Blogpost: Oli Veyn

Laat ons doen

Wachten is niet mijn sterkste kant. Ik ben een doener. Als ik iets heb afgerond (in dit geval mijn boek, maar kan ook een verhaal voor een schrijfwedstrijd, idee of project zijn) dan wil ik verder. In dit geval dus herschrijven, finaliseren, en als het mag/kan/mijn droom uitkomt, promoten. 
Maar als schrijver moet je pauzeren, stil staan. En dat gaat helemaal tegen mijn (ondernemers)mentaliteit in! Als ik eenmaal op gang ben, wil ik op gang blijven, laat die intercity maar snelheid maken. Maar helaas. Tussen het manuscript insturen naar uitgevers en de reactie zit zoveel tijd dat het lijkt alsof je maandenlang in je spandexkleding met badstof haarband en iphone-oortjes voor een rood stoplicht staat te wachten om over te steken nadat je pas een halve marathon gelopen hebt. 
Onnatuurlijk en doodsaai. En je koelt af.
Ik begrijp het wel en ik begrijp ook dat lezen en beoordelen of het geschikt is voor publicatie nu eenmaal tijd kost, maar het is zo jammer van de flow waar je in zit. Tegen de tijd dat ik er (hopelijk) weer mee aan de slag kan, moet ik eerst mijn boek weer lezen om er in te komen.
En dan die twijfel. Om gek van te worden.
Als het wat was had je al wat gehoord ... tja
Jij denkt dat het goed is, maar dat vinden de professionals dus niet ... ai
Jij wordt nooit een professionele schrijver ... 
bleeeh!
Als kers op de taart is er tot slot nog de allergrootste angst, de angst die falen, twijfel en onzekerheid overtreft.
De angst dat er een boek wordt uitgebracht dat op jouw verhaal lijkt. Het lijkt me namelijk onmogelijk dat niet meer mensen op mijn idee komen. Waarom zou ik het alleenrecht hebben op die gedachte? Dat plot? 
Dat is dus mijn grootste angst. 
Wat als iemand anders eerder is, of een soortgelijk boek heeft geschreven dat wel uitgegeven wordt? Ieder verhaal is uniek, maar het is toch wel erg zuur om straks een boek uit te geven waarvan ze denken dat je delen hebt gejat van een ander, terwijl je weken, maanden hebt zitten zwoegen om je plotgaten te dichten. 
Momenteel lees ik Vuur en As van Sabaa Tahir. Omdat het boek zo'n goede recencies heeft (terecht trouwens), maar ook omdat sommige delen op mijn verhaal lijken. Misschien kan ik beter mijn kop in het zand steken en mijzelf er niet mee pijnigen, maar ik ben een doener, geen zandsteker. Misschien moet ik na afloop mijn wonden likken en mijn verhaal aanpassen, het zij zo, fantasie genoeg. Of misschien moet ik gewoon genieten van het verhaal en mijn verhaal er niet mee vergelijken.
Misschien moet ik pro-actiever worden, deel twee afronden en aan deel drie beginnen. Iets doen. 
Ik moet iets doen.
Schrijvers zijn doeners, maar ook denkers. Soms doemdenkers, maar vooral bedenkers. 
Laat ons doen.

Reacties op: Laat ons doen