Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Vuurpijlen vangen

'Vuurpijlen vangen' is het fenomenale debuut van de Duitse actrice Karen Köhler (1974). Uitgeverij Podium won de Nederlandse rechten van dit boek. Exclusief op Hebban Kort het titelverhaal uit de bundel.

VUURPIJLEN VANGEN

1

Je hebt me de zegelring van je nazi-opa in de hand gestopt met

het verzoek hem in zee te gooien. Of ergens anders in het water.

Omdat jij het niet kon. Toen heb ik gezegd: Dat doe ik niet, het

is immers niet mijn rotfamilie, ik heb zelf lijken in de kast en die zit

helemaal vol, de jouwe passen daar niet ook nog bij.

Ik heb de ring bij mijn plastic spin en andere enge dingen in mijn

griezelkist gelegd en hem voor je bewaard. Daar ligt hij nog altijd.

Er is een tweede bij gekomen.

 

2

Hoewel we allebei een naam hebben, een heel normale zelfs, dus

geen superstomme als Babsi of Horst of zo, gebruiken we die onder

elkaar niet. Wij hebben koosdingetjes. Jij zegt Krassiwaja. Ik

Libero. Libero, omdat je in mijn gedachten vrij bent. Niet omdat

ik aan voetbal of een of andere verdediging denk, zoals jij altijd

beweert. In mijn gedachten ben je Italiaans ook al ben je een halve

Roemeen. Italiaans en vrij, als een partizaan in de bergen of zoiets.

Soms breken we op de bergkam een brood en kaas, zonder een

mes te gebruiken, en duiken weg voor de wolken. Achter ons een

explosie. Ze krijgen ons niet. Nog in geen duizend jaar.

Krassiwaja, omdat, geen idee waarom. Omdat ik met mijn hoofd

in het heelal loop en met mijn voeten nog maar net de grond raak.

Mijn blik altijd gewichtloos.

Ik wilde kosmonaute worden en heb verstand van parachutes, omdat

onderweg ooit mijn vleugels zijn afgebroken. Ik moet toen een

jaar of elf, twaalf zijn geweest.

 

3

Toen we tijdens een wandeltocht, doornat van de regen, midden in

een bos een grot vonden – het begon al donker te worden, we hadden

het koud en de volgende herberg was nog vijftien kilometer ver

weg – stelde ik voor om in die grot te overnachten. En jij zei: Nee,

omdat je bang was dat er een slapende beer in zou zitten, en ik wenste

dat je dapperder was, een krijger, een cowboy, een indiaan die mijn

eigen angst met pijlen aan flarden zou hebben geschoten. Dus moest

ik vooroplopen en met de beer vechten tot jij tussen stalagmieten en

stalactieten op de modderige bodem van de grot in slaap viel.

 

4

In de zomer bombarderen we elke vrijdag tussen vijf uur ’s middags

en half negen het park met jeu de boules-ballen.

 

5

Als we op onze herenfietsen langs Sugar komen, de mooiste hoer

van de tippelzone, stoppen we met piepende remmen en informeren

naar haar eksteroog. Dat heeft ze gekregen van haar rode

plateauschoenen en ze heeft er al weken vreselijk last van. Sugar is

heel mooi. Eigenlijk heet ze Satwan en is ze ooit een man geweest.

Tegenwoordig heeft ze een design-clitoris van een topchirurg uit

Bangkok en ze doet de beste blowjob in de stad. Beweert ze. We

geloven haar en hoeven geen bewijs.

 

6

Zigeunerjong, zei je zegelringloze opa en daarmee bedoelde hij jou.

We breiden de mooiste heldenguirlandes rond de foto van je vader,

over wie niemand praat. We fantaseren dat hij is gaan varen

nadat hij je moeder heeft verlaten. En zich niet, zoals zij beweert,

in het bos aan een boom heeft opgehangen. Een graf, een graf, wat

is nou een graf. Een naam op een steen, meer niet. We drinken op

zijn gezondheid en jouw wortels, en we smijten glazen tegen de

muren tot je medebewoner schreeuwt dat we hufters zijn. Vieze

hoer, zei je nazi-opa tegen zijn eigen dochter. Daarop haalde jij

doelgericht uit, mikte, sloeg raak, en de volgende dag verliet je

het dorp. Daarvoor heb ik later een ereoorkonde voor je in elkaar

geknutseld en een zweminsigne op je rode T-shirt genaaid.

 

7

Meteen de eerste dag had ik tegen je gezegd dat je niet verliefd op me

moest worden. En toen je dat toch deed, heb ik je een klap verkocht.

 

8

We hadden uitgerekend dat we met je Vespa in 21,3 dagen bij de

Zwarte Zee zouden zijn. Als we langzaam reden. We hebben 43

dagen nodig gehad en zijn buikslaper geworden. In Hongarije kregen

we onze ruzie en bijna was ik teruggegaan. Maar het was volle

maan en Donau, en jij kwam met de musici aanzetten: Mesečina,

Mesečina en toen kon ik niet meer en ben je om je hals…

 

9

Mixtape

Kant A (jouw kant)

Francoise Hardy / ‘Oh Oh Chéri’

Ernst Busch / ‘Heimlicher Aufmarsch’

Bregović / ‘Mesečina’ en ‘Edelezi’

Jacques Brel / ‘Ne me quitte pas’

Danzig / ‘Mother’

D.A.D. / ‘Sleeping my day away’

The The / ‘Love is stronger than Death’

Jouw springerige choreografie maakte me duizelig.

Kant B (mijn kant)

Nouvelle Vague / ‘This is not a Lovesong’

Kim Wilde / ‘Cambodia’

Dead Kennedys / ‘Holiday in Cambodia’

Lard / ‘They’re coming to take me away (haha)’

Fugazi / ‘Waiting Room’

Pixies / ‘Debaser’

The Notwist / ‘Moron’

Nouvelle Vague / ‘Too drunk to Fuck’

 

10

Wanneer gaan jullie eindelijk trouwen?

Vraagt de een.

Waarom zijn jullie eigenlijk geen stel?

Vraagt de ander.

 

11

We dronken samen een fles Jameson en scholden op de wereld.

Daarna ging jij achter het drumstel zitten, ik greep de microfoon

en zong met pruik en zonnebril op eerst voor jou, op jouw beat

en daarna in de videocamera, tot ik verstrikt raakte in de microfoonkabel

en met camera en al op de grond belandde, waar ik

de slappe lach kreeg. Toen ik de volgende ochtend de opnames

bekeek, merkte ik dat we gezoend hebben voor ik in slaap viel en

jij op stop drukte.

 

12

Telefoontje:

Tring. Tring. Tring. Tring. Tring.

Jij, heel kortaf:

‘Ja?’

Ik:

‘Ik ben het.’

‘Mmm.’

‘Lig je nog in bed?’

Vijf seconden later jij weer:

‘Shit. Hoe laat is het?’

‘Zeg niet dat je nog in bed ligt.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat het verdomme half vier in de middag is. Daarom.’

‘Fuck. Echt?’

‘Ja.’

‘Oh, shit.’

Aanstekergeluid.

‘Afspraak verslapen?’

‘Yep.’

‘Iets belangrijks?’

‘Yep.’

‘Wanneer ben je vannacht eigenlijk verdwenen?’

‘Weet niet, het was al ochtend.’

Je rookt, ik luister, daarna ik:

‘Kan ik je fiets lenen? De mijne is gejat.’

‘Kom maar langs.’

‘We hebben gisteren gezoend.’

‘Yep.’

‘Was het lekker? Ik kan het me namelijk niet herinneren.’

‘Je was top, baby.’

‘Zak.’

‘Tot zo.’

 

13

Mijn verjaardag valt altijd in de winter. Elk jaar. Dat vind ik niet

fijn. Omdat ik elke keer een groot feest wil met al mijn vrienden

in het park of aan een meer met een vuur en buiten slapen en dat

soort dingen. Vorig jaar zomer belde je bij me aan, je haalde me

over om mee te gaan zwemmen en pootte me op de Vespa. Vanaf

het parkeerterrein tot aan de oever had je mij over je schouder

hangen en ik zong een kinderliedje. Toen er aan het meer een

feesttafel bleek te staan met daaraan onze vrienden, en toen iedereen

happy birthday zei, wist ik dat je gek bent en rende ik weg. Wat

een geluk dat jij sneller bent dan ik.

 

14

We maken alleen ruzie aan onze ruziemachine, een oude Olympia,

en de regels zijn als volgt:

Steeds maar één tegelijk aan het toetsenbord.

Er mag alleen worden geschreven en niet gesproken.

Steeds maar één zin, daarna is de ander weer aan de beurt.

De ruzieteksten worden bewaard in ordners die zijn voorzien van

jaartallen.

 

15

‘Handen omhoog!’ riep ik toen ik een overval pleegde op het café

waar jij achter de bar stond. Mijn agentenwaterpistool strak op

jou gericht. Je keek naar je baas, die allang al zijn vingers omhoog

had gestoken, daarop begon je te grijnzen, je legde je handdoek

neer en langzaam, tergend langzaam stak je je handen omhoog.

‘Dit is een ontvoering!’ zei ik met een knipoog naar je baas, ik

ving je verwilderde blik op, haalde over, trof je voorhoofd en beval

je achter de bar vandaan te komen. Buiten blinddoekte ik je, ik

zette een walkman op je hoofd en draaide je voor het café een paar

keer om je as om te zorgen dat je je oriëntatie verloor. Zigzaggend

ontvoerde ik je naar het station en daarna met de trein naar zee,

waar we ’s avonds aankwamen.

 

16

Kerst met je moeder. Je opa lag toen al onder de grond en je moeder

was eenzaam, dus nodigden we haar uit om kerst samen met

ons te vieren. Kerstavond bij jou met gans en rodekool, een kerstboom

en knoedels en wijn en gezang. Eerste kerstdag bij mij op de

bank met restjes van de vorige dag, koekjes en The Godfather i-iii.

De volgende dag was voor jullie en ik heb me toen in mijn eentje

eenzaam gevoeld.

 

17

Half bevroren stonden we met jouw oude hengeluitrusting in de

hand op de brug over het stadsspoor. Allebei een hengel. De lucht

was allang weer afgekoeld van het grote geknal, en toen hebben

we vuurpijlen in lege flessen gestoken en het snoer van onze hengels

vastgemaakt aan het houten stokje van de pijlen. Commencing

countdown, engines on. Synchroon hielden we onze aansteker bij

onze lonten. Vlug de hengels gegrepen. Drie. Twee. Eén. In toom

gehouden door de hengelsnoeren suisden de sissende pijlen moeizaam

de lucht in en explodeerden boven ons hoofd. We hebben

vuurpijlen gevangen. Dat was afgelopen oud en nieuw.

 

18

De waarom-ik-niet-je-vriendin-kan-zijn top-tien:

1. Je hebt maar één boek

2. Het boek heeft als titel Excel for Dummies

3. Je drinkt altijd

4. Je ruikt naar mijn vader

5. Je hebt geen doelen

6. In al je sokken zitten gaten

7. Je doet nooit ergens de dop op

8. Je gaat niet stemmen

9. Je zoenen smaken naar as

10. Je zult me verlaten

 

19

Gisteren heeft je moeder gebeld. Uit het ziekenhuis. Met jouw

mobieltje. Ik dacht dat jij het was en nam op met Waar blijf je nou,

idioot? waarop je moeder begon te huilen.

Ze zei dat ze een brief voor me had en dat je met een leeggepompte

maag in het ziekenhuis lag, op de intensive care, en dat

je huisgenoot je had gevonden. Toen wist ik waarom je ’s morgens

niet op de afgesproken plek was verschenen en ben naar je

toe gegaan.

 

20

Duizend slangetjes in je lichaam. Monitoren. Gepiep. Gepomp.

Jij in coma. De dienstdoende arts vertelde me dat je je had vergiftigd

met pillen. Je had niet meer geademd, je hersens hadden een

aantal minuten geen zuurstof gekregen, waardoor je nu in coma

lag, kunstmatig werd beademd en kunstmatige voeding kreeg.

Onduidelijk was of je ooit weer normaal zou worden. Niet erg

waarschijnlijk. Hij gaf me de volgende instructies:

– Praat op een rustige, vertrouwde toon met hem.

– Vertel hem prettige dingen.

– Monter hem op.

– Raak zachtjes zijn huid aan.

– Praat over vertrouwde namen en situaties.

Volgens de arts moet dat ervoor zorgen dat je voor het leven kiest

en misschien terugkeert, anders dan vroeger, dat wel, maar het

zou heel goed kunnen dat je na een intensieve revalidatie nog een

paar mooie jaren kon hebben, zij het verstandelijk beperkt en in

een rolstoel.

Ik heb je hand en je arm gestreeld. Op de plekken waar ik bij

je huid kon, tussen de buisjes en het verband. Ik heb op rus-

tige toon herinneringen voor je opgehaald, voor je gezongen,

een sprookje voor je bedacht en je daarna ongeveer een uur lang

uitgescholden. De ongelezen brief heb ik mee naar huis genomen.

 

21

Je afscheidsbrief:

Krassiwaja,

het spijt me.

Libero

 

22

Laffe zak!

Ik heb er genoeg van.

 

23

Vandaag is het vrijdag.

Wie gaat vandaag samen met mij het park bombarderen?

En volgende week?

En daarna?

Ik ken intussen de naam van alle verpleegsters.

 

24

Ik weet nu wat het poppenkopfenomeen is. En waar de stam zit.

Je bent niet teruggekeerd. Je moeder wilde een graf in de buurt. Ik

heb gezegd: Zeebegrafenis, hij hoort in de zee! en haar was het toen

om het even. Je hart is getransplanteerd omdat je zo’n verklaring

had.

Voor mij een bijna ondraaglijke gedachte: dat er nu ergens iemand

rondloopt met een Libero-hart.

 

25

De zeebegrafenis was waardeloos. Samen zouden we ons slap gelachen

hebben over je kotsende moeder en de kwezelende priester

aan boord. Maar ik stond daar alleen en dacht: hoe banaal is dit

alles. Ik voelde me ellendig omdat ik vond dat er iets plechtigs

moest gebeuren. Plons deed de urn en mijn mond trok scheef.

Ik voel me geamputeerd. Kun je niet net zo zijn als Jezus en binnenkort

weer verrijzen? Op een vrijdag, ja, dat zou ik niet meer

dan fatsoenlijk vinden.

 

26

Tijd is kauwgum die geen smaak meer heeft.

 

27

Ik heb alles verkocht, ook het drumstel, sorry. Je Vespa loopt lekker,

die neem ik mee. Je handschoenen liggen nog altijd onder het

zadel. Morgen komt de verhuiswagen. Iedereen vraagt: Waarom

Flensburg? Ik haal mijn schouders op en zwijg.

 

28

Ze heet Simone Michalski. Het viel niet mee om daarachter te

komen.

Ik woon in dezelfde wijk. Ze doet geregeld boodschappen in een

biowinkel. Hou je vast: met ingang van de eerste van de volgende

maand ga ik daar werken, als verkoopster. Voor halve dagen.

 

29

Ik ga elke dag wandelen aan zee. Je kunt er Denemarken zien.

Soms ga ik er met de Vespa heen, koop zoute drop en eet een hotdog

met een knalroze worst erin. Jij zou gek zijn op rode polser. Op

je sterfdag heb ik ’s nachts een lichtje op het water gezet en tegen

de zee staan schreeuwen.

 

30

Ik kijk haar aan en zoek naar een spoor. Een sprankje. Het erge

is: jij zou Simone niet mogen, dat weet ik zeker. Sinds een paar

maanden zien we elkaar één keer per week. Ze speelt miserabel

jeu de boules. Schaken kan ze ook niet. Het nieuwste is dat ze aan

nordic walking doet, met stokken en dat soort dingen. Eigenlijk

een wonder dat ze geen afstotingsverschijnselen heeft gehad.

 

31

Ik zit aan de ruziemachine en breek alle regels.



(Bron: uitgeverij Podium)



Over de auteur

Jean-Paul Colin

176 volgers
21 boeken
17 favoriet
Auteur


Reacties op: Vuurpijlen vangen

 

Gerelateerd

Over

Karen Köhler

Karen Köhler

Karen Köhler (1974) is actrice en woont in Hamburg. Ze debuteerde met de verhalenbundel Vuurpijlen vangen.