Blogpost: Rosemarijn Milo

Brief 3 uit Hautepierre

Hier is 'ie dan, de laatste van de serie van drie brieven uit het ziekenhuis Hautepierre in Straatsburg.



De brief uit Hautepierre (3)
15 augustus, Maria Hemelvaart, ‘service minimale’ (maar toch)
Als Yves komt zit ik er keurigjes bij met zelfs wat lippenstift op om te onderstrepen, dat ik opnieuw een stukje ben opgeknapt. We gaan voor het eerst samen naar beneden om koffie te drinken in het cafetaria. Van mijn siësta komt niets terecht, want daar is Dr Thoma al, die me wil onderzoeken. Alles ziet er van binnen voorbeeldig uit, vindt ze. Dat mijn darmen nog niet willen wat ik wil, is niets om je zorgen over te maken; zodra ik thuis ben zal het zeker goed komen. Ze heeft alle papieren al in orde laten maken zodat ik morgen - zaterdag - naar huis kan, als ik dat wil. Ik moet dan wel een verpleegster regelen die me nog vier dagen injecties komt geven, als voorzorgsmaatregel tegen thrombose, zoals ik ook alle dagen in het ziekenhuis heb gehad. Met dat goede nieuws kan ik Yves verwelkomen, als die een kwartiertje later weer terugkomt.
De zaterdag van vertrek…
Nadat ik mijn ontbijt, dat om half acht geserveerd wordt, achter de kiezen heb, kan ik niet wachten tot ik wegkan. Dr Helmlinger zal nog langskomen, maar ik weet niet hoe laat. Yves komt om een uur of tien en heeft iets leuks en lekkers gevonden om aan het verplegend personeel te geven als dank voor de voorbeeldige behulpzaamheid en vriendelijkheid. Dr Helmlinger komt inderdaad, een half uurtje later, en ook zij onderzoekt me nog van buiten en van binnen. Na dat laatste zegt ze: “c’est tout bon et tout joli” - alles is even goed en mooi - waarop ik in de lach schiet. Ze kijkt me van onder haar wenkbrouwen aan en zegt: “als ik me zo mag uitdrukken”. Ze schrijft nog een receptje uit voor mijn darmprobleem, en dan kunnen we gaan. Raar hoor, om dan ineens weer buiten te staan, verlost van een hinderlijk onderdeel, terwijl ik me dubbeldik voel; alles is opgezet, vanaf mijn ribbenkast tot aan mijn bovenbenen.
Bij dit alles heb ik nog niet verteld:
--hoe hilarisch het was om te liggen wachten op de operatie in een ruimte die tegelijkertijd wachtkamer en magazijn is, en waar iemand hardop bezig was voorraden te inventariseren (“twee keer 35, één in 39”; schoenen?)
--dat er tijdens dat uur wachten viermaal, steeds iemand anders, langs kwam met de vraag of ik mijn voor- en achternaam wilde spellen en mijn geboortedatum opgeven, terwijl ik toch een armbandje omhad met mijn namen en geboortedatum en hetzelfde ‘armbandje’ aan het voeteneinde van mijn bed zat, maar, wat veel belangrijker is:
-- hoe buitengewoon vriendelijk en behulpzaam alle personeel was, hoe opmerkelijk ontspannen en aangenaam de sfeer op de afdeling, hoe uiterst betrokken de artsen, en hoe geolied de hele machine liep!
Het antwoord op de vraag die ik in de eerste brief heb gesteld is dan ook - even geheel los van de operatie, wat enige mentale inspanning vraagt – ZEER!

Deze brieven heb ik geschreven in de periode dat ik 'Brieven uit La Dominance' aan het schrijven was. Ik woonde toen in Metz in een appartement in de 'Résidence La Dominance'. Het is een verzameling brieven uit mijn Metzer leven, korte vertellingen over de geschiedenis en architectuur van Metz en omgeving, gelardeerd met enkele zeer persoonlijke impressies.
Op dit boek heb ik een vervolg geschreven, 'Berichten vanuit de Praillon', sinds ik in het buurtschapje 'Le Praillon' woon in het dorp Mey, dicht onder de rook van Metz. Ik hoop deze 'Berichten' op niet al te lange termijn te publiceren en in volgende blogs zal ik er een paar voorproefjes op geven.

Jullie begrijpen, ik kan het briefschrijven nu eenmaal niet laten. Mijn grootmoeder ook niet, althans veronderstellenderwijs in 'Een vervlogen droom - verslag van een te kort leven', een biografische roman in briefvorm.
Tot nader, dus.




Reacties op: Brief 3 uit Hautepierre