Blogpost: Karin en Dimitri

Meneer Sint

Door Dimitri

Het is nog drukker dan tijdens mijn intocht; om de een of andere reden is er dit jaar internationale belangstelling voor mij. Onderweg naar mijn stek passeer ik maar liefst vier andere sinterklazen. Op de roltrap naar de eerste verdieping staat er een klein jongetje aan mijn jurk te trekken. ‘Meneer Sint?’ Nu er camera’s van CNN en BBC op me gericht zijn kan ik die snotaap moeilijk een schop geven. Ik draai me om naar niemand in het bijzonder en zeg olijk: ‘Hé! Wie trekt daar aan de Sint zijn kleed?’ Het kind zwaait. Ik kijk links en rechts over de volgestouwde Bijenkorf uit. ‘Hier!’ Alsof ik hem nu pas opmerk schrik ik en roep uit: ‘Hé kameraad!’ Ik lach naar zijn moeder, die net op pijphoogte staat. ‘Waarom zijn er vijf sinterklazen, meneer Sint?’ ‘Dat zijn mijn hulpsinterklazen, kleine vriend. Dat zijn mijn broers.’ Alles wat we zeggen wordt meteen getolkt voor de Engelstalige journalisten. Snel draai ik me om, maar bovenaan de roltrap kukel ik alsnog bijna op mijn bek. De “godverdomme” die ik uitroep wordt vertaald als “goshdarnit”. ‘Mindere goden zijn dat, jongeman.’ Als hij en zijn moeder hand in hand en met een sprongetje de overstap hebben gemaakt, aai ik zijn kopje. ‘De enige echte Sint ben ik.’ Zoals Mozes de Rode Zee splitste laat ik met mijn staf de menigte uiteen wijken. Ik loop door naar het kleine podium en neem plaats op mijn troon. Het jongetje van de hitsige moeder komt op me afgerend, maar ik laat hem tegenhouden. ‘Sinterklaas wil eerst wat drinken,’ zeg ik tegen een van mijn knechten. ‘Haal eens een biertje voor de Sint, Piet. En niet van die alcoholvrije shit.’ Hij staat me aan te gapen. Ik maak het time-outgebaar naar de vertaalster en informeer bij de piet wat er scheelt. ‘Meneer Sint?’ Het jongetje vraagt of hij als eerste mag. ‘De lieve goede Sint wil eerst wat drinken.’ Met mijn vingers knip ik tegen de piet, maar door de handschoen klinkt het niet. Ik klap in mijn handen. ‘Aarde aan Piet.’ Zijn opengevallen mond gaat weer dicht. Ik vraag waar mijn bier blijft. ‘Of moet je van de roe? Denk niet dat ik niet durf. Ik laat je midden in de zaal kastijden. Kan mij het rotten dat de Amerikanen het zien.’ Hij druipt af. ‘Kom maar,’ gebaar ik tegen het kereltje. Zijn moeder zet hem op de grond en hij rent naar me toe. Twee tellen later is hij op mijn schoot gesprongen en me aan het vertellen wat hij allemaal wil hebben. Zijn moeder is verdomme bloedgeil. Met die strakke spijkerbroek. Ik knipoog naar haar, we lachen tegen elkaar. Als ze straks haar kleren uittrekt, zeg ik dat ze die laarzen moet aanhouden. ‘Hoe heet je mama?’ onderbreek ik zijn opsomming. Een moment kijkt hij verbaasd naar me op, antwoordt ‘Mama’ en gaat verder met zijn verlanglijstje. Ik vertel hem dat hij voor al die dingen bij mijn neef moet zijn, de Kerstman. ‘Zeg eens tegen je mama dat de Sint wil dat ze op zijn schoot komt zitten.’ Ik til hem van me af en geef hem een zakje pepernoten. ‘Waar denk jij dat je mee bezig bent?!’ fluistert Bierhaalpiet me toe als hij er eindelijk is. De cameraman van CNN is intussen een stuk dichterbij gekomen. Ik neem het blikje bier aan en zeg tegen piet dat hij die pottenkijkers op afstand moet houden. De moeder van het jongetje is er. Ik sta op, reik haar een hand en ze komt de twee treden op. ‘Beveiligingspiet,’ zeg ik tegen Bierpiet. ‘Doe wat je gezegd is.’ Mama wacht tot ik op mijn troon zit en schuift dan bovenop me. Jezus. Sneller dan je “stijve lul” kunt zeggen heb ik een erectie. Ze gaat verzitten, komt onzacht neer en ik slaak een gil. Mijn pieten kijken me aan. De moeder kijkt om en vraagt wat er is. ‘Oorlogswond,’ zeg ik. ‘Granaatscherf.’ ‘Heeft u gevochten?’ ‘Spaanse burgeroorlog. Maar die herinner jij je waarschijnlijk niet meer.’ Ze lacht. ‘Mag mijn vriendin een foto nemen, Sinterklaas?’ ‘We hebben toen de falangisten nogal op hun muil gegeven,’ zeg ik. ‘Ik weet nog goed dat we toen met z’n vieren een hele boerderij hebben ingenomen. En dan heb ik het niet over zo’n kloterig klein kutboerderijtje, hè. Ik heb het over zo’n enorme staatsboerderij van de Comintern destijds. Een supervette megaboerderij, zou de jeugd van tegenwoordig dat noemen. Hoe dan ook, we waren met z’n vieren – twee van de vier waren vrouwen, dus technisch gezien waren we eigenlijk maar met drie man, maar vooruit – we stonden met z’n vieren tegenover zo’n achthonderd falangisten en die hebben we toen allemaal in de pan gehakt.’ Ik kijk haar aan en knik. ‘Allemaal,’ zeg ik en maak een hakkend gebaar. Mijn ringen vliegen van mijn vingers en kletteren op de grond. Mijn pieten kijken me aan alsof ik ze niet allemaal op een rijtje heb. Ik knip, maar dat hoort niemand. Ik wil in mijn handen klappen, maar ik houd een blikje vast. ‘Pssst!’ sis ik naar hen. Ik wijs naar de ringen en kijk hen een voor een streng aan. ‘Wát?’ snauwt Beveiligingspiet. Ik wijs opnieuw naar de grond. ‘Ringen, Piet. Raap mijn ringen op.’ Hij geeft me een dodelijke blik, zucht en raapt ze op. ‘Wacht tot dit voorbij is,’ bijt hij me toe en slaat de ringen in mijn hand. ‘Wacht.’ ‘Piet wordt brutaal, geloof ik,’ zeg ik tegen de moeder. In haar oor vraag ik of ze weet wat twerken is.




(Dimitri)

Reacties op: Meneer Sint