Blogpost: Peter de Zwaan

Boodschapjes

Het zal de leeftijd zijn dat reacties tegenwoordig vertraagd binnenkomen. Invallen idem dito. ‘Is niet erg,’ zeggen de mensen die het goed met me voorhebben (die zijn er, geloof dat nou eens), ‘het geeft niet wanneer het komt, áls het maar komt.’ Zoals jezelf vragen stellen over de vraag of een misdaadroman een boodschap moet hebben. Het onderwerp kwam weer eens langs in september en ik reageerde standaard met: ‘Jezus, nee toch’, waarna ik er geen seconde meer over nadacht.

Dat denken kwam pas deze week en ik heb geen idee wat de reden was, waarschijnlijk had het indalen twee maanden geduurd.

Ik dacht: waarom stelt iemand de vraag of een misdaadroman een boodschap moet hebben? Omdat hij/zij denkt dat dat eigenlijk moet?

Dit is het soort vraag waar ik veel last van kan hebben, het soort waar ik vaak te veel tijd aan besteed.

Moet dat, en waarom dan? Ben ik wel eens een boodschap tegengekomen waar ik iets mee opschoot?

Ik heb me een ongeluk zitten piekeren en mijn (voorlopige) conclusie is dat ik een zeer gelukkige hand van boeken selecteren heb, want ik kan me geen enkele boodschap herinneren die mijn leven veranderde of zelfs maar een schokje gaf.

Wel boodschapjes die zo voor de hand liggen dat ze clichés zijn geworden en clichés mag je negeren.

Je moet geen moord plegen, want inspecteur Arglistig krijgt je toch te pakken. Dat is zo’n cliché.

Als je geld jat, doe het dan goed en vertrek naar een ver land waar de inspecteur niet naartoe mag omdat er geen fonds voor grote reizen is.

Als je iemand een schop geeft (slaat, neerschiet) dan heb je een beste kans dat-ie een keer terugschopt (slaat, schiet), zorg dus dat het goed raak is.

Bedenk alle andere clichés zelf en probeer daarna een boek te pakken te krijgen waarin ze niet te veel in je zere oog springen. Die boeken zijn er, maar ze zijn dunner gezaaid dan de cliché-antwoordboeken omdat die nu eenmaal beter worden verkocht.

Waarom beter verkocht, vroeg ik me af toen ik toch bezig was met denken. Ik vermoed dat het komt door de zegeningen van de zelfbevestiging. Veel lezers willen helemaal geen boodschap, in elk geval niet eentje die ze zelf niet hebben bedacht. Ze willen boodschapjes die hun mening bevestigen: een moord mag niet, je vrouw/man/kind slaan evenmin, net als oplichten, stelen, drugs dealen en nog een heleboel meer. ‘Kijk maar,’ willen ze kunnen zeggen, ‘ik dacht het al, maar nu weet ik het zeker, want de inspecteur is er ook erg tegen.’ Sinterklaas komt eraan en hij wordt gevolgd door de Kerstman. Ik weet wel zeker dat er deze maand minstens 76 boeken op de markt komen met zoveel zelfbevestigingen dat de vullingen uit je kiezen vallen.

Ik hou het liever bij boeken waarvan de schrijver ook vindt: ‘Boodschap? O, jezus, nee toch.’

Reacties op: Boodschapjes