Lezersrecensie

In medias res


PAJ Wels PAJ Wels
13 mrt 2025

Janneke Volkerink weet de lezer te grijpen, vanaf de eerste zin, “in medias res”. Zij introduceert haar belangrijkste personages zoals de momenteel beroemde jeugdige Franse schrijfster Mélissa da Costa. De lezer kent in eerste instantie alleen hun voornaam en pas vele hoofdstukken verder komt hij er beetje bij beetje achter wie ze zijn, wat hun geschiedenis is en hoe hun voorgeschiedenis het verhaal aanjaagt. Lange tijd houdt Janneke zo heel wat achter.
Een tweede overeenkomst met de aanpak van Mélissa da Costa in haar wereldberoemde boeken “Al het blauw van de hemel” en “De dagen die komen” is de hoofdstukaanduiding. Vele, zo niet de meeste, romans hebben hoofdstuktitels bestaande uit een nummer en een nadere aanduiding, bv. ‘1. Een verrassende ontmoeting”. Maar Janneke beperkt zich net als Mélissa tot alleen maar een nummer, en wel 1 t/m 36. De lezer krijgt aldus een verhaal voorgeschoteld bestaande uit 36 afgemeten ongespecificeerde hapklare brokken. En Janneke weet deze brokken mooi te verbinden, zoals schakels een ketting vormen. Heel wat van haar hapklare brokken eindigt ze met een zin die de spanning effectief gaande houdt, zoals de onheilspellende afsluiting van hoofdstuk 2: “De wereld is beter af zonder mij”. De lezer kan er door dit soort verbindingen niet toe komen het boek even weg te leggen.
Een roman hoort spannend te zijn. Janneke is er zeker uitstekend in geslaagd deze basisvoorwaarde te realiseren. Haar hoofdpersoon, chemicus en chef-kok Maarten Rubens, wil nu er zo veel spaak is gelopen zijn leven beëindigen. Hij staat op een dak, maar wordt ervan afgehaald. Er ontrolt zich daarna een scenario dat het hele boek duurt waarin hij met wisselend succes leeft met de aandrang tot zelfdoding, waar je als lezer in mee moet. De spanning begint al met de dubbelzinnige titel. Je wordt meegevoerd de diepte in en geleidelijk neemt de mate waarin je onderwateromgeving troebel is af. Dat is de spanningsboog waaronder het boek zich afspeelt. En, zoals gezegd, Janneke weet een en ander indringend te doseren. In hoofdstuk 8 (op ongeveer 1/5 van het boek) zegt Sabine, zus van Maarten: “Ik vind het erg voor jou dat Angela bij je weg is gegaan. (…) En dat je op non-actief bent gesteld door die fout met dat voetbalteam is natuurlijk ook ontzettend vervelend. Maar ik begrijp niet dat je daarom dood wilt.” De lezer krijgt hier zodoende een voorlopige beknopte samenvatting, maar beseft ook dat hij nog lang niet tot op de bodem is. En dus moet hij voort. Hierbij mag niet onvermeld blijven dat Janneke als vertelster de Wet van Tsjechov tot in de puntjes beheerst: als er in de derde akte een geweer afgaat moet je dat geweer in de eerste akte laten zien. Het boek bevat namelijk tal van vooruitwijzigingen die de lezer bezighouden als hij later in het boek beseft dat hij ten aanzien van een bepaalde recente ontwikkeling al eerder een aanwijzing heeft gelezen. Alles heeft betekenis.
Terwijl de lotgevallen van Maarten de lezer aldus blijven boeien, ontspinnen zich relaties. Om te beginnen is daar zijn vriendin Angela die bij hem weg is. Dan is er de relatie met zijn oudere zus Sabine, docente aan Hogeschool Maasland te Maastricht, die zich over hem probeert te ontfermen. Ontroerend is de relatie die gaandeweg ontstaat als Maarten Sepp, 10-jarig zoontje van Sabine, in de “Visbisnis” gaat bijstaan met het kiezen van vissen voor in zijn gestarte aquarium. Maarten voert heel wat gesprekken met psychiatrisch verpleegkundige Jan Venema, welke gesprekken doen vermoeden dat Janneke verstand heeft van therapeutische gesprekken. En zo zijn er nog wel wat beeldbepalende romanfiguren te noemen die het boek interessant inkleuren: zijn demente moeder in het tehuis, zijn collega in het restaurant te Amsterdam, zijn vrienden van de whisky-club. Ze vormen een bonte stoet en elke romanfiguur heeft zijn eigen invloed op het verhaalverloop.
Het laatste hoofdstuk speelt zich af in Mexico, waar Maarten deelneemt aan een duikexcursie in onder water staande grotten. De lezer heeft dan zijn worsteling met zijn stervenswens helemaal meebeleefd en Maarten naarmate het verhaal vordert allerlei verwikkelingen zien voltooien. Zal Maarten zich daar losmaken van de groep en neerdalen en tot slot op de bodem voor de dood kiezen? De lezer zal het antwoord op deze allesbepalende vraag zelf moeten vinden. Janneke lijkt voor een open einde van haar boek gekozen te hebben: “Ik sluit mijn ogen als de gids me een tikje tegen mijn been geeft en laat de lucht langzaam uit mijn pak lopen als mijn afdaling begint.” Dan is het boek uit. Laat Maarten zich hier tot op de bodem zakken om daar in vrede de dood te vinden of doet hij wat alle leden van de duikgroep doen die de gids een voor een aantikt, nl. hierna weer bovenkomen. De lezer weet het niet.
Hoewel dit debuut in het voorwerk wordt aangeduid als “roman” zou men het een literaire thriller kunnen noemen, passend in een kleine reeks van soortgelijke boeken in onze huidige tijd. Wie vandaag de dag in boekhandels rondneust bij de literaire thrillers, vaak genummerd met 1 t/m 10, komt daar Anya Niewierra tegen, en Mathijs Deen en Annejet van Zijl en Jilt Jorritsma. In dit rijtje hoort Janneke Volkerink ook thuis, en zeker niet onderaan.

Reacties

Meer recensies van PAJ Wels

Boeken van dezelfde auteur