Advertentie

Verhalenwevers #14 Door de barsten in de rotswand

op 24 december 2017 door

Tom Kruijsen werkt als softwareontwikkelaar en schrijft inmiddels een paar jaar fantasy- en sciencefictionverhalen in allerlei subgenres. Zijn achtergrond in techniekfilosofie sijpelt soms door in zijn verhalen, maar vaak voert het avontuur juist de boventoon. Een aantal hoogtepunten van zijn inzendingen voor wedstrijden waren een derde plaats bij Trek Sagae en een vierde plaats bij Fantastels. Het verhaal De roep van de dood dat de Feniksprijs won bij Fantastels verscheen onlangs in het blad Fantastische Vertellingen. Tom rondde dit jaar de opleiding “Fantasy & science fiction schrijven” af bij de Schrijversacademie. Hij heeft zijn eigen blog over Nederlandstalige fantasy, Totem. Als je op zoek bent naar kwaliteitsrecensies met een kritische ondertoon is het beslist de moeite waard daar eens rond te kijken.
Als hij niet schrijft, speelt hij allerlei spellen of leest hij boeken die bij voorkeur wat duistere humor in zich hebben. Hij woont in Amersfoort met zijn vrouw. En daar is iets bijzonders mee aan de hand: zij schreef de vorige aflevering van Verhalenwevers! Tom en Cornelie delen het huis met hun twee katten.

Door de barsten in de rotswand

Eshe legde haar hand op de rotsen. Het ruwe steen was het laatste dat haar scheidde van Soma. Al die jaren had ze moeten wachten. Nu was hij eindelijk dichtbij. Haar vingers gleden langs de scherpe rand van een barst. Dit was haar beste kans om in te breken in de burcht van de Steenvorsers.
Thorius had Eshe niet naar binnen kunnen smokkelen. De Steenvorsers waren voorzichtig met hun geheimen. Hij had haar verteld over een rustig deel van de burcht, waar de beveiliging minder was, maar ze zou zelf een manier moeten vinden om door de rotsen te komen.
Claudius was opgeroepen om te helpen een grote aanval van golems af te slaan. Hij vond toch dat Eshe dit het beste alleen op kon lossen. Aan haar had hij wat van zijn speeltjes meegegeven. Een daarvan was het telearboreticum: het vlies gespannen op een houten raamwerk waarmee ze alles wat een automaton waarnam kon afspelen.
Als Eshe met automata bezig was, moest ze altijd aan Keik denken. Ze miste de vogel die jarenlang een trouwe vriend was geweest en haar altijd had bijgestaan. Tijdens haar revalidatie was Eshe aan de slag gegaan met het maken van een nieuwe automaton. Hoewel haar longen haar nog parten speelden, had ze de bio-dynamica waarmee ze hout tot leven wekte nog goed in de vingers. Maar het vliegmechaniek van een vogel was te complex voor de tijd die ze had. En Keik kreeg ze er niet mee terug.
Haar nieuwe gezel was een eekhoorn die ze Winn had genoemd. Zijn bruine huid glansde in het licht van de felle maan en met zijn kraaloogjes keek hij Eshe aan.
‘Hier moet het gebeuren.’
Winn maakte een fluitend geluid en hij kroop tussen de scheuren in de rotswand. Eshe hield zijn houten staart vast. Die werd langer, alsof een tak van een wilg jaren van groei doormaakte in een paar tellen. Het hout bleef flexibel en Winn verdween uit het zicht, maar het kronkelende uiteinde van wat eerder een eekhoornstaart was, had Eshe nog tussen haar vingers.
De staart was gemaakt van een stuk van Ygdrassil. Het was het meest magische hout waar ze ooit mee had gewerkt; geen ander materiaal was zo geschikt voor bio-dynamica. Eshe wist niet hoe Claudius eraan gekomen was, maar het was geweldig om te bewerken. Zelfs als onderdeel van een automaton kon het groeien en weer krimpen alsof het leven van de boom er nog in zat. Zo bleef Eshe in contact met Winn.
Aan het uiteinde van de staart zat het vlies dat Eshe tussen de dubbele lens klemde en het telearboreticum gaf meteen een korrelig beeld. Winn kwam in een kleine ruimte uit. Er waren kasten in de rotswanden gehakt die vol lagen met borden en bekers. Alles was van steen.
‘Kun je me binnen krijgen?’ fluisterde Eshe. Een enthousiast gekwetter was het antwoord. Steen was hard, maar het groeide niet, het leefde niet. Het kon alleen maar stuk. Hout wist altijd wel een weg erdoor te vinden. Nu groeide Winns staart niet in de lengte, maar in de dikte, als een boomstam die per seconde een jaarring toevoegde. De rots spleet en met een hoop gekraak brak er een stuk af. Eshe hield een paar tellen haar adem in. Hopelijk was geen van de Steenvorsers in de buurt van de opslagruimte geweest. Het bleef stil terwijl Winns staart weer kromp tot eekhoornformaat. Hij kroop op Eshes schouder voordat ze zich door de opening heen wrong.
Eenmaal binnen werd het makkelijker. Ze kroop in een hoekje en liet Winn een luchtrooster in glippen. Thorius had verteld over de schachten voor luchtafvoer die door het hele complex liepen. Winn kon ongezien rondlopen en door de roosters kijken.
Zijn staart begon weer snel te groeien en Eshe kon Winn volgen terwijl hij zich diep in de burcht van de Steenvorsers begaf. De schacht lag boven gangen die maar door liepen en de meeste kamers die Eshe kon zien waren lege leefvertrekken of opslagruimtes. Een kamer had stenen tafels waar leren riemen aan bevestigd waren. Ook daar was niemand te bekennen.
Winn kroop een ruimte verder. Eshe zakte haast door haar knieën. Ze kneep een stenen plank bijna fijn om maar te blijven staan. Nonchalant leunde Soma achterover op een stapel dierenhuiden. Jaren had Eshe hier op gewacht, hier van gedroomd. Ze voelde zijn hoofd tegen haar borst, zijn lichaam precies de ruimte tussen haar armen vullend als ze hem tegen zich aantrok. Datzelfde gevoel trok door haar heen terwijl ze een vinger tegen het beeld van haar zoon op het telearboreticum hield. Ze knipperde een traan weg omdat ze hem anders niet meer goed kon zien.
Tegenover Soma zat een oudere man met een puntige sik en een paar plukken grijs haar die langs zijn hoofd hingen. Hij was volledig in het zwart gekleed, geen wit en ook geen rood. Dat moest Noturis zijn.
‘Volgens mij zijn er wel genoeg golems,’ zei Soma. Wat voelde het goed om zijn stem weer te horen. ‘Ik snap niet waarom je er nog meer wilt hebben. De laatste keer vormden ze die afgrijselijke Ygdrassil. Was dat niet genoeg ellende?’
‘Daarom hebben we de golems juist nodig. Ygdrassil moet vernietigd worden.’
‘En hoe ga je dat doen?’
‘Laat mij me daar maar druk om maken. Ik vraag al genoeg van jou.’
Eshe zag Soma fronsen. Ze kon hem haast horen denken. Al die verantwoordelijkheid had hem een blik gegeven die veel te volwassen was voor de dertien jaar die zijn leven kende. Eshe zag de jeugd in hem, maar ze had het idee dat alle anderen hem alleen maar zagen als de bron van de golems. 'Doe het niet voor mij,’ zei Noturis. ‘Doe het voor de mensen boven. De mensen die al zo lang zuchten onder het juk van Ygdrassil.’
Een flits van schuld trok over het gezicht van Soma. Noturis had zijn gevoelige plek gevonden. Eshe betrapte zichzelf erop dat ze hoopte dat haar zoon sterk zou zijn, terwijl ze hem net nog zijn kind-zijn gunde.
Er klonk geklop en Eshe liet Winns staart bijna schieten. Het was niet bij haar, het was bij Soma en Noturis.
‘Laat het maar bezinken. Rust even uit. We spreken elkaar later.’
Soma stond op. Zijn blik gleed langs Winn en even dacht Eshe dat ze elkaar in de ogen keken. Maar hij kon de eekhoorn in de luchtschacht natuurlijk niet zien en haar al helemaal niet. Hij verdween uit de kamer. Een vrouw in een zwarte jas stapte naar binnen en de deur viel weer dicht.
Eshe maakte zich klaar om Soma te bevrijden. Ze moest ongezien door de gangen sluipen en samen met hem ontsnappen. Geen makkelijke klus, maar het moest gebeuren. Dan had ze Soma eindelijk weer bij zich.
Voordat ze Winn kon terugroepen, werd haar aandacht getrokken door de vrouwenstem die tegen Noturis sprak.
‘Is het joch al bereid om zijn bloed af te staan?’
‘Maak je niet druk, Lecia. Hij zal zwichten.’
‘Ik heb de kamer hiernaast klaargemaakt. We kunnen hem dwingen.’
‘Goed gedaan. Ik geef hem straks nog een kans. Anders zuigen we hem leeg.’
Eshe verstarde. Die stenen tafels waren voor Soma bedoeld. Ze had weinig tijd, hij moest hier zo snel mogelijk weg.
‘Winn, kom terug. We gaan Soma zoeken,’ zei Eshe zacht. Met Winn als haar gids moest het lukken om een weg door de burcht te vinden zonder dat iemand haar zag. Dat was tenminste haar plan.
Dat plan hield niet lang stand toen ze een hand op haar schouder voelde. ‘Wat doe jij hier?’

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers #3 Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm Frank Norbert Rieter

Verhalenwevers #6 Soma's tweestrijd J. Sharpe

Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes Anthonie Holslag

Verhalenwevers #8 De droomwever Nielse Hofmans

Verhalenwevers #9 Ygdrasils meesterboom Pen Stewart

Verhalenwevers #10 In het rijk van de steenvorsers Johan Klein Haneveld

Verhalenwevers #11 Het hout onder je huid Oli Veyn

Verhalenwevers #12 Het beste medicijn Stephan van Hugten

Verhalenwevers #13 Van steen Cornelie Moolhuizen



Reacties op: Verhalenwevers #14 Door de barsten in de rotswand

Meer informatie