Verhalenwevers #15 Een falende godin

op 07 januari 2018 door

Deze keer in Verhalenwevers een nieuwe ster aan het fantasyfirmament: Petra Doom! Haar debuutroman Een kracht ontwaakt, het eerste deel van de urban fantasyreeks Overstekers, verscheen in 2017 bij uitgeverij Lannoo. Wij van de Club van 10 mochten dit boek al lezen. Deel twee, De prijs van macht, wordt verwacht in mei 2018.
Petra Doom laat zich graag leiden door de personages: hun stille angsten, grote geheimen, kleine kantjes en onverwachte overwinningen. Ze schreef in haar jongere jaren poëzie en waagde zich aan songteksten. In samenwerking met de Turks-Vlaamse groep Tarhan leidde dat tot de cd Juicy Little Bramble.
Petra Doom studeerde kunst- en cultuurwetenschappen. Ze is gefascineerd door menselijk gedrag en samenlevingen, de verhouding tussen natuur en cultuur, en de verschillende manieren waarop mensen hun angst en hoop, verlangens en streven uitdrukken. Daarbij zijn sprookjes en mythologische verhalen een van haar oudste interesses. Ze geeft tegenwoordig workshops over de symbolen daarin, en wat die nog te betekenen hebben voor de mens van vandaag. Daarnaast breekt ze een lans voor intuïtieve creativiteit als weg naar innerlijke rust. 
Haar liefde voor fantasy begon bij haar liefde voor mythologie, maar eindigde daar niet. Voor haar is het een breed genre waarin je alles vindt waar je zin in hebt: spanning, romantiek, moordmysteries of humor. Onder haar favoriete auteurs bevinden zich Patrick Rothfuss, Brandon Sanderson, David Eddings en Terry Pratchett.

Een falende godin

De hand op Eshes schouder begon net te verstrakken.
Haar hart sloeg één keer, als een reusachtige trom in de stilte. Toen nam haar lichaam het over. Haar gepijnigde, zwakke lichaam, te oud voor een vrouw van zesendertig, herinnerde zich haarscherp de training waarvoor ze ooit was weggeslopen uit de slaapzaal van de novices.
Eshe zakte door haar knieën en greep de arm die bij de hand op haar schouder hoorde. Ze boorde haar elleboog hier, verzette haar voet naar daar, en in een routineus gebaar van twee decennia geleden trok ze de goede kant op. Een gestalte vloog door de lucht en landde met een doffe klap op de steen voor haar. Haar training hield haar in beweging. Nooit stilstaan. Ze sprong naar voren, naar de gedaante op de grond die nu nog stil was. Als ze hem de mond kon snoeren, dan was nog niets verloren.
Nu pas nam ze haar eerste ademteug. De pijn in haar kapotte long was erger dan ooit. Hij leek uit te stralen tot in haar hart.

Het gezicht dat naar haar opkeek werd omkranst door blond haar dat in vreemde krullen naar beneden viel. Eshe knipperde met haar ogen. Het visioen dat haar sinds haar coma bezocht, was er weer, op het slechtst mogelijke moment. Moeder Ulms gezicht had de plaats ingenomen van dat van het meisje op de grond. Geduldige ogen, groot en wijs. Ze pasten niet bij de jonge, boze stem. ‘Ben jij nu helemaal…’
Het visioen van moeder Ulm verdween abrupt en Eshe herkende het gezicht dat bij de stem hoorde. Iemand snakte naar adem. Niet zij, deze keer. Het meisje, herkenning in haar blik.
Eshe kreeg een trap in haar maag en struikelde naar achteren. ‘Aska?’ bracht ze uit.
Het gezicht van het meisje was een masker van woede terwijl ze op Eshe afvloog, haar ledematen gestroomlijnd, glanzend in een onmenselijke groenbruine kleur.
Eshe herinnerde zich de dag, twee jaar geleden, dat ze haar zoon was gaan zoeken in de verlaten fabriek. De brandende golem, een krankzinnige nachtmerrie die veranderde in het meisje van wie Soma had gehouden. Vocht ze nu weer precies dezelfde strijd? Herhaalde de geschiedenis zich altijd, zelfs op zo’n kleine schaal?
In elke jaarring ligt de vorige, fluisterde de stem van Moeder Ulm murmelend.
De razernij in Aska’s ogen was afschrikwekkend. Haar intelligentie leek verteerd te worden in die woedende vlammen. Eshe gooide haar armen omhoog. Met een welgemikte klap deed ze Aska’s ongerichte aanval afbuigen, maar door de kracht sloeg ze tegen de muur achter haar.

Pijn bloeide op in haar borst, allesverzengend, erger dan de weeën waarmee ze Soma op de wereld had gezet. Ze wilde dubbelvouwen, maar kon het niet. Was het haar tweede long die inklapte? Geen adem. Oude strijdstanza’s marcheerden op de achtergrond van haar gedachten. Haar plannen waren ooit zo groot geweest. Ulm… Het schemerde voor haar ogen. Nee, ze mocht niet flauwvallen!
Weer nam haar lichaam het over. Vocht om adem, ondanks de pijn die dreigde haar bewustzijn weg te nemen. Dwong haar borst om uit te zetten. Het was alsof iemand een pomp in haar stak en lucht naar binnen dwong. Ze kon niet eens schreeuwen terwijl haar twee longen zich openden. Haar hele lijf leek zich te vullen met zuurstof. Een crescendo van geluidloze pijn en paradijselijke opluchting ineen. Haar gedachten flitsten snel, zoekend. Hoe kon een long zich ineens herstellen? Claudius en zijn medische houtkunde… Maar al die inspanningen waren mislukt – zoals zijn boze tirades maar al te duidelijk hadden gemaakt.
Hoe was dit dan mogelijk? Net nu?

Geen tijd. Aska zou niet wachten tot ze dat had bedacht. Ze moest… in beweging komen. De volgende, snelle ademteug was pijnlijk maar makkelijker. De muur schaafde haar rug toen ze zich ertegen afduwde. Haar schouder protesteerde, nu ze ineens twee keer zoveel kracht zette als ze de voorbije jaren had kunnen opbrengen. Ze wankelde, haar stap te groot. Niet te veel ineens, dacht ze. Wacht… wacht op het goede moment. Ze bleef staan, haar armen slap, alsof ze nog versuft was.
Het golemmeisje sprong op haar af, en Eshe greep haar kans. Haar hand vond de juiste beweging, een snelle en snijdende curve, recht naar de nek van het meisje.
Aska ontweek haar onmenselijk snel, en sprong toen meteen weer naar voren. Handen met lange vingers als buigzame twijgen klemden zich om Eshes polsen en trokken haar armen uit elkaar. Eshe trok uit alle macht tegen, maar ze was te sterk, te groot. Aska’s onmenselijke ogen brandden nog steeds van woede en ontzetting, maar er flakkerde ook iets anders in.

‘Hoe ben jij net als ik?’ vroeg Aska met trillende stem.
Eshe schudde haar hoofd.
Maar het gezicht van Moeder Ulm was er weer, omrand door Aska’s net niet realistische pruik. Zij knikte. Lang genoeg geslapen, Eshe.
Ze hád geslapen. Eerst in de coma, daarna onder de eindeloze toespraken van Claudius, die haar voor de zoveelste keer van de superioriteit van zijn plannen had overtuigd. Tijdens de reis naar hier. Zelfs nog toen ze in de burcht binnendrong, haar gedachten moeizaam en gepijnigd, in haar trage, gemartelde lichaam. Ze was niet meer gewend dat haar geest reageerde zoals ze wilde. Maar op dit moment waren haar gedachten scherp.
Haar ogen vlogen naar haar eigen polsen. Menselijke huid. Niet zoals Aska’s te gladde bast die haar gegroeide lichaam omspande. Maar die groene schijn…
Hoe kon dit? Was ze besmet? Zo werkte het toch niet, of wel? Een wild en paniekerig deel van haar geest vloog op als een van de nachtvogels die na de Staalroof ontstaan waren. Snel, maar geruisloos, en voorbij voor je het wist.
Moeder Ulms stem, kabbelend en veelvoudig. Jij bent de draagster van de zaden.

Het ritueel van de Eeuwige. Claudius had beweerd dat het haar niet zou veranderen, alleen het kind dat ze samen zouden hebben. Verbaasde het haar echt dat hij ook daarover gelogen had? Hij had haar zijn been laten zien, hout dat met het vlees vergroeid was. En zij… Ze stelde zich een groenig vlies voor, dat in haar borst uitzette en kromp. Zoiets als wat Claudius gebruikte om beelden op te nemen met zijn automaton. Ze haalde diep adem, voelde hoe haar borst zich vulde. Haar hoofd was licht, haar geest sprong snel van de ene naar de andere gedachte, en ze vond het moeilijk om stil te blijven staan. Haar spieren zochten beweging, een uitdaging.
‘Jij bent net als ik,’ herhaalde Aska.
De ogen van het meisje waren wild. Ze had zichzelf maar net onder controle. Maar ze was iets anders dan de wezenloze boomdingen die Claudius haar had laten zien. Aska was niet een van de kinderen van die monsterachtige aberratie die hij Ygdrasil noemde, alsof dat geen heiligschennis was.

‘Nee,’ zei ze. Ze maakte haar stem sterk, maar sussend. Eshe was niet moederlijk aangelegd, in haar hart was ze altijd een krijger geweest. Het maakte niet uit of je nu een kind moest geruststellen of een strijdmakker, er was maar een goede houding: zelfzekerheid. ‘Nee, ik ben niet net als jij. Jij bent zoals ik, een beetje.’
Aska schudde wild haar hoofd. ‘Lieg niet tegen me. Je bent hier om hem weg te halen.’
‘Ja,’ zei Eshe vastberaden. ‘Ik haal hem hier weg, voor hij een bloedeloos omhulsel is geworden, om de waanzinnige plannen van de steenvorsers te dienen.’
‘Noturis zou nooit…’
Nooit? Ook niet als hij denkt dat er geen andere oplossing is om de wereld te redden? Je hoeft mij niet te geloven. Luister naar zijn woorden.’
Aska aarzelde, en Eshe maakte langzaam, voorzichtig, een hand los. Ze tastte naar het telearboreticum en bad dat ze de opname zou kunnen terughalen, net zoals Claudius met de eerste beelden van het verzet had gedaan. De bediening was eenvoudig, Claudius was vóór alles een praktisch man. Ze ging maar een klein stukje terug, naar het einde van het gesprek dat ze had opgevangen. ‘Ik heb de kamer hiernaast klaargemaakt. We kunnen hem dwingen.’ - ‘Goed gedaan. Ik geef hem straks nog een kans. Anders zuigen we hem leeg.’
De schrik verdreef de waanzin in Aska’s ogen. De golemhand die nog rond Eshes vrije arm geklemd zat, werd roze en zacht. Aska’s lichaam was alweer kleiner, fragieler, maar haar blik was even vastberaden als toen ze Soma had verteld over het verzet.

‘Er is geen andere oplossing,’ zei ze. Het klonk als een vraag. ‘Ygdrasil moet…’
‘Die multigolem is Ygdrasil niet,’ zei Eshe. En ze had nooit mogen aanvaarden om die naam toch voor hem te gebruiken.
‘Ik begrijp het niet.’
Eshe knarsetandde. Dit was niet de tijd of de plaats om haar verhaal te vertellen. Als ze dit jonge meisje al iets moest vertellen.
Het gezicht van moeder Ulm was er zonder overgang weer. Ogen als meren in het Levende Woud keken haar aan. Haar stem fluisterde als duizend eeuwig groene bladeren. Jij wilde geen priesteres zijn van een falende godin. Claudius zei wat je wilde horen. Maar je wist ook dat Soma geen zoon had mogen zijn. Je krijgt één kans om de schuld in te lossen die je bent aangegaan. Een dochter van hout en vlees en bloed.
Eshe haalde zorgvuldig adem. Lucht stroomde naar binnen.
‘We wilden Ulm redden.’

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers #3 Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm Frank Norbert Rieter

Verhalenwevers #6 Soma's tweestrijd J. Sharpe

Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes Anthonie Holslag

Verhalenwevers #8 De droomwever Nielse Hofmans

Verhalenwevers #9 Ygdrasils meesterboom Pen Stewart

Verhalenwevers #10 In het rijk van de steenvorsers Johan Klein Haneveld

Verhalenwevers #11 Het hout onder je huid Oli Veyn

Verhalenwevers #12 Het beste medicijn Stephan van Hugten

Verhalenwevers #13 Van steen Cornelie Moolhuizen

Verhalenwevers #14 Door de barsten in de rotswand Tom Kruijsen



Reacties op: Verhalenwevers #15 Een falende godin

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Petra Doom

Petra Doom

Petra Doom (°1980) groeide op aan de Belgische kust en studeerde kunst- en cultuurwetenschappen. Ze las als kind al alles dat los en vast zat, maar werd pas echt boekengek toen ze fantasy ontdekte. H...