Lezersrecensie
Een jaar in de tuin van white stork farmhouse
Het echtpaar Marijn en Redmond O’Hanlon verhuist – na in Amsterdam en Almere gewoond te hebben– naar het Drentse plaatsje Koekange en wonen in een witte ooievaarsboerderij. Zij is muzikant, kunstenaar. Redmond is schrijver, wereldreiziger en televisiemaker.
Ik fiets nog een rondje terug naar de plek waar ik de zwaluwen had gezien. Ze zijn weg. De lucht is schoongeveegd alsof iemand daar een stofdoek overheen heeft gehaald.
Marijn schrijft dagelijks in haar dagboek over de terugkomst en het vertrek van de ooievaars en hun parings- en nestdrang, het weer, de tuin en de vele andere vogels, dieren en (on)gedierte die in en om de tuin te zien zijn. Achter elk dier schuilt een interessant verhaal en wordt bondig beschreven met een ‘romantische’, menselijke twist er aan. Ze zegt zelf ‘ik schrijf over ooievaars alsof ze menselijke eigenschappen hebben’. Elke maand in het dagboek wordt voorzien van een lieve illustratie.
Ze neemt je mee in die natuur, want als lezer waan je je in de tuin, je zwoegt in de moestuin, hoort de geluiden, de verzorging, ziet de dieren, zelfs de saaiste vogels blijken subtiele kunstwerken. Zelfs Bertus hun kat met zijn jagersinstincten houdt zich koest sinds hij valeriaan heeft ontdekt.
Tussen het bijzondere natuurschoon door beschrijft ze ook hun eigen leven. Zij als stadsmens en hij als de natuurkenner. Hun omgang met de buren. Afgewisseld met zijn jeugd- en schoolverleden, zijn wisselende stemmingen als ook het tobben met zijn gezondheid, maar zeker ook hun liefde.
Als alle mensen superblij kunnen worden van het zien van een minuscuul vliegje hoeveel beter zou onze wereld er dan uitzien.
Bron: cursieve tekst komt uit het dagboek van Marijn