie kinderen, wordt vlak bij haar huis dood aangetroffen. Lindells vaste speurders Marian Dahle en Cato Isaksen gaan op onderzoek uit, evenals Vivans 15-jarige zoon Dan. Het is een schok voor de jongen die diepe impact zal hebben op zijn leven. Ook dat is een vast gegeven in de boeken van Lindell. Het heden van de personages wordt in grote mate bepaald door hun jeugd, milieu, opvoeding en eventuele ingrijpende gebeurtenissen. Lindell: “Ik ben er zeker van dat de jonge jaren bepalend zijn voor het karakter van een man of vrouw op latere leeftijd. Iemand die in een sfeer van criminaliteit is opgegroeid, loopt een aanzienlijk grotere kans om later zelf ook crimineel te worden. Kinderen moeten met veel liefde en warmte worden grootgebracht in een beschermde sfeer. Dan pas krijg je evenwichtige mensen. Mijn jeugd heeft ook invloed gehad op mijn karakter. Ik was als kind een eenling, een dromer. Mijn ouders stierven op jonge leeftijd. Ik was als kind erg kwetsbaar. En die gevoelens van eenzaamheid en alleen op de wereld staan, hebben mij gevormd tot wie ik ben. Nog steeds houd ik ervan om alleen te zijn. En wat mijn gevoelens van kwetsbaarheid betreft, die kan je in mijn boeken terugvinden, al heb ik ze natuurlijk toegeschreven aan mijn fictieve personages. Veel van wat ik tegenwoordig voel en denk, kan je ook terugvinden in de figuur van Marian Dahle.”

Marian Dahle
“Marian Dahle heeft de hoofdrol overgenomen van Cato Isaksen. Het is sluipenderwijze gegaan. Als 3-jarig meisje kwam Marian van Korea naar haar adoptieouders in Noorwegen. Ze had een moeilijke jeugd, waardoor ze perfect geschikt is voor haar baan bij de politie. Ze snapt de gedachtegang van mensen die door omstandigheden op het criminele pad zijn beland. Ze is slim en een goede speurneus, maar op een bepaalde manier is ze gek. Zo trekt ze bijvoorbeeld een jurk van een vermoorde vrouw aan, om dingen te kunnen “voelen”. Ik vind het heerlijk om over haar te schrijven, juist omdat ze een beetje gek is. In mijn nieuwste boek drinkt ze te veel. Volgens mijn vrienden bij de politie zijn er in werkelijkheid veel agenten die dat doen. Vanwege de stress. Normaliter gaat ze geheel haar eigen weg, maar in mijn laatste boek heeft ze de keuze gekregen om zich aan te passen. Zo niet, dan moet ze weg bij de politie. Een heerlijk dilemma voor het verhaal.”

De moordenaar in mij
In zeker opzicht vormen de boeken van Lindell een soapserie op papier. Er wordt een doorlopend verhaal verteld met vaste personages. De personages maken veel mee op hun werk en in hun priveleven. Ook hun liefdesleven is roerig, zoals dat in een kwaliteitssoap de gewoonte is. Lindell heeft er een miljoenenpubliek mee opgebouwd. Reden om tijdens het schrijven de wensen van de lezer in het achterhoofd te houden. Lindell: “Nee, ik houd in dat opzicht geen rekening met mijn lezers, die voor het merendeel vrouwen zijn. Maar ik ben natuurlijk zelf een vrouw en ik schrijf over dingen die ik als vrouw zelf ook graag zou lezen. Om de dingen te schrijven die ik schrijf, moet je volgens mij kinderlijk naïef zijn, omdat misdaadverhalen sprookjes voor volwassenen zijn. Ik ben een bangelijk iemand en voor de enge situaties die ik beschrijf, put ik direct uit mijn eigen angsten. Ik schrijf dus bijna lijfelijk. De angsten, maar ook de woede van mijn personages komen uit mijzelf.
Enkele jaren geleden heb ik een kijkje genomen in een Nederlandse vrouwengevangenis, hier in Amsterdam. Daar zaten vrouwen van alle standen en rangen die allemaal iemand vermoord hadden. En dat terwijl je verwacht dat het meestal mannen zijn die moorden plegen. Maar er schuilt een moordenaar in iedereen. Ook in mij. Als iemand mijn kinderen iets aandeed, zou ik hem kunnen vermoorden. Uit wilde woede. Iedereen heeft onbewust ultieme grenzen. Als die gepasseerd worden, kan er van alles gebeuren.”

Woede en jaloezie zijn inderdaad veel voorkomende motieven voor moord. In veel boeken van Lindell worden ex-mannen verdacht van moord. Lindell moet er om lachen: “Haha, zeker weten. Ik haat ex-echtgenoten. Niet uit eigen ervaring, hoor. Ik ben al 43 jaar met dezelfde man getrouwd. Maar ik heb in mijn boeken verdachten nodig en in de realiteit blijkt dat de meeste vrouwen door hun echtgenoot of ex-echtgenoot te zijn vermoord. Logisch dat ze verdacht worden. Dat is ook in Duivelskus zo.”

Alleen in Oslo
De middelbare Unni van nu is niet veel anders dan het kleine meisje van vroeger. Om te schrijven was en is er voor haar geen betere manier te vinden dan afzondering. Unni Lindell: ”Ik heb een klein appartement in Oslo dat ik uitsluitend gebruik als schrijfhok. Daar kan ik me helemaal uitleven. Als ik bezig ben aan een nieuw boek woon ik daar maandenlang in mijn eentje. Heel geïsoleerd. Dan heb ik totaal geen sociaal leven. Ik zie geen vrienden of kennissen. Ik denk alleen maar aan mijn boek. Het voordeel is dat ik helemaal opga in mijn karakters. Eerst zijn ze abstract, maar in mijn verbeelding komen ze steeds meer tot leven. Vanwege mijn isolement worden het echte levende wezens met wie ik communiceer. Ik heb iets kinderlijks als ik aan het schrijven ben. Ik geloof op dat moment wat ik schrijf, zoals kinderen geloven in de werkelijkheid van sprookjes als ze die horen.”

Romantisch idee over schrijvers
“Op dit moment worden er televisiefilms van mijn boeken gemaakt en de acteur die Cato Isaksen speelt is in Noorwegen heel beroemd. Een sympathieke man met een fijne stem. Als ik aan het schrijven ben hoor ik zijn stem. En het is aan die sympathieke acteur te danken dat mijn romanpersonage Cato ook steeds aardiger wordt. Cato was in mijn eerste boeken vrij
onaardig tegen zijn vrouw en zijn familie. Helaas ken ik veel mannen die net zo zijn als Cato. Macho’s die steeds een jongere vrouw willen. Maar goed, doordat ik steeds de stem van de aardige acteur hoor tijdens het schrijven, wordt mijn romanpersonage Cato automatisch ook aardiger. Heel vreemd dat de acteur onbewust de positieve verandering van mijn romanpersonage in werking heeft gezet. Ik vind schrijven overigens moeilijk. Ik vergelijk het met topsport. De mensen die mij op een krantenfoto zien met een glas champagne in mijn hand tijdens de presentatie van een boek, hebben geen flauw idee hoe hard ik moet werken. Men heeft een romantisch idee van een schrijver. Maar het schrijven van misdaadromans is absoluut niet romantisch. Totaal niet!!! Het is hard werken in pure eenzaamheid.”

Aanwaaiende ideeën
Hard werk of niet, over ideeën hoeft Unni Lindell niet te klagen. “Sommige schrijvers zeggen dat ze soms moeten wachten op inspiratie. Dat vind ik flauwekul. Gewoon op een vast tijdstip achter je computer gaan zitten en gaan schrijven. Gelukkig komen de ideeën mij aanwaaien. Zo was ik op een dag in mijn huis aan het schoonmaken terwijl buiten de ijscoman met zijn bel klingelde om aandacht te trekken. Ik liep naar het raam en zag dat de kar omringd werd door kinderen met ijsjes in hun hand. En plotseling dacht ik bij mezelf: “O hemeltjelief, er staat een vrieskast in zo’n ijscokar. Voordat ik het wist, ontrolde het hele verhaal zich voor me. Toen moest het alleen nog opgeschreven worden. Dat kostte me een half jaar, haha. Maar het idee voor Honingval was er in een flits. Een moderne versie van het sprookje De rattenvanger van Hamelen, zou je kunnen zeggen. Maar zo gaat het met ieder boek.”

Thema’s
“Ik heb geen favoriete thema’s of motieven, maar mijn boeken hebben wel met elkaar gemeen dat ze over kwetsbare mensen gaan. Ik schrijf dus veel over kinderen, de meest kwetsbare groep die er bestaat. Zoals ik al zei, ik ben een bangelijk iemand en de dingen die kinderen kunnen overkomen, boezemen me oprecht grote angst in. Ik denk dat ik daarom de angst ook goed kan overbrengen op de lezer. Het liefste beschrijf ik de psychologie van de personages.
Ik beschrijf dingen die me emotioneel raken. Dat geldt ook voor landschappen en kleuren.
Ik wil dat lezers mijn verhalen kunnen visualiseren. Dat ze de decors voor zich zien, dat ze zich een speler in mijn verhaal wanen. Maar een plot is natuurlijk ook heel belangrijk. Ik wil mijn verhalen zo spannend maken dat de lezer per se wil weten hoe het afloopt. In dat opzicht heb ik soms het gevoel dat schrijvers van gewone romans heel wat kunnen leren van misdaadauteurs. Taalkundig zijn ze goed, maar een boeiend verhaal vertellen beheersen ze minder. En thrillerauteurs moeten per definitie verrassende verhalen schrijven, anders zou het publiek hen niet lezen. Een dergelijke dwang hebben romanciers niet.”

Beroemdheid
“Waar ik me het meest over verbaas is dat je als schrijver van boeken net zo beroemd kan zijn als een filmster. Ik word door tal van bladen gevraagd om mijn mening te geven over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik word constant door tv-zenders gevraagd om mijn licht te laten schijnen over de misdaad in Noorwegen of over allerlei maatschappelijke misstanden. Ik word gevraagd om in een tv-programma te dansen. Ik word gevraagd feestjes bij te wonen. Het is bizar. Als ik overal ja op zou zeggen, zou ik niet meer aan schrijven toekomen.”

Duivelskus verschijnt rond 10 oktober bij uitgeverij Q.



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Unni Lindell: ‘Misdaadverhalen zijn sprookjes voor volwassenen’

 

Gerelateerd

Over

Unni Lindell

Unni Lindell

Unni Lindell (Oslo, 1957) hoort bij de beste auteurs van Noorwegen. Voor haar misdaadromans wordt ze ook wel geroemd als de Noorse Queen of Crime. Voorheen werkte ze als freelance journalist, waa...