Blogpost: Jack Schlimazlnik

Het stripboek als fantastische literatuur

Ik kon het niet vinden op Hebban: het stripboek of een striphoek. Dat het stripboek weinig verheffend is en verbannen zou moeten worden, is een opvatting van ruim 50 jaar geleden. Inmiddels zijn er waren stripklassiekers die tot de literatuur gerekend zouden moeten worden, waarmee ik niet doel op de verstripte literatuur. Ook kennen we inmiddels het fenomeen 'Graphic Novel'.

Zoals met alle boeken zijn er ook goede en slechte stripboeken. Dat er slechte stripboeken zijn, wil niet zeggen dat alle stripboeken slecht zijn. En andersom. Stripboeken lijken hier en daar een compromis tussen film en boek te zijn, waar in een tekstboek veel aandacht aan de gedachten en motivaties kan worden besteed, is een stripboek vol denkwolkjes niet optimaal. Stripboeken zijn door de afbeeldingen concreter dan tekstboeken waarin makkelijker bijvoorbeeld het uiterlijk van personages in het midden kan worden gelaten. Een stripboek vraagt enige actie, omdat het oog ook wat wil. Dat maakt het stripboek goed geschikt voor avonturenverhalen, al dan niet literair. En binnen die categorie de verhalen uit de verbeeldingsliteratuur.

Recent zijn twee opvallende stripboeken verschenen: Barabas (Amoras 6, een sciencefictionstrip) en De Papyrus van Caesar (het nieuwste Asterix-verhaal, wat als sandalpunk geclassificeerd zou kunnen worden). Beide boeken zou je tot de betere stripboeken kunnen rekenen, en zeker onder wat geldt als verbeeldingsliteratuur.

De tijdmachine draait door
Barabas is het zesde en laatste boek uit de Amoras-cyclus. Amoras is
a) de naam van de instantpudding, maar dan achterstevoren;
b) een bekend eiland uit de reeks Suske en Wiske en
c) een zesdelige reeks van een gemoderniseerde Suske en Wiske voor volwassenen.
Wie ineens denkt 'die moet ik ook hebben' kan beter even wachten tot de integrale versie die volgens zeggen in december zal verschijnen.
Suske en Wiske wordt vooral als een kinderstrip gezien, hoewel ook veel volwassenen de boeken nog lezen. Zoals veel kinderverhalen kent de strip veel fantastische elementen. Heel bekend is de teletijdmachine van professor Barabas, die ook in de Amoras-reeks een belangrijke rol speelt.
In Amoras speelt een deel van het verhaal zich af in 2047, op dat eiland Amoras, waar een diamantmijn is en waar een vulkaan op uitbarsten staat. De crimineel Krimson heeft zich daar verschanst in een futuristisch hoofdkwartier, terwijl de rest van de wereld een dystopische toestand is. Dit is echt anders dan de toch vrij positieve en optimistische gewonen reeks, wat ook duidelijk is te zien in de rauwe tekeningen door Charel Cambré en de teksten van Marc Legendre. Het is beslist geen boek voor kinderen.
Daarbij blijkt het verhaal verrassend modern en cynisch te zijn:

fd18ea955b2f7c2fa464c662cc93afb1.jpg

(Afbeelding uit het album Barabas)

Zoals links op de afbeelding is te zien, is Wiske enkele jaren ouder geworden, net als beste vriend Suske is ze een teenager geworden. Liefde en seks spelen daarom ook een rol in het verhaal, wat in de gewone reeks ondenkbaar zou zijn. Ook op ander lichamelijk en psychisch gebied worden de 'helden' niet gespaard.

De reeks is de afgelopen drie jaar elk half jaar verschenen. Dat is jammer, want ik ben daardoor de verhaallijn uit het oog verloren. Die lijn is namelijk ingewikkeld: er wordt heen en terug geflitst met de teletijdmachine, er vinden dingen in het heden plaats die door de toekomst zijn ontstaan, enzovoort. Het herlezen van het hele verhaal zal geen straf zijn.

Superhelden

Wie het dystopische Amoras niet aanstaat, maar toch een iets volwassener strip wil lezen, kan terecht bij de reeks J.Rom. Dit is de bekende Jerom uit Suske en Wiske, de supersterke held die vaak als een duveltje uit een doosje onze jonge vrienden komt redden. In de driedelige reeks J.Rom heeft Jerom de rol van superheld gekregen, wat goed uit de verf komt door de tekeningen van Romano Molenaar, die zijn sporen al heeft verdiend met het tekenen van Amerikaanse superheldencomics, waaronder Witchblade en X-Men.
Zelf hou ik niet zo van superheldenverhalen, J.Rom heb ik daarom (nog) niet gelezen.

Polemix de moderne held
Van een heel andere orde is de stripreeks Asterix. Na Asterix bij de Picten is dit het tweede verhaal van een geheel nieuw team dat aan de reeks werkt. De tekst is van Jean-Yves Ferri, die een zeer modern verhaal heeft geschreven. De tekeningen zijn van Didier Conrad. Conrad heeft de tekenstijl van Albert Uderzo overgenomen, waardoor deze boeken naadloos aansluiten op de eerdere delen.
Asterix heeft altijd bekend gestaan als een intellectuele strip, doordat er veel verwijzingen zijn naar bestaande gebeurtenissen uit het verleden en naar wat op het moment van schrijven in het nieuws was. In De papyrus van Caesar is dat niet anders. Zo wordt in dit verhaal verklaard waarom het dorp van Asterix niet wordt genoemd in de bestseller van Julius Caesar, De Bello Gallico. We leren met een vette knipoog hoe het er aan toeging bij de Romeinen als het ging om het verzamelen en versleutelen van gegevens, hoe kwetsbaar het Rijk was voor lekkende medewerkers, en dat men ook toen al vergat om een bijlage mee te sturen met een postduif.
In dit verhaal komen we namen tegen als Bonus Promoplus, de PR-adviseur van Julius Caesar; Antivirus, de Romein die op de postduiven van het kamp Adfundum past; en de journalist Polemix, degene die de papyrus naar de Galliërs brengt. In de laatste is moeiteloos Julian Assange te herkennen, hoewel hij kleding draagt die op die van de wereldberoemde journalist Kuifje lijkt (een mogelijke naam voor dit personage zou Wikilix zijn geweest).
Waar cyberpunk ooit de toekomst van de informatiemaatschappij was, en steampunk het fictieve Victoriaanse verleden van de moderne informatiemaatschappij, zo wordt het woord sandalpunk gebruikt voor de visie op de moderne informatiemaatschappij, maar dan vanuit de fictieve antieke wereld, zoals die van Asterix. De papyrus van Caesar mag zeker sandalpunk worden genoemd.

Asterix was na de dood van tekstschrijver René Goscinny door een dal gegaan, maar is nu helemaal terug. Helaas vond de Nederlandse uitgever het in dat dal nodig (2002) om enkele hoofdpersonen een andere naam te geven, zoals Kakofonix en Heroïx. De nieuwe namen zijn wel makkelijker voor Nederlanders, maar de Franse bijbetekenis (ik schreef bijna betekenix!) gaat verloren. Tja, Frans is een vreemde taal die Nederlanders nog maar nauwelijks spreken en met dergelijke aanpassingen ontbreekt ook steeds meer de lol om het te kunnen leren. En aan de nieuwe namen kan ik niet wennen. Hoewel Franse stripboeken door hun dialogen makkelijker te begrijpen zijn dan een tekstboek, is Asterix toch lastig te begrijpen door de vele dubbele bodems. Wanneer je die door hebt, valt er echter dubbel te genieten.

Een oude bekende met windkracht 10
Wie het over strips heeft, kan niet om Stripblad Eppo heen. Het blad is 40 jaar geleden ontstaan uit de stripbladen Sjors en Pep. Het is ten onder gegaan na diverse naamswijzigingen, maar al weer ruim vijf jaar succesvol als herstart met als doelgroep de volwassen lezer. Naast bekende gag-strips en pure avonturenverhalen is het ook een bron van getekende verbeeldingsliteratuur. De meest prominente verschijning daarin is de sciencefictionstrip Storm, met de spin-off Roodhaar. Na de dood van Don Lawrence is de strip voortgezet door onder meer Romano Molenaar. Ook Minck Oosterveer tekende aan Storm, tot zijn dood in 2011. Waar voor Storm de sfeer van Don Lawrence wordt gehandhaaft, geeft de tekenstijl van Roodhaar meer de sfeer van een superheldencomic.
Voor de eenzame ziel die Storm niet kent: Het verhaal gaat over een testpiloot uit de nabije toekomst die in de verre toekomst verzeild raakt. In die verre toekomst reist hij tussen de planeten en dan met name Pandarve, de levende planeet. Waar de verhalen niet al te ingewikkelde avonturenverhalen zijn, geven de tekeningen de strip de nodige exotica. Slechts een enkel verhaal gaat over moderne technologie, andere verhalen zijn sciencefiction tegen het fantastische aan.

Sinds enkele weken staat er nog een sciencefictionstrip in, Reborn. Deze strip is getekend door Aimée de Jongh, die mogelijk bekend is van de gagstrip Snippers uit de gratis "krant" Metro. Voor Reborn gebruikt zij een iets andere tekenstijl om de dystopische toekomst te benadrukken, grappig is het verhaal ook niet - wel spannend.
Onder de gagstrip zou je ook Esther kunnen plaatsen. Dit is een absurdische strip van Kim Duchateau. met duidelijke fantasy-elementen. Floris van Dondermonde (Remco Polman en Wilfred Ottenheijm) is eveneens komische fantasy met draken, heksen en wat dies meer zij. Detective Cor Morelli (door Aloys Oosterwijk, bekend van Willems Wereld uit de Panorama, alsmede talloze tekeningen van rechtszaken) is vertegenwoordigd in de 'open dossiers', die vaak een fantasy-inslag hebben, in elk geval iets verwonderlijks. Dat geldt ook voor de reeks Amorfati (diverse artiesten).
Regelmatig heeft Eppo voorpublicaties van bekende stripverhalen, bijvoorbeeld Aria (fantasy). Andere verhalen worden later als stripalbum uitgegeven.

De huidige Eppo leunt nog wel op aanbod uit Frankrijk en België, maar probeert vooral Nederlands talent een plaats te geven. Dat leidt tot een gevarieerd aanbod.

Niet zwijmelen met het oude boek
Waar de oude Eppo zich profileerde als jongensstripblad en de moderne als mannenstripblad, is Tina sinds 1967 het stripblad voor meisjes. Tina is veranderd, maar de doelgroep is hetzelfde gebleven: meisjes. Er is geen stripblad voor vrouwen of volwassen meisjes, die moeten of de kinderstrips van Tina lezen, of terugvallen op de Eppo.
Werd er begin jaren '70 nog gezegd "er staan strips in ons blad, wie over popartiesten wil lezen pakt maar een popblad", zo zijn de popartiesten nu wel aanwezig: De popbladen zijn grotendeels verdwenen, de bekende popartiesten staan nu wel in Tina. Zo is er ook een strip gemaakt rondom het populaire duo Nick & Simon.
Maar het is niet altijd zwijmelen geweest in Tina. Twee van de meest memorable strips zijn absoluut verbeeldingsliteratuur: De verboden tuin (een sciencefictionstrip door Jim Baikie) en Kisten kam je gouden lokken (over een meisje met een zeemeermin als moeder, door Philip Townsend en Jan Wesseling).
Dat zijn niet de enige meisjesstrips in die categorie. Er zijn talloze horror- en fantasyverhalen "voor meisjes" verschenen die ook voor volwassenen nog boeiend zijn. Ook sciencefiction kwam regelmatig voor.
Kwam? Ja, in de tegenwoordige Tina blijken weinig nieuwe verhalen te staan, oude verhalen worden gerecycled. De verhalen zijn bovendien geen vervolgstrips meer, waardoor de langere verhalen geen plaats meer hebben in de Tina. Wie de lange verhalen wil lezen, zal de tweedehands tijdschriften moeten kopen, of de reeks Tina Topstrip bekijken. Denk dan aan titels als
De wachters van Thor, De poppen van Petra, Het masker van Melissa, De betovering van het Spinnewiel, Het betoverde ritme of Mariska, het meisje zonder fouten.

De manga
Een bepaalde soort manga is voor (jonge) vrouwen blijkbaar wel aantrekkelijk, mijn YA-nichtjes zijn er dol op (de ene houdt meer van de Japanse manga, de ander van Koreaanse manga, waarvan ik het bestaan niet kende). De manga (Japanse stripverhalen) wordt meestal gezien als een verdoemd genre vol seks en geweld, maar feitelijk is manga zo gevarieerd als de westerse strip. Ook de tekentechniek kan heel verschillend zijn.
Een heel bekende mangatekenaar is Osuma Tezuka. Hij inspireerde Walt Disney... maar hij is bekender geworden door zijn reeksen van aangrijpende verhalen. Over Hitler, over Boeddha. Hoewel hij voornamelijk de menselijkheid van het bestaan als thema heeft, afgezet tegen onmenselijkheid, gebruikt hij regelmatig thema's uit sciencefiction, horror en fantasy. Desondanks wordt zijn werk vaak gelijkgesteld aan wereldliteratuur.
Dat misschien in tegenstelling tot de manga die in Nederland bekender is en eerder in de hoek 'spannende avonturen' geplaatst kan worden, vermakelijk entertainment, maar niet direct verheffend of zo.

Wereldliteratuur in Nederland
Natuurlijk heeft Nederland ook een stripreeks die absoluut tot de wereldliteratuur gerekend mag worden: Tom Poes van Marten Toonder. Misschien werd Tom Poes geaccepteerd omdat er aanvankelijk geen tekstballonnen werden gebruikt, maar een tekst onder de tekeningen. Later zijn er strips met teksballonnen en zonder tekststroken gepubliceerd.
Alleen al wegens Tom Poes zou je willen dat de "gewone boekhandel" meer aandacht zou besteden aan het (betere) stripverhaal.

Reacties op: Het stripboek als fantastische literatuur