Blogpost: Henk Vlaming

Toefje fictie brengt bizarre historie akelig dichtbij

Het predicaat ‘meesterwerk’ is absoluut van toepassing op De jacht op de führer. Michiel Janzen reconstrueert de laatste maanden van het naziregime, bezien van binnenuit. Hij hangt dit op aan de pogingen van zowel Rusland als Engeland om Adolf Hitler op te pakken. In twee afzonderlijke verhaallijnen schetst Janzen hoe een Engelse agent en een Russisch commando door de Duitse linies sluipen, op weg naar de rijkskanselarij in het belegerde Berlijn, het regeringscentrum van het naziregime.

De jacht op de führer beschrijft hoe Duitse eenheden krampachtig stand proberen te houden tegen naderende legers. Ontredderde vluchtelingen trekken door een verwoest land, families zitten verdwaasd in schuilkelders. In Berlijn rukken Russische troepen op, bijgestaan door tanks, artillerie en bommenwerpers, terwijl ze onder vuur liggen van Duits geschut. Rookwolken hangen boven de stad, gebouwen liggen in puin, straten liggen bezaaid met lijken en stervende soldaten. Vrouwen worden verkracht door Russen, paniekerige Duitse soldaten executeren burgers die plunderen om te overleven. De oorlog komt zo wel heel dichtbij. 

Papieren werkelijkheid

Toch is dit niet wat De jacht op de führer tot een meesterlijk boek maakt. Verbijsterend is hoe de top van nazi-Duitsland tot de laatste dag doorgaat met besturen, plannen en politiek bedrijven, alsof de oorlog slechts een papieren werkelijkheid is. Zelfs als gruis en kalk van het plafond dwarrelen na alweer een granaatinslag vlakbij, gaan legerofficieren, ambtenaren, technici en onderhoudsmedewerkers gewoon door met hun werk. Hitler overlegt dagelijks met zijn militaire top, er is radio- en telefoonverkeer met restanten van het Duitse leger elders in het land, hier en daar wordt een nieuwe generaal aangesteld. Zolang de führer erin gelooft doen de anderen dat ook, zelfs al weten ze beter.

De lezer volgt deze bizarre werkelijkheid via de derde verhaallijn, die van Otto Skorzeny. Hij is een Duitse kolonel die als opdracht heeft om de führer in veiligheid te brengen. Zijn opdracht lijkt kansloos, want Hitler wil van geen vluchten weten. Bovendien heeft Skorzeny als betrekkelijk lage officier weinig in de melk te brokkelen. Janzen kleurt zijn verhaal met authentieke gebeurtenissen. Zoals Hitlers uitbundige verjaardagsfeest tien dagen voor het finale einde. In de rijkskanselarij dronken en dansten de nazi’s tot in de kleine uurtjes, ook al stond Berlijn in lichterlaaie. Historisch is ook de woede-uitbarsting van Hitler om het verraad van een paar bevelhebbers. De arrestatie van Hitlers eigen zwager, slechts enkele dagen voor het finale einde, is eveneens waarheidsgetrouw.

De bok van Babelsberg

De meeste indruk maakt de menselijke maat waarmee Michiel Janzen het leven in de rijkskanselarij beschrijft. Oorlogsmisdadigers als Bormann, Goebbels, Keitel, Jodl en Mohncke krijgen een menselijk gezicht. Zo wordt propagandaminister Goebbels door zijn collega’s schertsend ‘De bok van Babelsberg’ genoemd, een verwijzing naar zijn seksuele escapades. Hoe moorddadig al die nazi’s ook waren, over uitroeiing en barbarij gaat het vrijwel nergens. Wel over alledaagsheden als jaloezie, roddel en vrolijkheid. Zo raken de kinderen van een hoge nazi opgewonden van de puppy’s van Blondi, de herdershond van Hitler. Af en toe gaan de mensen een luchtje scheppen en een sigaret roken in de tuin van de rijkskanselarij. Dat is tevens de uitlaatplek van de honden van Hitler en Eva Braun. Een van de hondjes piest in een bomkrater.

In dit indringend verhaal vallen de tekortkomingen niet op. De jacht op de führer komt traag op gang. Nergens wordt beschreven met welke opdracht de commando’s op pad gaan. Beschrijvingen zijn soms slordig, bijvoorbeeld als Janzen het heeft over bleke ogen, waar hij waarschijnlijk bleke gelaten bedoelt. Het gegeven van een ontsnapte Hitler is allesbehalve origineel. In 2019 schreef Luc Vanhixe Ontsnapt uit de Fuhrerbunker, waarin hij aantoonde hoe Hitler de dans ontsprong. Daar tegenover staat De dood van Hitler uit 2018, van Christophe Brisard en Lana Parshina. Dat toont aan dat Hitler wel degelijk het loodje legde in Berlijn.

De jacht op de führer is een tocht langs de gruwelen van de oorlog, naar het hart van de macht. Wat blijft hangen is de achteloosheid waarmee wreedheid onomkeerbaar in gang wordt gezet. Of Hitler is ontsnapt, zelfmoord heeft gepleegd of gedood is doet er niet werkelijk toe. Het slechte in de mens verdwijnt niet.

Deze recensie is eerder verschenen op De Leesclub van Alles.





Lees verder op mijn site

Reacties op: Toefje fictie brengt bizarre historie akelig dichtbij