Interview

Marieke Nijkamp: ‘Het perfecte einde is een hoopvol einde’

26 mrt 2016

Begin dit jaar veroverde de Nederlandse Marieke Nijkamp de Amerikaanse bestsellerlijsten met haar YA-boek This is where it ends, dat in september in de Nederlandse vertaling 54 minuten verscheen. Een omgekeerde volgorde die past bij de auteur die strijdt voor minder mainstream verhalen en meer diversiteit in boeken. Stefanie Schulte interviewde de schrijfster op gepaste wijze in 54 minuten.

Marieke Nijkamp
3.98 (1124)
Kies jouw boekenplank

Door Stefanie Schulte.

Het is een regenachtige zondagmiddag wanneer ik Marieke Nijkamp ophaal bij de bushalte in Purmerend. Ze heeft er inmiddels een reis van drie uur opzitten, met dank aan perikelen van de NS. Na het interview schuift Marieke ook nog aan bij de YA Leesclub van boekhandel Het Leesteken en dan wacht haar nog de terugreis van weer zeker drie uur. Marieke heeft wat over voor haar lezers, dat is duidelijk! We nemen wat te drinken, Marieke snuffelt wat aan de boeken in de winkel en dan beginnen we met het interview. Ik heb me voorgenomen het interview in 54 minuten te doen.

Nijkamps debuutroman, This is Where It Ends, verscheen in januari 2016 in de Verenigde Staten bij Sourcebooks Fire. Inmiddels zijn er meer dan 100.000 exemplaren verkocht en stond Nijkamp 28 (!) weken in de top 10 van de New York Times Bestsellerlijst in de categorie Young Adult. De Nederlandse vertaling verscheen in september 2016 bij Harper Collins Holland. Dit young adult-verhaal volgt vier tieners gedurende de 54 minuten van een schietpartij op een middelbare school in Alabama.

De schrijfster uit Hengelo, die zo succesvol is in de VS, kun je even kort vertellen: wie is Marieke Nijkamp?

Ik ben een schrijfster, inderdaad uit Hengelo, niet geboren Tucker maar wel getogen; ik ben geboren in Zwolle. Altijd veel met boeken bezig geweest, veel gelezen en veel geschreven en sinds dit jaar ook voor het eerst uitgegeven. Ik kan me niet anders heugen dan dat ik veel boeken om me heen had en altijd wilde lezen. Verhalen schrijven deed ik vanaf mijn tiende. Ik las toen Brief voor de koning van Tonke Dragt en toen realiseerde ik me dat ik ook avonturen wilde beleven en dat soort verhalen schrijven. Ik besefte wat een leuke dingen je allemaal kunt bedenken met fantasywerelden en dat zette me aan tot bedenken wat ik er dan zelf van zou maken. De eerste verhalen die ik schreef, zo rond mijn tiende, waren dan ook korte fantasyverhalen. Op mijn veertiende stuurde ik mijn eerste manuscript naar een uitgever, maar dat werd afgewezen. Ik kreeg heel netjes een kaartje met de melding 'sorry, maar het past niet in ons fonds', haha. De afwijzing was terecht hoor en niet erg, want je hebt op dat moment wel het gevoel dat je ergens mee bezig bent en dat je stappen in de goede richting maakt.

'Het panel bestond enkel uit grote namen uit de kinder- en jeugdliteratuur; allemaal blanke mannen van middelbare leeftijd die altijd als voorbeeld worden genomen en daar waren we eigenlijk wel erg pissig over.'

Naast schrijven, heb je ook gestudeerd: welke studie heb je gedaan?

Ik heb filosofie en geschiedenis gestudeerd met uiteindelijk een master in Middeleeuwse Studies. Ik vind geschiedenis erg interessant, dus ik heb me met name gericht op geschiedenis van de filosofie. Maar ook richtte ik me op filosofie van de literatuur: ik hield me binnen geschiedenis ook veel bezig met verhalen en storytelling en met de omslag van verbale cultuur naar schriftelijke cultuur. Ik denk dat het allemaal wel past in een breder thema dat ik verhalen gewoon erg interessant vind, niet alleen om te schrijven maar ook om te bestuderen hoe mensen door de eeuwen verhalen hebben verteld en hoe de verhalen die we vertellen iets zeggen over ons als mens, over onze cultuur en ons wereldbeeld.

Je bent ook betrokken bij We Need Diverse Books en DiversifYA, kun je daar iets over vertellen?

DiversifYA is een website die ik met een paar vrienden heb opgezet omdat we het belangrijk vinden dat er meer diversiteit in fictie is, in plaats van alleen hoofdpersonen die blank, hetero, cisgender (wanneer de gender-identiteit overeenkomt met het biologisch geslacht) en niet-gehandicapt zijn. Doel was het creëren van een website waarop verschillende ervaringen, achtergronden en identiteiten belicht worden. Het is een collectie van interviews met mensen met verschillende achtergronden, die vertellen over hun cultuur en identiteit en over of en hoe ze zichzelf terugzien in boeken. Het is een soort introductie in de rijkdom en diversiteit van de wereld.

Door hiermee bezig te zijn, ben ik in We Need Diverse Books gerold, nu ongeveer tweeënhalf jaar geleden. Het begon als een hashtag op twitter naar aanleiding van een panel van BookCon (een conventie in ontwikkeling, maar het idee is dat het een soort Comic Con voor boeken gaat worden) en dat panel bestond enkel uit grote namen uit de kinder- en jeugdliteratuur; allemaal blanke mannen van middelbare leeftijd die altijd als voorbeeld worden genomen en daar waren we eigenlijk wel erg pissig over. Er zijn veel meer verhalen dan alleen de verhalen van deze mensen en als je kijkt naar de grote namen in de kinder- en jeugdliteratuur moet je aandacht schenken aan de mensen eromheen die ook goede verhalen vertellen. We begonnen toen een hashtag op twitter om te laten zien hoe divers wij allemaal zijn en hoe belangrijk het is dat dat ook in boeken wordt gereflecteerd. Dat ging van hashtag tot non-profitorganisatie in minder dan een jaar tijd. De hashtag had al heel snel 2 miljoen impressies. We werden door BookCon uitgenodigd om te komen praten en er ontstond een centrale groep, waardoor de aandacht die er wel al voor was, nu gecentraliseerd werd en dat leidde er uiteindelijk toe dat het een hele organisatie is geworden die zich in Amerika bezighoudt met het promoten van diversiteit. Niet alleen in boeken, maar ook in de uitgeverswereld in brede zin.

Heb je persoonlijke redenen je hier zo voor in te zetten?

Jazeker. Ik ben gehandicapt en ben in mijn jeugd heel vaak in het ziekenhuis geweest. Ik ben heel lang naar personages in boeken op zoek geweest die ook een handicap hebben en met die paar die er zijn loopt het niet goed af of het zijn de slechteriken. Gek genoeg denken veel mensen dat wanneer je een fysieke handicap hebt, je ook meteen kwaadaardig bent; echt een clichébeeld van de literaire slechterik. Of het zijn personages zoals Colin in The Secret Garden die op het einde leert om liever, aardiger te zijn naar andere mensen toe en dan magisch geneest… dat zijn geen voorbeelden waar je heel erg gelukkig van wordt als kind; het is vooral erg frustrerend.

'Gek genoeg denken veel mensen dat wanneer je een fysieke handicap hebt, je ook meteen kwaadaardig bent; echt een clichébeeld van de literaire slechterik.'

Daarnaast identificeer ik me als Queer, en daar is in het Nederlands echt geen goed woord voor (het komt erop neer dat je je afzet tegen de standaard heteronorm en hokjesdenken in algemene zin en dit ziet als het in- en uitsluiten van mensen, red.). Het is wel een fijne overkoepelende term en daarbij zie je eigenlijk hetzelfde. Het begint nu wat te komen voor allebei, maar er zijn heel weinig boeken geweest die A. überhaupt homoseksuele lesbische hoofdpersonages of biseksuele personages opvoeren en B. die dan vervolgens goed eindigen. Zeker met lesbische personages is het vaak het stereotype dat zij aan het einde van het verhaal doodgaan. Kijk maar naar Buffy, The Vampire Slayer met Willow en Tara (laatstgenoemde werd uit de serie geschreven, red.): dat soort clichés zijn dan het enige dat je hebt ter herkenning. Daar word je toch wel heel moedeloos van zo nu en dan. Het is ook niet goed voor je zelfbeeld als lezer en voor het begrip van andere mensen voor wat het nou betekent om X of Y te zijn.

We Need Diverse Books en DiversiYA zijn Amerikaanse organisaties en je hebt je boek ook eerst op de Amerikaanse markt gezet. Je schrijft Engelstalig. Denk je dat wanneer je dit boek in het Nederlands had geschreven, het een ander boek zou zijn geworden?

Ik denk wel dat het een ander boek zou zijn geworden, alhoewel het moeilijk te zeggen is, omdat ik nu al tien jaar exclusief in het Engels schrijf. Wanneer ik bezig ben met fictie denk ik in het Engels en droom ik zelfs in het Engels. Als ik me in het Nederlands zou hebben ontwikkeld als schrijver, kan het best een hele andere richting zijn opgegaan. Daar komt bij dat Engels en Nederlands uiteraard andere talen zijn en dus ook andere gereedschappen met zich mee brengen: andere ritmes en melodieën van zinnen. Wat je met bepaalde woorden wel en niet kunt verschilt. Er zijn keuzes die ik in het Engels wel kan maken, maar die ik in het Nederlands niet kan maken en omgekeerd, dus dat beïnvloedt absoluut hoe je een verhaal vertelt.

Ik ben gaan schrijven in het Engels omdat ik heel veel reisde tijdens mijn studie en veel in Engeland op bezoek was bij vrienden. Het is ook met dank aan die vrienden dat ik in het Engels ben gaan schrijven. Ze zagen me altijd schrijven maar ze lazen geen van allen Nederlands, dus toen kwam het verzoek om ook eens wat in het Engels te schijven. Dat beviel mij ontzettend goed en het paste ook goed bij het soort boeken dat ik las. We praten over tien jaar geleden en toen was Young Adult nog niet echt iets in Nederland. De Engelse markt begon een beetje te komen, maar de Amerikaanse markt was al veel verder. Dat waren ook vooral de boeken die ik dat moment zelf las. Ik realiseerde me toen ik in het Engels ging schrijven dat de verhalen die ik schreef ook Young Adult-verhalen waren, verhalen over tieners die hun weg proberen te vinden in de wereld en die proberen uit te vinden wie ze nu eigenlijk zijn. Toen ik dat besefte was het voor mij ook heel logisch daarmee door te gaan. Ik probeerde dus eigenlijk te passen in een categorie boeken die er in Nederland nog niet was, maar wel in Amerika. De categorie bestond dus in een taal die ik beheerste en waarbij ik me heel prettig voelde, dus waarom zou ik daar niet in doorgaan?

Was het moeilijk een uitgever te vinden voor je Engelse manuscript?

Je komt in Amerika niet bij een uitgever binnen zonder een literair agent, dus dat was voor mij de eerste stap. En als je dan tekent bij een agent voor je manuscript, wil dat nog lang niet altijd zeggen dat dat ook je debuutroman wordt, want de competitie in Amerika is behoorlijk heftig. Mijn hoop was vooral een agent te vinden voor mijn manuscript omdat ik in dit boek geloof en ik graag de volgende stap maak in mijn carrière. Dat proces is eigenlijk heel geformaliseerd: je schrijft brieven naar agenten waarin je het boek pitcht en als een agent er heil in ziet, dan bieden ze je aan je aan te nemen als cliënt. Dat ging al met als toch wel vrij snel, binnen ongeveer vier maanden. De agent met wie ik uiteindelijk in zee ben gegaan had precies dezelfde ideeën over dit boek als ik en we klikten ook persoonlijk nog eens, dus dat was een gemakkelijke keuze. Vervolgens duurde het ook ongeveer vier maanden tot zij een uitgever had gevonden, Sourcebooks.

'Ik was gefascineerd door het feit dat schietpartijen volkomen genormaliseerd zijn in de Amerikaanse maatschappij.'

De American successtory is inmiddels een feit; heb je zelf een verklaring hiervoor?

Ik denk dat het een combinatie van een aantal factoren is. Het thema van het boek is natuurlijk heel erg actueel in Amerika en ik kan me voorstellen dat het voor tieners iets is waar ze graag meer over weten. De cover is geweldig, dat speelt absoluut mee. Het is door alle winkels goed opgepakt; het was ook overal te vinden en ik merk dat het een boek is waar mensen graag over praten. Die mond-tot-mondreclame is essentieel. Er zijn wel wat boeken over college shootings, maar die gaan vooral over de aanloop ernaartoe of de nasleep ervan. Mijn interesse gaat juist naar het moment zelf: wat doet het met mensen wanneer je in zo’n situatie komt waarbij in korte tijd je hele wereld op de kop gezet wordt. Mijn boek leent zich goed voor het voeren van gesprekken hierover met bijvoorbeeld scholieren.

Wat was precies de aanleiding om dit boek te gaan schrijven?

Ik was gefascineerd door het feit dat schietpartijen volkomen genormaliseerd zijn in de Amerikaanse maatschappij. Ik was een paar weken na de schietparij in Sandy Hook en zat toen in de auto met een Amerikaanse vriendin. Ik verbaasde me over de gelatenheid en het feit dat iedereen maar gewoon weer doorging en er ook niet aan dacht zaken op scholen te veranderen aangaande wapens bijvoorbeeld. Een houding van 'het is wel erg, maar wat kun je eraan doen?'. Terwijl ik denk: 'Ga uitvinden wat je eraan kunt doen!' Moet je je toch voorstellen wat zoiets doet met scholieren die dit meemaken. En dat was eigenlijk de trigger.

Hoe ben je vervolgens te werk gegaan?

Ik wist al dat ik heel gelimiteerd te werk wilde gaan, dus maximaal een uur. Een gemiddelde schietpartij duurt negentien minuten en daarin kon ik dit verhaal niet kwijt, dus hier heb ik een beetje dichterlijke vrijheid genomen. Ik wilde me in ieder geval focussen op de tijdspanne van vlak voor de schietpartij tot vlak erna. Dan ga je op zoek naar een goede balans en een goede tijdsverdeling en dat werden uiteindelijk 54 minuten.

Je gebruikt vier verschillende vertelperspectieven: die van Claire, Tomás, Sylv en Autumn en niet die van de dader. Is dat een bewuste keuze?

Ja. Twee redenen: allereerst hebben we over het algemeen een enorme fascinatie voor daders, wat je ook terugziet in de berichtgeving: daders krijgen een groot podium. Ik vind dat het in dit soort situaties vooral om de slachtoffers en de overlevenden moet gaan, dat vind ik veel belangrijker dan die dader. Daarbij komt dat er geen duidelijk beeld bestaat van een typische schoolschutter. Er bestaat een ontzettend generalistisch FBI-profiel, waar feitelijk elke jonge, blanke boze Amerikaanse puberjongen onder kan vallen. Ik vind het niet verantwoord voor mij als schrijver daar dan een interpretatie van te geven. Ik wilde het verhaal zo respectvol mogelijk vertellen en dat is dan één van de keuzes die je maakt.

'Verhalen worden ook beïnvloed door alles wat we niet vertellen.'

In het verhaal komt een aantal van de personages uit je boek om bij de schietpartij. Wist je dit van tevoren al of is dit iets dat zich tijdens het schrijven ontwikkelt?

In de meeste gevallen wist ik het van tevoren wel: ik wist dat ik een aantal van de centrale personages wilde laten doodgaan. Wanneer je zo’n verhaal eerlijk wilt vertellen zal er geen happily ever after voor iedereen zijn. Ik ben sowieso een echte plotter, dus ik maak voor ik ga schrijven al hele schema’s. Zeker vanwege de tijdslimiet, de beperking van de locatie en daarbij het gebruik van de vier point of views was het plotten nog noodzakelijker dan anders. Dus dan ga je ook nadenken welke personages je laat doodgaan en waarom. Eén personage sterft door dom toeval, maar zo loopt het in het echt ook zo; mensen gaan niet alleen maar dood met een reden.

In hoeverre is er sprake van het thema ‘de waarheid tegenover leugens’?

Dat is er zeker. In zo’n kleine, hechte gemeenschap zoals in dit geval Opportunity (Alabama) fascineert het me juist welke dingen men wel met elkaar deelt en welke niet en wat er allemaal onderhuids gebeurt in zo’n gemeenschap. Dit past ook wel weer bij mijn fascinatie voor verhalen op zich. Verhalen worden ook beïnvloed door alles wat we niet vertellen. Wat me fascineert zijn de dingen die we wel delen en wat daar tegenover staat, de dingen die we niet vertellen.

Zit er verder nog een moraal in het boek dat nog niet ter sprake is gekomen?

Ik schrijf niet met een boodschap in gedachte, dat vind ik ook niet de taak van een schrijver. Ik hoop dat wanneer iemand het boek uit heeft, ondanks dat het echt heel erg tragisch is wat er allemaal gebeurt, dat diegene het boek wel verlaat met een beetje hoop. Ik geloof niet zozeer in 'ze leefden nog lang en gelukkig' of in perfecte eindes. Voor mij is het perfecte einde een hoopvol einde. Dat beïnvloedde wel heel erg de manier waarop ik dit boek schreef.

Tot slot, ben je alweer met een nieuw boek bezig?

Ja, er ligt nu een ruwe versie van een tweede boek bij mijn uitgever en dat gaat over een meisje dat teruggaat naar haar geboorteplek in Alaska om uit te zoeken of haar beste vriendin zelfmoord heeft gepleegd of is vermoord. Ook wel weer vrij spannend en best wel dramatisch ook zo nu en dan.

**Ik dank Marieke voor het interview en constateer dat we 52.45 minuten hebben gesproken; met een beetje dichterlijke vrijheid maak ik er bij deze dan toch maar 54 minuten van. **

interview

Reacties