Jean-Paul Colin Hebban Recensent

Iedere schrijver zijn specialisme. Zo was Jules Verne fameus om zijn sciencefictionverhalen, werd Yeats legendarisch om zijn poëzie, en ontpopte Sir Arhur Conan Doyle zich tot een aanbeden detectiveschrijver, met dank aan zijn geslepen speurneus Sherlock Holmes. Maar er was tussen hen ook een overeenkomst: ze lieten zich inspireren door dezelfde schrijver, iemand wiens specialismen niet op een hand te tellen waren. ‘De grootste Amerikaanse dichter ooit’, meende Yeats. ‘De meester van het detectiveverhaal’, liet ook Doyle zich niet onbetuigd. Met recht. Dat Edgar Allan Poe (1809-1849), degene die al deze eer toekomt, de grootste van zijn tijd was, staat zo vast als een huis na het lezen van Alle verhalen.

Deze verzamelde werken, in 2007 uitgegeven door Athenaeum-Pollak & Van Gennep, bevatten alle korte verhalen van Poe, ruim zeventig in totaal. Dat niet ook Poe’s vele gedichten en essays zijn opgenomen, is logisch en niet meer dan bijzaak. Met alom bekende en terecht geprezen klassiekers als ‘De moorden in de rue Morgue’, ‘Een afdaling in de maëlström’, ‘De zwarte kat’ en ‘De ondergang van het Huis Usher’ kan het onmogelijk ontbreken aan kwaliteit. Maar ook met de net wat minder bekende verhalen als ‘De voortijdige begrafenis’, ‘De feiten in de zaak van de heer Valdemar’ en ‘U bent de man’ laat Poe zien dat angst inboezemen hem als een maatkostuum past.

Eigenlijk toont Poe zich in élk verhaal een grandeur. Zijn eigen lijden, het dramatische verloop van zijn leven, speelt vrijwel overal tersluiks een rol. Alle vrouwen van wie hij hield stierven een langzame dood. Het bloed dat zij ophoestten (als gevolg van tuberculose) heeft een niet zichtbaar maar wel voelbaar spoor achtergelaten op elke pagina. Poe was vanaf zijn geboorte een verdoemde ziel, iemand die vocht tegen de waanzin die hem niet alleen steeds verder vervreemdde van anderen maar ook van zichzelf. Net als zijn personages. Het pad dat ze bewandelen is uitzichtloos, veelal eindigend in een directe confrontatie met de dood. Een confrontatie die voor de lezer nog eens wordt versterkt door de nodige illustraties van Harry Clarke (1889-1931), een vermaard Iers art nouveau-kunstenaar van gebrandschilderd glas. Clarke heeft Poe’s beklemmende proza prachtig in beeld gevangen. Met akelige precisie ademen zijn ‘psychedelische’ tekeningen de dreigende sfeer uit die de schrijver zo indringend heeft verwoord. Angst, agressie, pijn, onmacht, sterven… het kruipt onder je huid nog voordat je er grip op hebt.

Alle verhalen  van Edgar Allan Poe is in ieder opzicht een kunstwerk. Het is althans moeilijk voorstelbaar dat Verne, Doyle en Yeats zich hebben vergist.

Reacties op: Waanzinnig goed