Lezersrecensie
Lezen dit boek?
Rosemarijn Milo, Mantel van schaamte, 2023
Lezen dat boek!
Lezen dat boek?
Dat hangt er maar van af. Denkraam en wereldbeeld van de ene lezer zijn niet gelijk aan die van een ander.
Maar ik bofte, kreeg ik in de gaten toen ik aan het boek begon.
Ergens, een jaar of twintig geleden, leerde ik Rosemarijn Milo kennen. Zij woonde toen, met Yves, in Marcilly-en-Bassigny, op een kilometer of twaalf van mijn woonplaats Rosoy-sur-Amance. Het contact tussen ons was heel boeiend en positief en dat is het tot op de dag van vandaag gebleven. Vaak gingen onze gesprekken over het leven in het rurale noordoosten van Frankrijk, waar de geur en de geest van Marine Le Pen onwrikbaar in veler hoofden doolt.
Dat hadden Rosemarijn en ik alvast gemeen. Ook ons besef ervan, allerhande bijgedachten en kritiek erop, samengebundeld in zelfgekozen berusting.
Misschien ook waren (en zijn) de prijzen van koophuizen hier belachelijk laag, naar Nederlandse maatstaven.
Misschien ook heerste bij ons destijds de stereotype misopvatting van La Douce France. Wie zal het zeggen.
Misschien ook was het louter toeval dat wij, mijn vrouw en ik, in 1998, op Rosoy stietten, onderweg van Nederland naar onze min of meer vaste vakantieadres in Umbrië, ditmaal via Frankrijk.
Wat er ook van zij, Rosemarijn bleek onder meer auteur te zijn van een aantal literaire werken, veelal vanuit een autobiografisch gezichtspunt van haarzelf en/of haar familie.
Toen ik nog geen anderhalf jaar geleden begon aan Mantel van schaamte viel ik van de ene verbazende misleiding in de andere. Mijn eerste indruk was “Há, hé, hola! Eindelijk een niet-autobiografische roman van haar!"
Beetje fout dus van mij.
En eer ik het boek uit had, kon ik duiden waardoor dat kwam. Ons beider interessegebied en onze levensloop kenden immers tal van parallellen. Beiden woonachtig geweest in Amsterdam-Oud Zuid, beiden met een sterk ontwikkeld gevoel voor taal en (literair) taalgebruik en de behoefte aan taalzuiverheid zonder in puritanisme te vervallen, en natuurlijk onze emigratie naar Frankrijk, met behoud van de Nederlandse nationaliteit.
Overigens gaat er veel aan details en nuances verloren indien de Nederlandstalige lezer geen of weinig kennis heeft van de Franse taal, al betreft dat hier geen grote blokkade.
De woelige, zij het desondanks allengs onverbreekbare verhouding van de hoofdpersonen Anouk en Jochem duidt van alles en nog wat. Daarmee schildert zij subtiel, edoch evident tal van verschillen tussen vastgeroeste, conservatieve, katholiek-orthodoxe ideeën bij veel van de Franse personages in het boek en de meer vrijgevochten Amsterdamse samenleving. Niet bij allen, want net als smaken verschillen ook gedachten van aard en kwaliteit.
Van Dale omschrijft het begrip 'schaamte' als “het ge¬voel van on¬be¬ha¬gen dat iem. ver¬vult bij het ge¬zien, be¬kend of open¬baar wor¬den van din¬gen aan hem, han¬de¬lin¬gen van hem of toe-stan¬den om hem die in strijd zijn met de eer¬baar¬heid, het fat¬soen of de ze¬de¬lijk¬heid, of die hem ver¬ach¬te¬lijk doen schij¬nen bij an¬de¬ren”. Daarmee zeg je nogal wat. Ga er maar aan staan, en ga er maar mee om.
Omdat die (vaak verhulde) schaamte in het boek een prominente rol speelt, vooral binnen de familie van Anouk, zou ik ervoor hebben gekozen de boektitel "mantel der schaamte" te hanteren, omdat het een verwijzing in zich herbergt naar "iets met de mantel der liefde bedekken". Immers, naast veel schaamte behoort ook de liefde tussen Anouk en Jochem, als ook die tussen Anouk en Omi prominent tot de verhaallijn. En iets met de mantel der liefde bedekken ligt ook nog eens semantisch in de buurt van het woordveld schaamte.
Rosemarijn wilde daar niet aan, zei ze mij, ik meen doordat het woord 'der' haar slecht uitkwam. Maar het is aan de auteur de boektitel te bepalen.
Alles heeft zij eraan gedaan de lezer te helpen om vat te krijgen op de wirwar van gebeurtenissen, familieleden en -verhoudingen. Daartoe behoort allereerst dat zij voor in het boek de stamboom opneemt van vijf generaties van de familie Lengerke, waardoor de lezer als ware het een spiekbriefje, voortdurend weet met wie we aan Franse zijde hebben te doen. Een stamboom maken en weergeven van Jochems familie was al even ondoenlijk als onnodig, behoudens de voor de verhaallijn en spanningsboog niet bijster essentiële verschijning van Jochems vader. Dat het boek een groot aantal perspectiefwisselingen kent, vind ik allerminst een tekortkoming, juist door de steeds aanwezige vermelding van wie een hoofdstuk uitgaat of wie er aan het woord is. En mocht daarover twijfel bestaan, dan lost Rosemarijn dat subtiel op met een vermelding van de aangesproken persoon, zoals: “Je weet toch, Jochem, dat ik …”
Het boek is strikt chronologisch geschreven. Sterker nog, elk van de 100 hoofdstukken staat netjes en consciëntieus aangeduid met de datum, soms ook met de plaatsnaam erbij. Rosemarijn veroorlooft zich soms geraffineerde schijnbewegingen, die pas verderop kleur en duiding krijgen. Ik noem een dergelijke stijlfiguur een spanning verhogende flash forward. Bovendien kenmerkt haar stijl zich doordat zij dan weer optreedt als alwetende verteller, maar nooit in de ik-vorm, dan weer door citaten, (telefoon)gesprekken en e-mailteksten integraal op te nemen. Helder als glas, allemaal. Daardoor, en zeker ook door die flash forwards, dwingt zij de lezer beslist om door te lezen om alles op een rijtje te krijgen.
Mantel van schaamte laat zich lezen zonder voorkennis van haar eerder werk; hooguit geeft eerdere lezing van Voordat alles beter werd een summier aanknopingspunt.
Verbluffend is haar kennis van zaken, over de Franse en Frans-Duitse geschiedenis, met name die in Elzas-Lotharingen en over de Franse justitie, waarmee zij qualitate qua een band heeft. Ook de kleinste details moeten bij haar exact, kloppend en verifieerbaar zijn.
Wat dat betreft werd ik wat op het verkeerde been gezet dat op pagina 257 sprake is van de Oosterbegraafplaats. Immers, Omi was voor het eerst van haar leven op bezoek geweest in Amsterdam. Niet uit toeristische nieuwsgierigheid, maar om aan haar zo gewenste euthanasie toe te komen, in Nederland simpeler dan in Frankrijk.
Jammer overigens, dat die voor haar enerverende autorit van dik 800 kilometer nauwelijks wordt uitgewerkt, met al zijn nieuwe ervaringen van Ardennen, open grenzen, het vlakke Nederlandse land, de al maar breder wordende Maas.
Verkeerde been?
Tja, die Oosterbegraafplaats.
Ik als Nederlander met een Amsterdams verleden, ken maar één Oosterbegraafplaats, en die ligt in Oost, aan de Kruislaan. Nog maar een paar jaar geleden werd daar van een van mijn ex-klasgenoten en grote vriend afscheid genomen. Hij had alvleesklierontsteking. Net als ik, maar de mijne schijnt chronisch te zijn, die levenslang je metgezel kan worden en die blijkt met Creon bij elke maaltijd onderdrukt te kunnen worden. Maar Hans had de andere vorm: de acute. Hij wist er donders goed alles van af. Rookte en zoop net zoveel als ik, maar ik heb slechts de chronische.
En ik ben sinds seizoen 1958-1959 fanatiek Feijenoord-fan.
Van kinds af aan woonachtig in Oost en fervent Ajax-fan was Hans. Ook dat nog. Bij zijn uitvaart heb ik namens onze ex-klasgenoten het woord gevoerd, met vóór mij en rond de kist stond ik midden een gemengelte aan Ajacieden en andere attributen van die club. Maar Hans en ik hebben over dat verschil van inzicht nooit enig onvertogen woord gewisseld. Kort voor zijn dood heb ik hem nog opgezocht in het OLVG in Oost. Met zijn omnipresente ontwapenende humor relativeerde hij zijn noodlot: “Dan had ik maar geen mens moeten worden”.
Welnu, Rosemarijn, de Oosterbegraafplaats ligt dus in Amsterdam-Oost. Help de Amsterdamse lezer een beetje door in plaats daarvan niet te spreken van de ‘Oosterbegraafplaats aldaar’, maar gewoon van de beroemde Cimetière du Père-Lachaise, daar waar Omi uiteindelijk is begraven.
Het was een beetje fout van mij te veronderstellen dat het boek geen autobiografische elementen bevat: Apollolaan 175/boven in de Goudkust van Amsterdam (cf. Avenue Foch als Metzer pendant), is het huis waar Rosemarijn zelf ook heeft gewoond. Al op bladzij 8 worden de bewoners met naam en toenaam genoemd.
Al met al is het boek een pinacotheek van levenslessen en levenslopen, een soort doos van Pandora, te dateren van zomer 2011 tot februari 2013. Het bevat een spanningsboog, meerdere zelfs. Wat wil je ook, met zo veel personages, intriges en verwikkelingen, al dan niet verrassende wendingen, met verwijzingen naar de actuele thematiek van de Nederlandse en Franse samenleving, huichelarij en kindermisbruik incluis, met Jochems huwelijksaanzoek (“Wil je met me trouwen?”) keurig netjes op tweederde van het boek, hoofdstuk 67 van de 100.
“Lezen dat boek?”, vroeg ik jullie af aan het begin. Begin er maar gauw aan, zou ik zeggen.
Nard Loonen
Rosoy-sur-Amance
November 2025