Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Jet (her)leest klassiekers: Marcels thee en het zompige koekje

door Jet Steinz 6 reacties
"Er was een tijd dat ik vroeg ging slapen," zijn de eerste woorden van Marcel Prousts 'Du côté de chez Swann' (1913) — ‘Swanns kant op’, zoals de titel luidt van de vorige maand verschenen vertaling van Martin de Haan en Rikus Hofstede.

Het is het eerste deel van À la recherche du temps perdu (‘Op zoek naar de verloren tijd’), Prousts autobiografische roman-fleuve die bestaat uit zeven delen, twaalf boeken, drieduizend bladzijden en één miljoen woorden. In Combray, het eerste boek van het eerste deel, is een ik-figuur aan het woord (Marcel) die herinneringen ophaalt aan de zomers die hij doorbracht in het Normandische plaatsje Combray. En in het eerste hoofdstuk van het eerste boek van het eerste deel denkt Marcel, die zich in een toestand tussen slapen en waken bevindt, terug aan zijn moeder die hem geen nachtzoen gaf als er bezoek was — een traumatische jeugdervaring.

Het hoofdstuk eindigt met de befaamde madeleine-passage: Marcel vertelt hoe zijn herinneringen aan Combray worden getriggerd door de smaak van het geribbelde cakeje dat hij in lindebloesemthee doopt: "Die smaak, dat was de smaak van het stukje madeleine dat mijn tante Léonie me in Combray op zondagmorgen (want dan kwam ik vóór de mis niet buiten), wanneer ik haar ging begroeten in haar kamer, altijd aanbood na het in haar thee of kruidenthee te hebben gedoopt. […] En net als in dat spel waarbij Japanners in een met water gevulde porseleinen kom schijnbaar identieke stukjes papier dopen, die na onderdompeling direct opengaan, omkrullen, kleur krijgen en zich differentiëren in bloemen, huizen, welomlijnde en herkenbare menselijke figuren, zo zijn alle bloemen uit onze tuin en uit het park van Swann, en de lotussen van de Vivonne, en de kleine luiden van het dorp en hun woninkjes en de kerk en heel Combray en hun omgeving, alles wat nu vorm en vastheid krijgt, stad en tuinen, tevoorschijn gekomen uit mijn kopje thee."

Prousts Recherche-cyclus is een en al herinnering en nostalgie, associaties en mijmeringen. Marcel probeert de tijd stil te zetten, ‘te vinden’, maar wordt daarbij geconfronteerd met de vergankelijkheid van de tijd en de willekeur van het geheugen. Tegelijkertijd is het een verhaal van een kunstenaar in wording die zich staande probeert te houden temidden van de Franse elite tijdens het fin de siècle, met zijn ouders botst en zowel de hetero- als homoseksuele liefde ontdekt.

Toen ik vannacht wakker lag — ik was zeker niet vroeg gaan slapen, en ik lag nog lang te piekeren nadat ik het licht uit had gedaan — dacht ik aan Marcels thee en het zompige koekje. Vanochtend sloeg ik de vertaling open en herlas het eerste hoofdstuk. Althans, dat dacht ik. Want ik blijk Combray helemaal niet gelezen te hebben: de madeleine-scène is zó bekend dat ik zeker meende te weten dat ooit te hebben gedaan. Niet dus. En dat terwijl deze eerste pagina’s met de voor Proust zo kenmerkende meanderende zinnen, soepel vertaald door De Haan en Hofstede, me meteen grepen.

Het tweede boek van Du côté de chez Swann, Un Amour de Swann (‘Een liefde van Swann’), heb ik daarentegen wél gelezen, lang geleden. Hoofdpersoon is de joodse dandy Charles Swann, die ook figureert in de andere delen van de Recherche, voor Odette de Crécy, een enigszins vulgaire femme fatale. Un Amour de Swann kan goed op zichzelf worden gelezen (en wordt daarom ook vaak als los deel uitgegeven), maar vormt tegelijkertijd een mooie introductie tot de rest van de cyclus: de beschrijving en analyse van Swanns obsessieve liefde voor een vrouw — die, zo zegt hij zelf, "ik niet aantrekkelijk vond, die mijn type niet was!" — vormt een voorafschaduwing van Marcels eigen hopeloze relaties met Gilberte (de dochter van Swann en Odette, die in het derde boek, Noms de pays: le nom, toch met elkaar getrouwd blijken te zijn) en Albertine (die hij in een volgend deel ontmoet). Daarnaast geeft het boek ook een voorproefje van Prousts fijne ironie waarmee hij in de Recherche op subtiele wijze de spot drijft met het snobisme van de Franse haute société

De nieuwe vertaling is een mooie aanleiding om Un Amour de Swann te herlezen. En om Combray en Noms de pays: le nom eindelijk eens te gaan lezen. Tijdens een lange, slapeloze nacht. Met een kopje thee, en een ‘Belgische koek’. Iets wat ik altijd at tijdens de vakanties in ons huisje in de Ardennen, vroeger.



Over de auteur

Jet Steinz

616 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Jet (her)leest klassiekers: Marcels thee en het zompige koekje

 

Gerelateerd

Over

Marcel Proust

Marcel Proust

Marcel Proust (1871-1922) was een Franse romanschrijver, essayist en criticus. Zijn belangrijkste werk is Op zoek naar de verloren tijd (À la recherche du temps perdu).