Blogpost: Evi F. Verhasselt

Ze zeggen dat ik gek ben.

Ik loop door de sneeuw en voel hoe de vlokken als donsveertjes mijn gelaat beroeren. Met gesloten ogen keer ik mijn gezicht naar de hemel. Ik doe een stap en zink een eindje weg. De sneeuw knispert onder mijn voeten. Ik doe nog een stap. Heerlijk.
Dan open ik mijn ogen en neem de betoverende omgeving in me op. Het lijkt wel een kerstkaartje. De bomen zijn bedekt door witte sluiers en het gras is veranderd in een donstapijt. Ik buk me en maak een sneeuwbal, maar ik gooi hem niet weg. Er is hier niemand om hem naartoe te gooien. In deze witheid sta ik alleen. Ik kijk hoe de bal langzaam verandert in water. Mijn handen zijn koud en nat, maar dat deert me niet. Ik hou van dat gevoel. De winter. Het zit voor een stuk in mij.
Met een kreet van vreugde laat ik me achterover vallen. Zoals mijn moeder me ooit leerde, beweeg ik mijn armen en benen. Snel sta ik op en bewonder giechelend mijn sneeuwengel. Ik geef haar een handkusje en draai me om. Hikkend van plezier maak ik enkele danspasjes. Ik draai rond en rond en rond... en val, maar het doet geen pijn. Ik schaterlach en gooi de sneeuw omhoog. Als een jonge hond dartel ik tussen de witbestoven struiken. Zo mooi, zo mooi! De sneeuw blijft aan mijn huid plakken en ik lik de vlokjes van mijn handen. Het smaakt zout. Ik steek mijn tong uit en pluk de vallende sterren uit de lucht. Mijn lievelingseten. Zalig. Naast mijn voeten ligt een grote hoop sneeuw en ik besluit ter plekke om er een sneeuwman van te maken. Ik boetseer er de liefde van mijn leven van en kus hem langdurig.
“Ik hou van jou,” fluister ik in zijn ijzige oor. De wind neemt me vast in een liefdevolle omhelzing en fluit me zijn antwoord toe. De wolken draperen een kanten bruidskleed om me heen. Ik ben gelukkig.


Ergens achter me hoor ik voetstappen en een stem. Ik ken die stem. Ze verprutst alles. Ik negeer haar en sluit me af van de wereld. Het gevoel van vallende sneeuw op mijn huid is het enige dat telt. Het enige belangrijke.

“Lieverd, je moet toch echt wat aan doen als je naar buiten gaat hoor. Je kan toch niet zomaar in je blootje op het veld gaan rondspringen? Kom maar mee naar binnen. Kom.”

Ze trekt me naar binnen. Naar die andere witheid. Ivoren muren. Grijswitte kleding. Lijkbleke gezichten. En de gele geur van ammoniak.


Ze zeggen dat ik gek ben.

Lees verder op mijn site

Reacties op: Ze zeggen dat ik gek ben.