Blogpost: Rosemarijn Milo

Derde voorpublikatie van 'Berichten vanuit de Praillon'

44. Gelijkheid
Jullie wisten al wel dat de Praillon in het land ligt van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap maar weten jullie ook dat dat land het met die Gelijkheid niet zo nauw neemt? Als je dat niet wist zal ik het maar eens uit de doeken doen. Alleen als je in Metz en omstreken woont, kun je erachter komen.
Als gevolg van de annexatie door Duitsland van de Elzas en het departement de Moezel (vroeger samen bekend als Elzas-Lotharingen) gedurende de jaren 1870-1919, zijn er in die gebieden nog altijd wetten van kracht die nergens anders in Frankrijk gelden. Die wetten worden 'het Plaatselijk Recht' genoemd, le Droit Local, en in dat verband heet de rest van Frankrijk La France de l'intérieur, zoiets als 'het Franse binnenland'. Hoe komisch die benaming is zie je als je de kaart van Frankrijk erbij pakt en je je realiseert wat een rafelrandje in het uiterste Noord-Oosten van Frankrijk dat voormalige Elzas-Lotharingen wel is.
Voor dit fenomeen van ongelijkheid zijn verschillende oorzaken aan te wijzen waarvan het meest in het oog springt de door Duitsland in de jaren van annexatie ingevoerde wetten, die in de Elzas en de Moezel zonder meer van toepassing waren. Zij waren gezamenlijk een 'Land' geworden. Daarnaast zijn er in die periode honderden wetten in de 'Franse binnenlanden' aangenomen, die nooit zijn ingevoerd in de Elzas en de Moezel. Na de terugkeer in 1919 van deze gebieden in de Franse moederschoot werden de bewoners ervan geconfronteerd met wel zeer achtergebleven Franse wetgeving vergeleken bij de Duitse, vooral op het gebied van het sociaal-, burgerlijk- en arbeidsrecht. Er werd een commissie ingesteld, belast met het maken van voorlopige keuzes tussen het Franse en het Duitse recht. Bij wet van 1924 werden de gemaakte keuzes permanent verklaard. Vreemd genoeg is het Droit local nooit in de Staatscourant terechtgekomen en moeten juristen zich soms nog behelpen met in het Duits gestelde wetteksten. Toch is het geldend recht.
Al met al zijn de Elzassers en Moezelaars beter af dan de Fransen in de rest van het land. Zij hebben twee vrije dagen meer - een tweede kerstdag kent men alleen hier – en de goede vrijdag levert ook een vrije dag op als er een protestantse of oecumenische kerk in de gemeente is. Er geldt een voordeliger ziektekostenverzekering, een betere ziektewetregeling, gunstiger arbeidsrecht en sociale hulpverlening.
Een merkwaardig aspect van deze ongelijkheid is bovendien de afwijzing door de genoemde buitengebieden, ook in 1919, van de in 1905 ingevoerde scheiding van kerk en staat, die elders wordt gezien als een uiterst belangrijk fundament van de Franse samenleving. De Franse staat beroept zich regelmatig op deze scheiding als het bij voorbeeld gaat om de invloed van de islam in te dammen: het boerkaverbod, het verbod van het dragen van een hoofddoek voor ambtenaressen en wat dies meer zij. Hier in Metz en wijde omgeving geldt echter nog altijd het Concordaat van 1801, een overeenkomst tussen Napoleon Bonaparte en Paus Pius VII. Het sluiten van dit Concordaat werd nodig geacht om de kerk enige genoegdoening te verschaffen voor de omvangrijke schade die zij had geleden door en tijdens de Franse revolutie. Napoleon meende daarnaast dat godsdienst een stabiliserende invloed op de maatschappij zou hebben.
Hoe dan ook, het Concordaat gaf de Franse staat een vorm van controle op de kerk, onder andere door het recht de bisschoppen te benoemen. Tot op de huidige dag worden de bisschoppen van Straatsburg en Metz, weliswaar op voordracht van de paus, door de Franse president benoemd. Bisschoppen, dominees en rabbijnen worden hier door de staat betaald als waren zij in staatsdienst.
François Hollande, de vorige Franse president, had onder andere het homohuwelijk, hier verdoezelend het 'huwelijk voor iedereen' genoemd, prominent in zijn verkiezingsprogramma opgenomen. Een van zijn eerste wetgevingsprojecten was dan ook het effectueren van de benodigde wijzigingen in het burgerlijk wetboek, iets dat eindeloze protestacties heeft opgeleverd. Toevallig rond die tijd, in 2013, moest er een nieuwe bisschop van Metz worden benoemd. De door de heilige stoel voorgedragen kandidaat, fel gekant tegen het homohuwelijk, vond geen genade in de ogen van Manuel Valls, de toenmalige minister van binnenlandse zaken annex godsdienstkwesties. Valls wenste dat er een vooruitstrevender kandidaat zou worden benoemd. Hij kreeg zijn zin en een andere bisschop kon aantreden. Hollande kreeg ook zijn zin. Het homohuwelijk is er gekomen. Toch handig soms voor de machthebbers, even geen scheiding van kerk en staat. Praktisch ook, die oplossing om geen verdere keuzes te hoeven maken en het tijdelijke tot definitief te bestempelen.
Maar of dat alles nu onder de noemer Gelijkheid valt?

Reacties op: Derde voorpublikatie van 'Berichten vanuit de Praillon'