Blogpost: Annerieke de Vries

OK SPOT 5

Tegenstrijdig
Na een paar maanden begint het anderen op te vallen dat wij, de twee nieuwe teamleiders van het operatiekamercomplex, van elkaar verschillen. WoestHaar heeft de lach aan zijn kont hangen, benadert alles met een grap en lost zaken met flair op. Ik neem mijn nieuwe vak dodelijk serieus en trek daarmee medewerkers met kleine en grote kwesties aan. Ik ben begin dertig en heb een jong gezin en weet me eerlijk gezegd geen raad met de medewerkers die mij betrekken bij hun problematiek. Gedoe met puberkinderen, weggelopen partners en het niet krijgen van een hypotheek, ik heb er geen kaas van gegeten. Van een medewerker die niet met een collega door een deur kan, overigens ook niet.
Diep van binnen vind ik het een compliment dat de teamleden mij vertrouwen en hun hart bij mij uitstorten. Ik ben trots dat ik in korte tijd zo sterk verbonden ben met mijn team. Dat ik de individuele problemen mee naar huis neem en er regelmatig slecht van slaap, neem ik voor lief. Ik zie er geen kwaad in en denk er weinig over na.
Medewerkers vertellen mij onder vier ogen dat zij WoestHaar nogal direct vinden. Ik word daarmee bevestigd in wat ik al denk: WoestHaar neemt zijn functie als teamleider niet erg serieus. Ik vind dat ik hem moet waarschuwen en ga met hem in gesprek. Hij hoort mijn verhaal aan en haalt zijn schouders op. ‘Je moet gewoon duidelijk zijn,’ zegt hij.
Met deze zin wordt het voor mij helder: mijn collega teamleider is niet geïnteresseerd in wat zijn team van hem vindt.   In de advertentie waar WoestHaar en ik op gesolliciteerd hebben stond dat een managementopleiding vereist was of dat je bereidheid moest zijn deze te behalen. Dat zijn we. Ons oog is gevallen op een Post HBO opleiding voor leidinggevenden van een OK. We leggen deze optie voor aan onze manager en wachten zijn antwoord geduldig af.Een week later wordt WoestHaar bij onze baas geroepen. Hij komt na een kwartier vrolijk terug met de mededeling dat hij de opleiding mag gaan doen. Ook ik moet naar onze manager. Als ik aan het einde van de werkdag zijn kantoor binnenkom krijg ik een unheimisch gevoel dat ik niet kan duiden. Ongemakkelijk ga ik tegenover hem zitten en wacht ik gespannen af. Het gezicht van mijn baas staat ernstig. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig en vertelt dat hij niet tevreden is over mijn functioneren. Specifieker: hij ziet bij mij weinig tot geen activiteit. Ik kijk hem verbaasd aan. Hoezo? Ik ben hartstikke druk met mijn team. Mijn baas vervolgt zijn betoog met de opmerking dat hij ziet dat WoestHaar zich wel goed profileert binnen de organisatie en dat dus hij en niet ik de opleiding mag gaan doen. Sterker, gaat hij verder, als hij geen verbetering ziet, weet hij niet of hij mij in de functie als teamleider wil behouden. Ik word zo boos dat zijn verdere uitleg amper bij mij binnenkomt. Verongelijkt vertrek ik.Pas thuis kan ik me flarden van het commentaar van mijn baas herinneren. De woorden organisatiebelang en individuele belang blijven in mijn hoofd spoken. Het lijkt of de twee lijnrecht tegenover elkaar staan en met elkaar op de vuist dreigen te gaan. Ik weet me geen raad met dit gevecht, met name omdat ik de partij: ‘organisatiebelang’ niet ken.De volgende dag sta ik als eerste bij het bureau van de manager.
‘Je zei gisteren iets over individuele- en organisatiebelang, ‘ begin ik, ‘Ik snap er niets van. Wil jij me erbij helpen?’
Op het gezicht van mijn baas komt een grote grijns. Hij steekt zijn hand uit en knijpt stevig in de mijne. ‘Natuurlijk!’Diezelfde dag nog hoor ik dat ook ik de managementopleiding mag doen. Het feit dat ik wil leren is voor mijn manager voldoende om vertrouwen in mij te hebben, zo zegt hij.

Reacties op: OK SPOT 5