Blogpost: Bert van Brakel

Openingszinnen

Zoals elke reis begint met de eerste stap, begint elk boek met een eerste zin. Ik hecht veel waarde aan zo’n eerste zin. Als ik in een boekhandel sta en ik van plan ben mijzelf te trakteren op een nieuw boek, sla ik nooit de eerste zin over. Je hebt mensen die meteen in het boek gaan bladeren en op goed geluk een paar zinnen lezen om te kijken hoe dat bevalt.
Ik niet, ik lees bij voorkeur de allereerste zin. Het boek moet je toch meteen weten te raken, net zoals je zelf maar één kans krijgt om een eerste indruk te maken.

Is de zin een beetje poëtisch, zoals:

‘Vannacht ben ik in mijn droom teruggekeerd naar het appartement in de Rue de Belville.’
Elia Barceló – Bal Masqué
of
‘De stilte van de sneeuw, dacht de man die direct achter de chauffeur van de bus zat. Als dit het begin van een gedicht was geweest, zou hij het gevoel in hem benoemd hebben als ‘de stilte van de sneeuw’.’
Orhan Pamuk – Sneeuw
of
‘Begin november. Het is negen uur. De koolmezen vliegen tegen de ruit. Soms fladderen ze duizelig weg na de klap, een andere keer vallen ze op de grond en blijven in de verse sneeuw liggen spartelen voor ze hun vleugels weer uitslaan.’
Per Petterson – Paarden stelen

en ik ben niet in een poëtische stemming leg ik het boek onmiddellijk terzijde en ga op zoek naar een ander boek. Ben ik wel in een poëtische stemming schaf ik het onmiddellijk aan.

Het liefst van al lees ik openingszinnen, die staan als een huis en je beloven: “in dit boek staat je nog wat te wachten, er gaat nog van alles gebeuren”.
Een zin als:

‘Op 16 september 1890 nam een man de trein van Dijon naar Parijs, daarna is er nooit meer iets van hem vernomen.’
Marente de Moor – Roundhay, tuinscene

is voor mij vaak voldoende om het boek zonder verder te lezen meteen aan te schaffen.

Hieronder nog een aantal van zulke openingen:

‘Alles moest geheim blijven. Simon loog tegen familie en vrienden. Hij kon niemand vertellen waar en hoe hij Lizzie Rosenfeld had ontmoet.’
Joost Zwagerman – Vals Licht

‘Op een koude, natte ochtend in April ging Glass – haar linkerhand om het handvat van haar koffer van versleten namaakleer, haar rechterhand rond de leuning van een wankele loopplank – aan boord van een oceaanreus die in de haven van Boston klaar lag om uit te varen naar Europa.’
Andreas Steinhöfel – Het midden van de wereld

‘Dit is het verhaal van een banale liefde en haar vertederende kracht.’
Tom Lanoye – Kartonnen Dozen

‘Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en andere hebben alles.’
Marten Toonder –De Bovenbazen

‘Dit verhaal begint met een dvd die op een dag in mijn brievenbus werd gegooid. Hoewel ik de eerste weken vergat hem te bekijken, zou de inhoud ervan mijn gedachten weer lange tijd door elkaar schudden, alsof er al niet genoeg met mij was gebeurd.’
Doeschka Meijsing – Over de liefde

‘Het schoolplein was afgebakend met een lage, stenen muur en daar stond zij tegenaan geleund.’
Connie Palmen – De Vriendschap

Andere mensen mogen na hun dood al snel afslijten tot een skelet en wat anekdotes, maar mij vader moest intact gehouden worden, want er kwam een rechtszaak.’
Frans Kellendonk – De nietsnut

‘Felix Sterremeer leerde ik kennen toen wij allebei achttien waren, in een door natte regenjassen en jongensgeur bedompt wachtlokaal van de militaire keuringsdienst, niet ver van Station Hollands Spoor, in een immer droef stemmende Haagse buurt.’
F. Springer – Sterremeer

‘Op dinsdag 14 mei 1940 vertrok om half vijf ’s middags vanuit een havenstadje aan de Nieuwe Waterweg een haringlogger.’
Maarten ’t Hart – Het woeden der gehele wereld

Hoe is dat bij jullie ?

(eerder verschenenop dizzie.nl)

Reacties op: Openingszinnen