Blogpost: Alex Hoogendoorn

Het fenomeen proeflezen

05-05-2015 door Alex Hoogendoorn 70 reacties
Vind jij het leuk om mijn manuscript te proeflezen? Ben je kritisch en kun je je mening onderbouwen? Blablabla. Tegenwoordig zie ik op Facebook steeds vaker oproepen van auteurs voor kritische en enthousiaste lezers die héél graag hun mening willen laten gelden en willen bewijzen hoe kritisch en belezen ze zijn door gratis en voor niets als proeflezer op te treden. Maar dan moet je er wél op solliciteren.


Amauteurproeflezers en redacteuren

Bijzonder vind ik het dat iedereen tegenwoordig te pas en te onpas proeflezer is. Een amateurproeflezer zal nooit hetzelfde niveau evenaren als een redacteur met relevante opleiding en ervaring. Ook ik heb wel eens proefgelezen voor auteurs en maak daarbij altijd duidelijk waar ik op let en zorg dat het bij mij duidelijk is wat van mij wordt verwacht. Ik ben erg kritisch en in mijn hoedanigheid als recensent heb ik de reputatie gekregen dat dat inderdaad zo is. Daar hoef ik hen dus niet van te overtuigen.

Wel zeg ik dat ik erg taalkundig ben ingesteld en mijn advies dus grotendeels bestaat uit adviezen over formuleringen (en gefilterde taal- en stijlfouten). Naast de adviezen over het verhaal, uiteraard. Metaforen en symboliek vind ik prachtig, maar metaforen worden niet altijd even consequent toegepast. Daar let ik dus ook op. Ik zie in dat ik toegevoegde waarde bied aan een auteur, maar ik zie ook in dat ik de opleiding en ervaring mis om het niveau van een redacteur te evenaren.


Proeflezen is arbeid
Professional of niet: proeflezen is intensief. Je leest een boek niet zoals je een lekker boek leest op je bank met een dekentje over je heen, een mok thee naast je en een schaaltje lekkers. Nee, je bent constant bezig met analyseren wat goed is gedaan en wat beter kan. En waarom is het dan goed of kan het beter? Waarom waarom waaróm.

Proeflezen is arbeid en daarom verbaast het mij dat er van de potentiële kritische (en enthousiaste!!) proeflezers wordt verwacht dat zij ermee akkoord gaan dat er niets tegenover staat. Auteurs draaien het als het ware om: door te vrágen om proeflezers, waarbij, zo weten zij ook, het aanbod groter is dan de vraag, een soort exclusiviteit wordt gecreëerd en mensen willen (of denken te willen) proeflezen. In plaats van een geldelijke beloning krijgen zij dus het bijzondere (en bijzonder nutteloze) gevoel exclusief proeflezer te zijn, ze zijn immers gekozen uit aaaaal die inzendingen.

Ik snap het. Het voelt fijn en bijzonder om uitgekozen te worden of zelfs specifiek benaderd te worden om te proeflezen. Ook ik heb wel eens voor niets meer dan uit de goedheid van mijn hart proefgelezen, ofwel omdat ik het de auteur gunde zijn of haar verhaal te verbeteren, ofwel omdat het een vervolg was op en ik niet kon wachten het te lezen (en eigenlijk ook al wist dat het wel een geweldig verhaal móést zijn). In die gevallen werd ik persoonlijk benaderd en werd mij de kans geboden om 'nee' te zeggen, omdat zij zich bewust waren van de gevraagde inspanning.


Proeflezen als marketingtool
Het schrijven van een boek is als het verwekken, voelen groeien en uiteindelijk baren van een kind. In het gunstigste geval is de vader er niet meteen vandoor en staat hij de moeder bij. De auteur is de moeder, de redacteur de vader – al kan de rol van de vader verschillen per situatie. De proeflezer is als het broertje van de vader. Hij wordt oom, wil graag kijken en helpen. De rechten en plichten van de vader heeft hij niet, de ervaring van het omgaan met een zwangere vrouw ook niet. Toch voelt hij de drang bij te dragen aan het proces.

Als je bijdraagt aan het ontwikkelen van iets, een baby of een boek, dan voel je je verbonden. Als de baby er dan uiteindelijk is, dan is de kans groot dat je het scharminkel daadwerkelijk móói zult vinden. Mooier dan wanneer je slechts na de geboorte je hoofd om de hoek van de muur steekt om het kleine hoopje mens te aanschouwen.

Proeflezen lijkt tegenwoordig wel een marketingtool. Een manier om lezers aan je boek en jouw merk (want dat ben je, als auteur) te binden. De lezers zullen waarschijnlijk via social media delen dat ze jouw proeflezer zijn, wellicht noem jij als auteur je proeflezers nog eens online (en in het dankwoord). De proeflezer is trots ('Ik droeg eraan bij!') en zo heb je veel meer mensen bereikt en geënthousiasmeerd dan je in je eentje had gekund.


Cao voor proeflezers
Discutabel is of elke via social media proeflezers wervende auteur hier zo bewust over nadenkt. Of dat erger of juist minder erg is, is ook discutabel. Is het zo maatschappelijk geaccepteerd arbeiders aan het werk te zetten zonder wezenlijke tegenprestatie dat dit is doorgesijpeld naar ons onbewuste? 

Moeten we een proefleescao in het leven roepen om proeflezers te beschermen? Het lijkt erop dat menigeen zich niet bewust is wat hij of zij zich op de hals haalt. Natuurlijk, het is dankbaar werk. Maar het is dus ook intensief. En er zit vaak een tijdsdruk achter.

Hoe beoordelen die auteurs de sollicitanten in het sollicitatieproces eigenlijk? Hoe kun je vanuit een sollicitatiebrief werkelijk bepalen of iemand geschikt is als je geen proefperiode hebt om het te toetsen?

Reacties op: Het fenomeen proeflezen