Lezersrecensie
Waar is de wellevendheid gebleven?
Toen ik Het Persriool las, herinnerde ik me weer hoe de heer Biesheuvel, toenmalig premier, werd geïnterviewd. Het zal omstreeks 1971 zijn geweest. “Gaat u vandaag nog wetten maken?”, vroeg de verslaggever met gepast ontzag. “Welzeker mijnheer, wij werken flink door”, luidde het antwoord, althans, uit mijn herinnering geciteerd.
Hoe anders is dat nu, deze verhouding tussen Pers en Politiek. Met Het Persriool vestigt Vincent Baumgart mijns inziens terecht de aandacht op de egoïstische roofdier-mentaliteit van de hedendaagse journalistiek. Men moet scoren, anders wordt men niet gelezen/gehoord.
Het knappe van de roman is dat Baumgart ook de beweegreden blootlegt die de grondslag vormen voor dit prijsschieten. Journalist Jozef heeft een minderwaardigheidscomplex, en zijn collega's zijn al niet minder gefrustreerd. Op de redactie heerst een zekere kwajongens-mentaliteit, omdat niemand zijn werk serieus neemt. Het journaille is feitelijk gevlucht voor de wereld, omdat men zo neurotisch is dat men andere taken of beroepen gewoonweg niet aankan.
Dit is dus de journalist waar we tegenwoordig mee te maken hebben. Baumgart heeft duidelijk zelf op een redactie gewerkt, getuige zijn anecdotes en kleine wraaknemingen. Zo krijgt hoofdpersoon Jozef woorden met een eindredactrice als die een groot deel van zijn interview met de wethouder wegschrapt. Terloops merkt de schrijver op dat 'haar geest gelijk is aan een tuin waarin het aangenaam wandelen is, maar waarin men niets bijzonders zal ontdekken', een citaat van Guy de Maupassant, zo meldt de schrijver keurig.
Ik vergeef het hem, want Het Persriool pakte me van het begin tot eind. Meer nog dan de Pyrrhusoverwinning van Jozef, staat zijn relatie met José centraal, een intercedente van een uitzendbureau. Aanvankelijk door haar beledigd, poogt hij haar in zijn macht te krijgen, maar naarmate het boek vordert blijkt dat de vrouw hem de baas wordt, en dat haar praktische houding ten aanzien van het leven veel productiever is dan de gemelijke ingebeelde superioriteit van Jozef. De schrijver werkt dit thema zo consequent uit dat we inderdaad aan het slot de waarheid opgediend krijgen: Jozef bekent dat hij zonder José niets van zijn leven gemaakt zou hebben. Zijn loopbaan is mislukt en hij verhuurt scooters in een obscuur Grieks badplaatsje. Gezegd moet worden dat ook José failliet is gegaan, nadat ze Jozef bij haar uitzendbureau heeft betrokken, maar dat is eerder gevolg van de economische crisis dan van gebrek aan capaciteiten.
Verder was ik aangenaam getroffen door het poëtische talent van de auteur, die soms onverwacht een milde, meeslepende toon weet te treffen. Dit, samen met het maatschappelijk engagement dat uit de poriën van het boek spat, maken Het Persriool voor mij tot een van de hoogtepunten van dit jaar.
Joke