Week van het Korte Verhaal

op 14 februari 2019 door

Vandaag is de Week van het Korte Verhaal begonnen. Een week lang wordt door diverse sites, auteurs en boekhandels aandacht besteed aan het korte verhaal. En dat is nodig ook, want korte verhalen worden nog altijd te weinig gewaardeerd. Veel mensen lezen ze niet omdat ze denken dat het geen volwaardige verhalen zijn of omdat ze simpelweg lijvige reeksen gewend zijn waarin ze langere tijd kunnen genieten van de personages en de wereld. Jammer, want er zijn veel schrijvers die fantastische korte verhalen schrijven.


In mijn tienertijd maakte ik via bundels als Pure Fantasy en Fantastisch strijdtoneel kennis met de geweldige korte verhalen van Nederlandse en Vlaamse auteurs. Ik was er meteen van onder de indruk. Het zijn heerlijke verhalen die juist doordat ze zo kort zijn heel scherp zijn. In een goed kort verhaal is alles relevant en staat geen woord te veel. Nog steeds lees ik net zo graag korte verhalen als boeken. Als ik dat vertel aan andere lezers dan kijken ze me vaak vreemd aan. Dat moet anders.
Vorig jaar schreven we al drie artikels over prijswinnende korte verhalen (je vindt ze hier, hier en hier) en dit jaar kun je tijdens de Week van het Korte Verhaal nog meer lezen over het korte verhaal, van verzamelbundels en bundeldebuten tot schrijvers die je in de gaten moet houden. We zullen vooral aandacht besteden aan al het moois dat in Nederlands en Vlaanderen te vinden is, want onze eigen auteurs schrijven prachtige verhalen.

Om meteen een paar misverstanden uit de weg te ruimen: korte verhalen zijn geen anekdotes en zeker geen lang uitgesponnen grappen. Het zijn geen onvolledige verhalen en al helemaal geen ‘oefeningen’ voor het ‘echte werk’ (waarmee dan een verhaal van romanlengte bedoeld wordt). Korte verhalen (of kortverhalen) zijn volwaardige verhalen waarin soms heel veel gebeurt. Je hoeft dus ook niet bang te zijn dat je niet ‘genoeg’ krijgt. Vervelen zal je je zeker niet. Integendeel. Korte verhalen zijn vaak vanaf de eerste alinea intrigerend.

Omdat een auteur slechts een beperkt aantal woorden tot zijn beschikking heeft, is elk woord relevant. In korte verhalen wordt vaak veel gesuggereerd. Als lezer moet je tussen de regels door lezen en de ontbrekende stukjes invullen. Het zal je verbazen hoe goed auteurs hun personages en werelden tot leven kunnen laten komen, soms zelfs zonder dingen letterlijk te benoemen. Er is minder ruimte, dus ook minder ruimte voor ballast. Bij verhalen van een geringe lengte valt het veel meer op als een scène geen toegevoegde waarde heeft.

Auteurs nemen het schrijven van een kort verhaal serieus. Het is niet iets wat je ‘even snel’ doet. Het doet dan ook zeker geen recht aan het korte verhaal om het te beschouwen als ‘oefening voor het echte werk’. Zo werkt het ook helemaal niet. Je leert wel iets over het vertellen van een verhaal, maar een kort verhaal is anders van aard dan een boek. Het korte verhaal is een kunstvorm op zich, geen opstapje naar ‘volwaardig’ werk. Het ís een volwaardige vorm.
Een van de kenmerken van deze vorm (geen genre dus. Net als bij boeken zijn er korte verhalen in alle genres) is de geringe lengte. Er is echter nog wel een verschil tussen ‘kort’ en ‘heel kort’. De ondergrens voor een kort verhaal is één zin, meestal van precies 6 woorden: het zeswoordverhaal. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat nog wel een verhaal is, maar er zijn auteurs die in zo weinig woorden een hele wereld kunnen oproepen. De meeste korte verhalen zijn echter wel iets langer.
Er zijn nog meer bekende lengtes van ultrakorte verhalen, zoals twitteratuur (140 tekens, voorheen de lengte van een Twitterbericht) en espressofictie (60 woorden, volgens de bedenkers precies het aantal dat je kan lezen tijdens het drinken van een espresso). De meeste mensen beschouwen 750 woorden als de grens tussen een ultrakort verhaal en een kort verhaal, al worden 500 en 1000 woorden ook vaak genoemd. Bekende lengtes van korte verhalen zijn naast 1000 woorden 1500 en 2000 woorden (ongeveer 4 pagina’s), maar ook nog langere verhalen komen regelmatig voor, bijvoorbeeld van 5000, 10.000 of 15.000 woorden (ongeveer 40 pagina’s). Zeker in ons genre zijn verhalen regelmatig wat langer. ‘Langer’ wil echter niet altijd zeggen ‘beter’. De kracht van een kort verhaal staat los van de lengte.
Het is lastig om precies te zeggen waar de grens ligt tussen een kort verhaal en een novelle. Zowel 10.000, 15.000 als 20.000 woorden worden genoemd. Als je eenmaal meerdere korte verhalen gelezen hebt dan voel je het verschil wel.

De Hebbanredactie besteedde vandaag ook al aandacht aan de Week van het Korte Verhaal. Er is een topic waarin je kunt vertellen over jouw ervaringen met het korte verhaal en je kunt Hoe lees ik korte verhalen van Lidewijde Paris winnen.

- Kim -


Lees jij graag korte verhalen?

Vertel hieronder wat het beste korte verhaal is dat jij ooit hebt gelezen en waarom je het iedereen zou aanraden. Welke auteur schrijft de beste korte verhalen? Welke bundel zou iedereen moeten lezen? Als schrijver iets over je favoriete eigen verhaal vertellen mag natuurlijk ook. Het hoeft niet per se verbeeldingsliteratuur te zijn (zet het er wel even bij als je een kortverhaal uit een ander genre noemt). We verzamelen alle reacties in een tipartikel dat aan het eind van de Week van het Korte Verhaal gepubliceerd wordt (tenzij je liever niet wil dat jouw reactie wordt opgenomen in een artikel, natuurlijk).



Reacties op: Week van het Korte Verhaal

Meer informatie