'Aan de voet van de gletsjer' is een van de beste romans die ik ooit gelezen heb, wellicht zelfs dé beste... Dat was zowat het enige waar ik níét over twijfelde toen ik het boek uit had, want wat wás dit toch voor een roman? Ik kon er maar geen etiket op plakken.

In het nawoord, geschreven door Susan Sonntag, vond ik verwoord wat ik eigenlijk onbewust al aanvoelde zonder er de vinger op te kunnen leggen: 'Aan de voet van de gletsjer' is tegelijk "een sciencefictionroman, een filosofische roman, een komische roman en een fantastische roman. Het is ook een sprookje, een fabel, een allegorie en een parodie." Daar mag ook nog "religieuze satire" aan toegevoegd worden. Kortom: deze roman valt niet onder te brengen bij één genre, een eigenschap die schril contrasteert met de bijna banale eenvoud van het verhaal zelf...

Het komt de bisschop van Reykjavik ter ore dat de pastoor van een verafgelegen parochie aan de voet van de Snaefellsgletsjer zich steeds excentrieker begint te gedragen. Hij zou geen kinderen meer dopen, en de doden begraven heeft hij ook al achterwege gelaten. En wat is er gebeurd met zijn vrouw Ua van wie al dertig jaar niks meer gehoord werd? En wat betekent toch dat bizarre verhaal over een doodskist die ergens op de gletsjer zou liggen? En klopt het dat de eerwaarde nu zelfs zijn kerk gesloten heeft...? De bisschop wil klaarheid, en hij stuurt er de jonge theologiestudent Gebi op af met een duidelijke opdracht: "Zo weinig mogelijk zeggen en doen. Uw ogen openhouden. [...] Niet proberen orde op zaken te stellen." Kortom, Gebi moet observeren en registreren, maar mag niet tussenbeide komen.
Gewapend met een bandrecorder reist hij naar het dorp bij de gletsjer, vastbesloten om in de paar dagen die hem zijn toegemeten een zo volledig mogelijk rapport samen te stellen... Gebi vindt onderdak in het parochiehuis waar hij opgevangen wordt door Dora de Stamper, de meid van de pastoor, die haar dagen vult met het maken van liters koffie en het bakken van taarten. Hij zal er maanden blijven...
Gebi ondervindt al gauw dat die hele gemeenschap niet helemaal spoort. Hoe directer vragen hij stelt, hoe vager en ontwijkender antwoorden hij krijgt − áls hij er al krijgt. De vraaggesprekken die Gebi registreert zijn soms hallucinant, vaak hilarisch maar zelden verduidelijkend. Gebi wordt geleid, misleid, verleid, afgeleid en omgeleid. Overal waar hij komt moet hij sloten koffie drinken, en na verloop van tijd schijnt zijn dieet alleen nog te bestaan uit de taarten van Dora. Hoe meer afkeer hij van dit zootje ongeregeld krijgt, hoe meer hij er van in de ban raakt. Tot overmaat van verwarring blijkt iedereen eigenlijk best tevreden met de gang van zaken in de parochie, en ziet niemand graten in het gedrag van hun geliefde zielenherder.

Is Dora de Stamper al een fantastisch personage, er zijn er nog. In de eerste plaats het mikpunt van Gebi's onderzoek, pastoor Jon Primus. Hij heeft zijn kerk dichtgetimmerd, herstelt primusbranders en is nu ook hoefsmid. De dichtende truckchauffeur Alfberg verontschuldigt zich voortdurend voor dingen waar hij geen schuld aan heeft. Districtsvoorzitter Helgi is de helft van de tijd zijn paarden kwijt. De zakenman, goeroe en professor Godman Syngman voert bizarre natuurkundige experimenten uit op de gletsjer, en zijn drie hulpjes (een stel bijzonder lachwekkende malloten) hangen het boeddhisme aan en gedragen zich als een soort hippies avant la lettre. Er is ook de al dertig jaar verdwenen Ua (eigenlijk Ursula) die plots toch weer opduikt (samen met de mysterieuze kist), en nog veel meer, en meer, en meer...

Laxness steekt in deze roman de draak met het christendom en andere godsdiensten (*). Hun vaak zwevende theorieën en hoogdravende gedragsregels worden steevast onderuit gehaald door de ongenuanceerde, gezonde boerenlogica die de parochianen fijnzinnig weten te hanteren.

Humor is een constante in het werk van Laxness, maar 'Aan de voet van de gletsjer' is veruit zijn meest absurde, meest komische roman waarin hij ongebreideld de spot drijft met tal van maatschappelijke fenomenen. De roman bulkt dan ook van de onderliggende bedoelingen, fijnzinnige dubbelzinnigheden, verdoken meningen, bedekte sneren en opgepoetste verwijten. Flagrante stommiteiten blijken even later toch weer slimme zetten, of omgekeerd... En uiteraard is alles in Laxness' kenmerkende stijl neergeschreven: vloeiend, vlot en altijd begrijpelijk! Wat dit betreft kan ik het uitmuntende werk van vertaler Marcel Otten niet genoeg benadrukken!

'Aan de voet van de gletsjer' is één lang literair festijn, een goed gevuld bord heerlijkheden, overvloedig overgoten met een humor die bijwijlen zo absurd is dat ik − en ik niet alleen (**) − de mannen van Monty Python er sterk van verdenk hier hun mosterd te hebben gehaald. Laxness serveert aan een hoog tempo de ene delicatesse na de andere. De verbazing over de ene absurditeit is nog niet uitgewerkt of de volgende dient zich al aan. De diversiteit aan personages, gedachten, verhalen, ideeën én genres die Laxness in dit boek samenbrengt is enorm. Het boek telt slechts 210 bladzijden, maar ik had het gevoel dat ik er wel 1000 had gelezen. Ik moest vaak luidop lachen, ik was dikwijls ontroerd en een enkele keer ook wel ontzet, maar één gevoel overheerst: bewondering in het kwadraat voor deze schitterende roman.

(*) De originele titel, Kristnihald undir Jökli, betekent letterlijk 'Christendom onder de gletsjer'.
(**) Zie de recensie van Peter Swanborn in de Volkskrant van 19 juli 2007.

Reacties op: Een literair festijn

29
Aan de voet van de gletsjer - Halldór Laxness
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken