Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Zo Zondag #49: Carmien Michels

door Hebban Crew 2 reacties
In 'Zo Zondag' vertellen auteurs, uitgevers, redacteuren en andere boekenvakkers met een verhaal hun verhaal. Ter gelegenheid van de Poëzieweek vandaag een bijdrage van Carmien Michels. Een column over impliciete boodschappen.

Aangebrande witruimte

‘Als je wilt weten waar mensen wachten / dan moet je peuken zoeken’ las ik in de dichtbundel De zee heeft honger van Kira Wuck, toen ik een week geleden tijdens de beruchte stormdag vastzat in Utrecht. De avond ervoor had ik Kira’s kersverse worp geruild tegen de mijne, tijdens de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam.

Bij de bushaltes onder Utrecht Centraal lagen er die stormachtige donderdag zo veel peuken dat je je schoenen amper zag. Ik raapte ze een voor een op en schreef er een gedicht mee, dat eindigde op de parking van restaurette Schierzicht in Lauwersoog. Daar gaf ik de meeuwen de opdracht de peuken op te eten, want het was geen goed gedicht. Het stond bol van ongeduld, terwijl ik juist op zoek was naar rust.

De rest van de dag bracht ik al wachtend door in brasserie Rabarber in het gezelschap van Ernst Reijseger, de cellist met wie ik in de voormiddag een repetitie had afgerond en die net als ik en vele andere reizigers tussen ergens en nergens was gestrand. Hoewel we vrijwel onbekenden waren voor elkaar, voerden we urenlange gesprekken over alle mogelijke onderwerpen, gaande van wasverzachter tot de folteringen in Libië. Tussendoor belden we met onze geliefden. Toen de vrouw van Ernst ons het advies gaf af en toe niet te praten, nam ik de bundel van Wuck erbij, die met zo veel witruimte tegen me sprak dat ik er rustig van werd.

Op de vooravond van Gedichtendag was ik te gast bij een bibliothecaris die voor zijn verzameling boeken een extra huis had gekocht, dat hij vervuld met schroom en trots aan me toonde. Hij had een kamer gewijd aan Ivo Michiels, van wie hij van Het boek Alfa alle drukken bezat, behalve de vijftiende uit 1984. Bij zijn jarenlange zoektocht ernaar had hij zelfs de erfgenamen van Michiels ingeschakeld. Toen hij me uitnodigde voor een optreden, las ik het postscriptum onder zijn mail en keek ik in mijn boekenkast. Hij kreeg tranen in zijn ogen toen ik de felbegeerde druk uit 1984, een beduimeld vodje, ruilde tegen een aantal boeken die hij dubbel had. Tijdens de rondleiding in zijn boekenhuis viel mijn oog op een kunstboek, een dichtbundel waaruit alle woorden waren weggeknipt en waarin een aansteker aan de randen van de lege tekstvakjes had gelikt. Het kunstboek kreeg ik niet mee.

Op donderdag, Gedichtendag, kroonde het Antwerpse stadsbestuur Maud Vanhauwaert tot nieuwe stadsdichter. Tijdens haar aanstellingsspeech vroeg ze om meer witruimte in de al te luide, conflictueuze stad. Ze zei apolitiek te zijn, en stak haar ludieke speech vol met politieke steekjes. Zo zou ze zich aan geen enkele regels houden, tenzij aan de verkeersregels. Na een rits dodelijke ongevallen op risicokruispunten en verhoogde boetes voor fietsers laaien de discussies over het verkeer in de Scheldestad hoog op. In feite kan je hier niet apolitiek zijn, hooguit A-politiek: het nooit hebben over politiek, tenzij het over Antwerpen gaat, de stad die een grote ‘A’ als logo draagt en daarachter evenveel gezichten verbergt als letters in het alfabet.

Ik schrijf brieven aan mijn vrienden en familie terwijl ik me door deze drukke Poëzieweek van hot naar her rep, om af en toe tot mezelf terug te kunnen plooien. Op weg naar Ieper schreef ik een brief aan een vriendin die ik al een tijdje niet meer zag, geïnspireerd door mijn lievelingsgedicht van Hugo Claus. ‘Hoe het weer was in het land zonder jou? / Eerst daalde er nevel / over de betonnen bergen.’ Ik schreef haar dat Els Moors de nieuwe Belgische Dichter des Vaderlands was en Ozan Aydogan de nieuwe Nederlandse Kampioen Poetry Slam, dat ik aan een column schreef over impliciete boodschappen en dat de lucht zo grauw was dat het leek of de vogels wolkjes as uitademden.

Toen iedereen plots van de trein moest omdat er een brand was op de spoorlijn, stond ik pardoes, toevallig, oog in oog met mijn vriendin. We omhelsden elkaar en haastten ons weer elk een andere trein op. In een wagon vol mensen die zwijgzaam uit het raam keken, maakte ik mijn brief voor haar af, om hem thuis, in Antwerpen, op de post te doen.


Carmien Michels 
(1990) danst tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman We zijn water, die in 2013 bij de Bezige Bij verscheen en de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman Vraag het aan de bliksem verscheen in september 2015 bij Uitgeverij Polis. Daarnaast organiseert, presenteert, performt, jureert en doceert ze en werkt ze samen met artiesten van alle slag.

In 2011 won ze de Nederlandse NTR Radioprijs. In de finale van het Belgisch Kampioenschap Poetry Slam sleepte ze in 2014 de publieksprijs in de wacht. In januari 2016 won ze het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en in mei 2016 haalde ze brons op het Wereldkampioenschap in Parijs. In november 2016 werd ze Europees Kampioen Poetry Slam en Huisverteller van M Museum Leuven.

In 2016 rondde ze haar tweejarig onderzoeksproject Taalstimulering bij 0- tot 3- jarigen d.m.v. coaching non-verbale en verbale expressie van kinderverzorgers af aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. In 2017 werkte ze een vertaalslag van het coachingtraject uit voor anderstalige nieuwkomers, museumgidsen en NT2-docenten. Zo was ze ambassadeur van Antwerpen Vertelt en begeleidde ze anderstalige nieuwkomers in opdracht van Atlas, 11.11.11 en Adviescentrum Migratie. Sinds september 2017 is ze gastdocent aan de drama-afdeling van de hogeschool LUCA School of Arts te Leuven.

In november 2017 verscheen haar poëziedebuut We komen van ver bij Uitgeverij Polis. Ook bereidt ze met haar organisatie ARType vzw een nieuwe literaire muziektheaterproductie voor. Met hun vorige productie BARTóK toerden ze in Vlaamse huiskamers en cultuurcentra. Voor hun tweede productie, Voyeurs in BXL, verdiepen ze zich in de Belgische hoofdstad en werken ze samen met onder meer Vonk & Zonen en WALPURGIS.
www.carmienmichels.be

(c) Auteursfoto: Koen Broos

Eerdere afleveringen

Steven de Jong | Auke Hulst | Henk van Straten | Frieda Mulisch | Robbert Welagen | Jeroen Windmeijer | Roderick Leeuwenhart | Tomer PawlickiMilou Klein Lankhorst | Carlo Groot | Murat Isik | Renee Kelder | Martyn van Beek | Gerrit Janssens | Hannah Jansen Morrison | Anke Laterveer | Guido Eekhaut | Sander Verheijen | Bronja Hoffschlag | Fien De Meulder | Martijn Neggers | Claudia Schoemacher | Nathan Vos | Susan Juby | Stan de Jong & Koen Voskuil Christine Otten | Stine Jensen | Marnix Peeters | Sylvia Van Driessche | Alma Mathijsen | Carien Westerveld | Michiel Stroink | Ivan Wolffers | Dave Boomkens | Renate Breuer | Sien Volders | Susan van Eyck | Herien Wensink



Over de auteur

Hebban Crew

1908 volgers
3 boeken
3 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Zo Zondag #49: Carmien Michels

 

Gerelateerd

Over

Carmien Michels

Carmien Michels

Carmien Michels (1990) danst tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze ...