Lezersrecensie
Warrior Cats: Gevaar! Een opbouwende emotionele achtbaan met een freefall op het einde.
Mag ik beginnen door te zeggen dat dit echt een enorm knap geschreven boek is? De constante opbouw naar een grote verhulling, verwijzingen naar 3 boeken geleden die toch zichtbaar genoeg zijn dat je ze herkent, en gewoon hoe makkelijk is om in de wereld te duiken door de goede omschrijvingen van plekken en karakters.
Het thema van dit boek is avontuur. Ik vind dat heel toepasselijk, want het hele boek gaat over katten die tegen elkaar moeten vechten voor hun clan. De hele serie staat in het teken van avontuur en ontdekkingstochten, dus het is voor mij geen verassing dat dit boek staat gemarkeerd als een avontuurlijk boek.
Dit boek wordt verteld vanuit een hij/zij perspectief. Het verhaal volgt de dappere krijger Vuurhart, die als gewone huiskat begon en eindigte als de commandant van de Donderclan. Er zitten een paar motieven in dit boek, bijvoorbeeld de dromen van Vuurhart, waar hij van de vroegere medicijnkat, Spikkelstaart, vage hints krijgt over een gevaar dat door het bos zwerft. Een ander motief, dat al sinds het eerste boek op de achterkant zat, was het woord vuur. Het Motto van de eerste serie is: Vuur zal onze clan redden. In de proloog van het eerste boek werd dit al genoemd door de clanleider, Blauwster.
Ze zegt dat ze deze voorspelling had gehoort in een droom met de sterrenclan, de clan waar alle overleden katten naar toe gaan. En in de laatste pagina’s van dit boek wordt de voorspelling door de sterrenclan, die 5 jaar geleden gemaakt is, eindelijk vastgesteld. Vuur gaat deze clan inderdaad redden.
Zoals ik al zei, volgt het boek de knappe orange kater Vuurhart, dat is onze protagonist. Ik vind dat het karakter Vuurhart enorm goed onderbouwt is met allemaal gebeurtenissen die niet alleen in dit boek, maar ook in de eerdere boeken zijn gebeurt. Doordat je al deze verhalen heb gelezen, kan je je veel meer inleven in het personage.
Maar genoeg over het concept van Vuurhart, laten we praten over het karakter Vuurhart. (Als je dat begrijpt)
Vuurhart was een gewone huiskat, tot hij op een dag eropuit ging naar de rand van het bos. Daar ontmoette hij de clanleider van de donderclan, Blauwster. Na een hartig woordje gesproken te hebben met Blauwster ging Vuurhart zijn leven als Rufus (Zijn naam als huiskat) achter zich laten en stapte hij in een nieuw leven als Vuurpoot (Zijn naam als leerling).
Dit is een kleine samenvatting van de eerste 30 pagina’s van het eerste boek. Je kan je voorstellen dat Vuurhart heel erg is ontwikkeld de laatste 5 boeken, en dat is ook waarom ik zo van deze serie hou. Het feit dat alles, van het verhaal over het bos tot het verhaal achter elke kat, zo natuurlijk wordt opgebouwd dat alles heel erg natuurlijk voelt. Dat vind ik enorm knap gedaan.
De grootste Antagonist in dit boek is Tijgerster, de vroegere commandant van de donderclan die is verbannen nadat hij zijn eigen clan heeft veraden. En ook dit vind ik weer zo knap gedaan, want de groeiende haat naar tijgerster is ook weer zo knap opgebouwd, dat het voelt alsof hij iets heeft gedaan tegen mij. Terwijl hij niet eens echt bestaat. Ook dit weer is al vanaf het eerste boek aan de gang, maar dat neemt niet weg dat het enorm knap is hoe deze karakters zijn opgebouwd.
Dat Erin Hunter van personages houd is duidelijk. Maar zou je mij geloven als ik vertel dat deze serie wel meer dan 70 namen heeft die je moet onthouden? Nee? Ik zou het ook niet geloven, maar toch is het zo. De belangrijkste bijfiguren in dit boek zijn:
Zandstorm, Blauwster, Wolkstaart/Wolkpoot, Grijsstreep, Mistpoel en Steenvacht, Langstaart en nog veel meer.
Misschien snap je misschien wel dat ik de tijd er niet voor heb om ze allemaal te behandelen, maar ik kan wel zeggen dat al deze bijfiguren wel voor een meer leven in de wereld zorgen.
Er is wel een best pakkende quote verstopt in dit boek, Hij luidt als volgt: Meute, Meute. Dood, Dood. Ik zal wel willen vertellen wat het betekent, maar dan verklap ik een beetje het verhaal, dus dat ga ik niet doen. En vraag me niet waarom alle woorden met een hoofdletter beginnen want ik heb geen idee, zo staat het gewoon in het boek.
De vertelde tijd is ongeveer 8-9 maanden. En dat wordt verteld in 367 bladzijdes. Ik zeg dat dat best snel is, voor een boek met zo veel detail.
Het thema van dit boek is avontuur. Ik vind dat heel toepasselijk, want het hele boek gaat over katten die tegen elkaar moeten vechten voor hun clan. De hele serie staat in het teken van avontuur en ontdekkingstochten, dus het is voor mij geen verassing dat dit boek staat gemarkeerd als een avontuurlijk boek.
Dit boek wordt verteld vanuit een hij/zij perspectief. Het verhaal volgt de dappere krijger Vuurhart, die als gewone huiskat begon en eindigte als de commandant van de Donderclan. Er zitten een paar motieven in dit boek, bijvoorbeeld de dromen van Vuurhart, waar hij van de vroegere medicijnkat, Spikkelstaart, vage hints krijgt over een gevaar dat door het bos zwerft. Een ander motief, dat al sinds het eerste boek op de achterkant zat, was het woord vuur. Het Motto van de eerste serie is: Vuur zal onze clan redden. In de proloog van het eerste boek werd dit al genoemd door de clanleider, Blauwster.
Ze zegt dat ze deze voorspelling had gehoort in een droom met de sterrenclan, de clan waar alle overleden katten naar toe gaan. En in de laatste pagina’s van dit boek wordt de voorspelling door de sterrenclan, die 5 jaar geleden gemaakt is, eindelijk vastgesteld. Vuur gaat deze clan inderdaad redden.
Zoals ik al zei, volgt het boek de knappe orange kater Vuurhart, dat is onze protagonist. Ik vind dat het karakter Vuurhart enorm goed onderbouwt is met allemaal gebeurtenissen die niet alleen in dit boek, maar ook in de eerdere boeken zijn gebeurt. Doordat je al deze verhalen heb gelezen, kan je je veel meer inleven in het personage.
Maar genoeg over het concept van Vuurhart, laten we praten over het karakter Vuurhart. (Als je dat begrijpt)
Vuurhart was een gewone huiskat, tot hij op een dag eropuit ging naar de rand van het bos. Daar ontmoette hij de clanleider van de donderclan, Blauwster. Na een hartig woordje gesproken te hebben met Blauwster ging Vuurhart zijn leven als Rufus (Zijn naam als huiskat) achter zich laten en stapte hij in een nieuw leven als Vuurpoot (Zijn naam als leerling).
Dit is een kleine samenvatting van de eerste 30 pagina’s van het eerste boek. Je kan je voorstellen dat Vuurhart heel erg is ontwikkeld de laatste 5 boeken, en dat is ook waarom ik zo van deze serie hou. Het feit dat alles, van het verhaal over het bos tot het verhaal achter elke kat, zo natuurlijk wordt opgebouwd dat alles heel erg natuurlijk voelt. Dat vind ik enorm knap gedaan.
De grootste Antagonist in dit boek is Tijgerster, de vroegere commandant van de donderclan die is verbannen nadat hij zijn eigen clan heeft veraden. En ook dit vind ik weer zo knap gedaan, want de groeiende haat naar tijgerster is ook weer zo knap opgebouwd, dat het voelt alsof hij iets heeft gedaan tegen mij. Terwijl hij niet eens echt bestaat. Ook dit weer is al vanaf het eerste boek aan de gang, maar dat neemt niet weg dat het enorm knap is hoe deze karakters zijn opgebouwd.
Dat Erin Hunter van personages houd is duidelijk. Maar zou je mij geloven als ik vertel dat deze serie wel meer dan 70 namen heeft die je moet onthouden? Nee? Ik zou het ook niet geloven, maar toch is het zo. De belangrijkste bijfiguren in dit boek zijn:
Zandstorm, Blauwster, Wolkstaart/Wolkpoot, Grijsstreep, Mistpoel en Steenvacht, Langstaart en nog veel meer.
Misschien snap je misschien wel dat ik de tijd er niet voor heb om ze allemaal te behandelen, maar ik kan wel zeggen dat al deze bijfiguren wel voor een meer leven in de wereld zorgen.
Er is wel een best pakkende quote verstopt in dit boek, Hij luidt als volgt: Meute, Meute. Dood, Dood. Ik zal wel willen vertellen wat het betekent, maar dan verklap ik een beetje het verhaal, dus dat ga ik niet doen. En vraag me niet waarom alle woorden met een hoofdletter beginnen want ik heb geen idee, zo staat het gewoon in het boek.
De vertelde tijd is ongeveer 8-9 maanden. En dat wordt verteld in 367 bladzijdes. Ik zeg dat dat best snel is, voor een boek met zo veel detail.
1
Reageer op deze recensie
