Advertentie

Fictie. Vraag 5 - De taal

op 15 juni 2018 door

Vraag 5.a. Wat kun je zeggen over de schrijfstijl van Guy Prieels?

Vraag 5.b. Ongetwijfeld is de beeldende taal van de auteur jullie opgevallen. Het boek staat er vol mee. Ik noem er een paar:

“Ik ben uit een rijke broek geschoten en weet met geld om te gaan” (blz. 17)

“Van Vugt maakt van zijn ondervraging een spelletje en gedraagt zich alsof hij opgetrokken is uit teflon” (blz. 57)

“Hij ziet er uit als een kraai op een kadaver. Hij heeft geen tong in zijn mond zitten maar een scheermes” (blz. 64)

“In haar wufte zomerkleedje ziet ze er uit als een cadeau met een fors prijskaartje”(blz. 123)

“Hij is sprakeloos en staart in het blauw van haar ogen als een konijn in een lichtbak” (blz. 171)

“De godendochter met de rode Mustang. De squaw die de mustang bereed.”(blz. 252)

Je ziet het als het ware voor je en vaak heeft zo’n zin een humoristische ondertoon. Ga je door dit soort zinnen het boek anders lezen?

 

Vraag 5.c. In ‘Bluf’ staan ook tal van uitdrukkingen. Kun je de betekenis aangeven van deze zegswijzen:

  • Ik heb je te stekken, moordenaar (blz. 99)

  • Een wolf tussen de schapen moet zich in de wol steken (blz. 141)

  • Voor wie zij al langer een boontje heeft (blz. 216)

  • Hij schiet uit zijn krammen (blz. 249).

Ga maar los en kom zelf met voorbeelden waarop de leesclubdeelnemers kunnen reageren.



Reacties op: Fictie. Vraag 5 - De taal

Meer informatie

Gesponsorde boeken