Lezersrecensie
Als vier honden vechten om...
Gert Erauw is jurist van opleiding. Na een aantal jaren gaf hij echter de brui aan het stresserende leven in de internationale wereld van de marketing, baatte gedurende enkele jaren een B&B uit in Bourgondië maar wijdde zich uiteindelijk full time aan zijn schrijversschap en lectuur, want hij is vooral gepassioneerd door literatuur en geschiedenis.
Erauw schreef 1 kinderboek, met als titel Prinses Frutslala en de huilwolk. Het gaat over een klein prinsesje dat erg bang is van water en zich nooit wast of haar tanden poetst, en die al snel gaat stinken – ik citeer – naar “oude sokken of schimmelkaas, zo vies.” Einde citaat. Hoe dat uiteindelijk afloopt moet u zelf maar lezen, maar verwacht u alvast niet te veel aan een happy end.
En er zijn natuurlijk de zeven romans, alle zeven psychologische thrillers waarvan de eerste verscheen in 2007, en die in de loop der jaren op vrij enthousiaste lof mochten rekenen, tot en met een nominatie voor de Knack Hercule Poirot-prijs in 2014 én 2024 toe.
Zonet rolde nummer 7 van de persen, met als titel het getal 291. Waarover gaat dit boek?
Stel u voor: een familie met vier volwassen kinderen (al dan niet gehuwd en met eigen kinderen), drie broers en & 1 zus, waarvan 1 broer nota bene (!) echter al in vrij dubieuze omstandigheden overleden is. Aan het hoofd van deze vierkoppige familie staat een zogenaamde “moeder”, een regelrechte feeks, een bitch van een rijke oude weduwe die het leven van haar kinderen – en kleinkinderen – met een sardonisch genoegen terroriseert door haar bazige bemoeizucht en daar bovenop religieus fanatisme, preutsheid & kwezelarij, met als gevolg dat de vier hun moeder resp. schoonmoeder het liefst zo snel mogelijk uit de weg geruimd willen zien.
Hoe de vier dat uiteindelijk aan boord leggen moet u – opnieuw – zelf lezen, maar verwacht u, andermaal en zoals steeds in de romans van Gert, niet te veel aan een happy end, althans niet voor de meeste betrokkenen in deze zeer pijnlijke familietragedie. Maar er is – opnieuw – wél een happy end voor die ene figuur die uiteindelijk de slimste blijkt te zijn. Inderdaad, een aantal typische Erauwse trekjes komen ook hier onweerstaanbaar aan bod.
In zijn werk duikt bv. meermaals het opvallende motief op van een “plan”, van een spel of een opdracht die één of meerdere figuren zichzelf en anderen opleggen: altijd erg complexe krachtmetingen, gevaarlijke emotionele en morele pokerspelletjes die op één of andere manier faliekant aflopen en die op het einde ieders pikzwarte ziel bloot leggen. Welnu, in deze roman moeten de vier elk, anoniem en schriftelijk, een strategie uittekenen om die onuitstaanbare matriarch om zeep te helpen.
In het boek 291 zijn Erauws figuren behept met die weinig fraaie karaktertrekken die we uit zijn vroegere werk kennen, met name hun onbetrouwbaarheid, illusieloosheid, hun cynisme en het morele deficit dat onder dikke maskers verborgen zit.
Kortom, 291 is geen horror-roman (toch niet in de gebruikelijke betekenis van dat begrip), geen detective- of loutere misdaadroman, maar opnieuw een heerlijk schurende psycho-thriller waarin de subtiele, intelligente en berekenende kwaadaardigheid van rivaliserende karakters centraal staat. De ethisch-filosofische implicaties laten de lezer uiteindelijk verweesd achter omdat een moreel kompas, een richting, een oordeel, afwezig blijft. Net zoals in de roman Uit balans blijkt immers dat ‘slecht doen’, slecht afloopt, maar tegelijk ook dat ‘goed doen’ nooit beloond wordt, en dat “ieders geschiedenis” een “immense onzin” betekent.
Lukas De Vos (senior journalist bij de VRT en Knack, docent & essayist) herkende in Erauws werk verbanden met het gedachtengoed van de Sade en vooral Camus, en noemde hem in Knack de meest nihilistische auteur van psychothrillers in Vlaanderen. Ikzelf vergeleek hem met Michel Houellebecq. Daarmee is, denk ik, veel gezegd over het kille, gevoelloze en zwijgzame universum waarin Gerts fictieve maar helaas al te herkenbare intermenselijke relaties zijn ingebed.
Wie het vroegere werk van Erauw niet kent, hoeft echter niet bang te zijn. De donkere en verontrustende aspecten van het boek worden, ook in dit geval, in evenwicht gehouden door een perfect uitgebalanceerde en afwisselende structuur die nieuwsgierigheid en verrassing, en dus spanning garandeert.
Antidotum bij uitstek tegen duisternis en wanhoop vormt de typische, beeldende, plastische stijl van Gerts werk, zijn talrijke ronduit hilarische kronkelingen in het woord- en taalgebruik. Inderdaad, Gert schuwt de humor, de lach niet, al raakt die, gezien de thematiek, vaak aan een vorm van nog net draaglijk sarcasme. Er is misschien dus nog hoop.
Aarzel niet om mee de dood van de kwaadaardige matriarch in dit boek op te helderen. U zult er een huiveringwekkend plezier aan beleven.
Luc PAY
augustus-september 2025