Lezersrecensie
Kleine haperende vluchten
In het boek ‘Kleine haperende vluchten’ verhuizen Julia, haar man, van wie de naam niet wordt vermeld, en hun pasgeboren dochtertje naar een afgelegen huis aan de rand van een oud dorp. Deze afgelegen plek moet voor Julia dienen als inspiratie voor het schrijven van haar eerste roman. Haar man heeft behoefte aan een plek waar hij kan bijkomen van zijn intensieve project dat hij als architect heeft gedaan. Hij heeft namelijk het dorpscentrum van het dorp waar ze komen wonen ontworpen, waarbij een ingewikkelde constructie van verschillende glasplaten aan te pas kwam.
Julia lijkt zich te willen verstoppen in de stilte en de rust, loopt dagenlang in grote truien door het huis en laat haar koffie alsmaar weer koud worden. Tot ze op een dag op onverklaarbare wijze verdwijnt, zonder maar ook een enkel spoor achter te laten. Julia’s man blijft daardoor alleen met zijn dochter achter en stort zich in eerste instantie op een zoektocht. Waar kan ze zijn?
Naarmate de tijd vordert, gaat Julia’s man steeds minder vaak naar haar op zoek, maar houdt hij zich zeer actief bezig met de verzorging van zijn dochter. Een korte tijd hierna stort het door hem ontworpen dorpscentrum vanuit het niets in elkaar. Van de een op andere dag is het kapot. Het overkoepelende thema in dit boek is daarom verdwijnen: “Er brandt één vraag: is er iemand die kan uitleggen, heel simpel, hoe iets er het ene moment is, en het andere moment is verdwenen?”
‘Kleine haperende vluchten’ heeft mij als lezer ontzettend verrast. De opzet van het boek viel mij hierbij het meeste op. Telkens wordt er een kort fragment vanuit Julia’s man beschreven. Een korte waarneming, met ontzettend veel details en symboliek. Hierdoor las ik het boek bijna als een soort gedicht en kon ik me de omgeving waarin de personages zich bevinden goed voorstellen. Door de letterlijke ruimte die in het boek steeds gegeven wordt (in de vorm van veel witregels), worden er vragen bij de lezer opgeroepen, waardoor je langer over het boek blijft fantaseren. De hints worden gegeven, maar de daadwerkelijke vragen blijven onbeantwoord. Dit zorgt voor een spanningsopbouw, wat maakt dat je het boek ook snel wilt uitlezen.
Doordat je als lezer ook niet bekend bent met de namen van de man en het kind van Julia, is het boek mysterieus en zet het je aan het denken over verschillende perspectieven. Want je kijkt in het hele boek mee vanuit het punt van Julia’s man. Zijn gedachten en gevoelens zijn wederom ook erg gedetailleerd en beeldend beschreven. In het volgende stukje zie je dat bijvoorbeeld goed terugkomen: “Hij ziet Julia precies op dezelfde plek met haar handen op haar buik naar de lucht kijken. Ruikt de olie die ze op haar buik smeert (iets met sinaasappel), het hangt in een wolk om haar heen en hij beseft dat zij waar dan ook is achtergebleven, met alle verstreken tijd ergens begraven in haar lichaam.” Door dit soort beschrijvingen kan ik de situatie heel goed voor me zien, iets wat het boek extra levendig en persoonlijk maakt, want als lezer voel ik me hierdoor ook meer betrokken.
Het boek loopt niet op chronologische volgorde en vloeit vanuit verschillende momenten in elkaar over. Het lijkt daardoor eerder op een langdurig gedachtespinsel, waarbij je als lezer in het hoofd van de verteller meekijkt en constant van gedachten wisselt. Het hoofdverhaal beschrijft de verdwijning van Julia in de verschillende fases, maar andere korte fragmenten omschrijven bijvoorbeeld de ontmoeting van Julia en haar man, de zwangerschap van Julia en willekeurige momenten voor de verdwijning van Julia.
Het boek heeft me geraakt vanwege de pure beschrijvingen van emoties en daarom vind ik het dan ook een echte aanrader!