Advertentie


Tijdens het spelen valt Kees in een put ongebluste kalk, waardoor zijn hoornvliezen beschadigt raken en hij steeds minder kan zien. Op zijn normale school lukt het niet meer, dus hij moet, met tegenzin, naar een school voor blinden.

Aan het begin wordt Kees' leven goed neergezet: hij woont samen met zijn ouders en zusje op een woonboot en hij speelt in en om het water met zijn vriendjes. Dat is natuurlijk ook wanneer het misgaat en Kees het ongeluk krijgt waardoor zijn hoornvliezen beschadigt raken.
De reacties die Kees hierop heeft, zijn heel geloofwaardig. Hij kan eerst nog wel wat zien, maar zijn zicht wordt steeds slechter. Wat Kees nog wel en niet kan zien, wordt zo goed beschreven, dat het heel makkelijk voor te stellen is. De mensen om hem heen weten soms ook niet meer hoe ze ermee om moeten gaan, dus dat Kees uiteindelijk naar de blindenschool gaat, is voor iedereen een goede oplossing.
Daar leert hij ook andere kinderen kennen die niet of weinig kunnen zien. Blijkbaar was het in de jaren '50 van de vorige eeuw normaal om ogen te vervangen voor glazen of plastic ogen, als je er niets meer mee kon zien en ze heel erg pijn deden. De hoornvlies-transplantaties waren nog niet zo "makkelijk" als nu, dus als je blind werd, was er een grote kans dat je dat ook bleef.
"Het licht in je ogen" is in 1956 geschreven en heeft Kees beschadigingen aan zijn hoornvlies. Een operatie met transplantatie van hoornvliezen heeft zo'n kleine kans van slagen, dat hij waarschijnlijk altijd blind blijft.
Ongeveer 50 jaar later, in 2005, heeft Frida in "Eén minuut eerlijkheid" (geschreven door Bjørn Sortland) hetzelfde probleem, maar bij haar is de kans van het falen van dezelfde operatie zo klein, dat zij hoogstwaarschijnlijk na de operatie gewoon weer kan zien.

Kees begint daarom op de blindenschool al meteen met dingen als braille leren schrijven, maar ook de gymles is anders. Het is duidelijk dat de auteur op bezoek is geweest bij een blindenschool om te leren hoe ze allerlei dingen aanpakken, zo gedetailleerd beschrijft ze sommige dingen. De focus ligt echter altijd op het verhaal van Kees - de beschrijvingen komen gewoon langs omdat Kees dat soort dingen leert of meemaakt.

Het verhaal volgt Kees en zijn gedachten, dus wat er gebeurt op plaatsen waar Kees niet is, kom je als lezer alleen te weten als Kees het van iemand anders te horen krijgt.
Het taalgebruik doet tegenwoordig wat ouderwets aan, maar het is wel mooi. Iedereen lijkt daardoor heel netjes te praten, ook al zijn de verschillende spreekstijlen (zoals dialect) wel uitgeschreven.

Binnenin staan een aantal zwartwit-tekeningen van belangrijke of emotionele momenten. De tekeningen bestaan alleen uit zwarte lijnen, met schaduwen en planten wat "krasserig" en de gezichten wat realistischer en gedetailleerder, maar wel met zo min mogelijk lijnen.
De tekening op de kaft is, net zoals de illustraties in het boek zelf, gemaakt door Bab Siljée. De tekening loopt door op de achter- en voorkant. Kees zit te mokken tegen een boom in een grasveld en zijn vriend staat in de achtergrond de andere kant op te kijken. De gebruikte kleuren zijn helder - de grote vlakken zijn geschilderd met aquarelverf en de details en extra schaduwen zijn met potlood gedaan.

"Het licht in je ogen" is een interessant verhaal om te lezen hoe er werd omgegaan met blind worden in de jaren '50 van de vorige eeuw, wat de auteur goed heeft beschreven.

Reacties op: Blind worden in de jaren '50 van de 20e eeuw

1
Het licht in je ogen - An Rutgers van der Loeff - Basenau
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners