Blogpost: Yvonne Franssen

Leesfragment Kamer 305

Misschien hebben jullie me wel al horen roepen, er komt een nieuwe thriller aan: Kamer 305!

Eind oktober 2019 gaat ie verschijnen, misschien zelfs eerder heb ik horen fluisteren. Er is al een prachtige cover ontworpen en er wordt hard nagedacht over een spannende boektrailer. Een mooi moment voor een leesfragment lijkt me. 

Lees dus en geniet! En vergeet je niet Kamer 305 op je Hebban boekenplank te zetten? Daarmee help je mij een stapje verder én vergeet je straks niet het hele boek te lezen!

* * * 

"Ik hoef niet dichterbij te komen om te zien dat ze dood is. Ze ligt op haar rug op het bed, haar voeten op de grond, alsof ze is gaan zitten, en toen achterover is gevallen. Haar gezicht is blauwachtig bleek en haar ogen staren nietsziend naar het plafond. Haar lange blonde haar is nat, van de regen neem ik aan, en ligt in slordige pieken langs haar hoofd. Ze draagt zwarte enkellaarsjes met een elegante hak, een spijkerbroek en een zwarte coltrui, die de bleekheid van haar gezicht accentueert. Ik zie nergens bloed. 

Ik onderdruk het gevoel van paniek dat in me opwelt, en de neiging het op een gillen te zetten. Ik voel me misselijk. Ik werp een blik op de dode vrouw en voel dat ik moet kokhalzen. Zonder mijn ogen van haar af te houden loop ik achteruit, in de richting van de deur. Ik mag niet gillen, en ik mag ook beslist niet overgeven. Koortsachtig denk ik na. Wat moet ik doen? Wie is deze vrouw? Waarom ligt ze dood in de hotelkamer waarin ik met mijn minnaar heb afgesproken? Is het toeval? Is de kamer per abuis dubbel geboekt en is deze dame zomaar ineens onverwacht overleden, nadat ze even op het bed is gaan zitten? Dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Ik probeer te bedenken wat ik moet doen, maar mijn gedachten tollen stuurloos rond in mijn hoofd.
 

Ik check mijn telefoon. Geen bericht van Martijn. Waar is hij? Waarom laat hij het net vandaag afweten? Zonder enig bericht? Ik kan nauwelijks een situatie bedenken waarin je niet in staat bent gauw even een appje te sturen. Het maakt me boos. Zal ik hem bellen?
Een van de afspraken die Martijn en ik een klein jaar geleden hebben gemaakt is dat we elkaar nooit zullen bellen. De reden is eenvoudig. We willen op geen enkele manier nodeloos onze relaties in gevaar brengen. Dat een telefoontje van Martijn op een slecht gekozen moment niet zozeer mijn relatie als wel mijn leven in gevaar zou kunnen brengen, is iets waar ik maar liever niet aan denk. Inmiddels snak ik er soms zelfs wel eens naar dat Martijn zijn verlangen naar mij niet kan bedwingen en me wél belt. Om me te smeken of we elkaar even kunnen zien. Maar dat heeft hij nog nooit gedaan. En dat is maar beter ook. Ik ben er nog niet klaar voor.
 

Ik stop de telefoon terug in mijn tas.
Er is inmiddels ruim een kwartier verstreken sinds mijn aankomst. Ik moet iets doen. Een plan maken. En uitvoeren. Martijn zwijgt nog steeds in alle talen. De receptioniste heeft me gezien en herkend van eerdere bezoeken. Wie bij het vriendelijke meisje achter de balie informeert, zal te horen krijgen dat mevrouw Zonneveld de sleutel van kamer 305 heeft opgehaald. Waarschijnlijk zal ze er bij vertellen dat deze mevrouw Zonneveld met enige regelmaat te gast is in het hotel, en altijd in kamer 305. Martijns schuld. Hij is degene die het een leuk idee vond, telkens dezelfde kamer. Ik vond dat aandoenlijk, dat hij hechtte aan een eigen plekje voor ons tweeën. Nu komt het me ineens uiterst verdacht voor. Een afschuwelijke gedachte komt bij me op. Heeft Martijn iets te maken met de dode vrouw op het bed?" 



aa96b6335d9bcadd6f8b5049ebbdfe9d.jpg

Reacties op: Leesfragment Kamer 305