Lezersrecensie

Littells Meesterwerk


MiekeVernede MiekeVernede
28 mrt 2026

In deze verbijsterende roman volgen we het verhaal van Max Aue, een jonge Duitser die met
zijn moeder en tweelingzus rond zijn puberteit verhuisd is naar Frankrijk (vader is niet in
beeld), maar voor zijn studie terugkeerde naar het Duitsland in tijden van opkomende nazi-
fascisme. Per toeval ontmoet hij ene Thomas en zodoende trad hij toe tot de Schutzstaffel
(SS), waar hij aan de slag gaat als inspecteur van de Sicherheitsdienst (SD), de
inlichtingentak binnen de organisatie. Na een korte inleiding van Max Aue zelf waarin hij de
redenen voor het schrijven van het boek uiteenzet, begint het verhaal vrij plots ergens in de
opmars van het Duitse leger bij Oekraïne in 1940 en loopt vanaf dat moment chronologisch
door langs de slag van Stalingrad en Max zijn werkzaamheden rondom de ‘Endlösung der
Judenfrage’ tot aan de bombardementen in Berlijn aan het einde van de oorlog.

Al direct na het lezen van de inleiding weet je; ik heb een meesterwerk in mijn handen. Niet
alleen laat Littell een uitzonderlijke diepte zien in kennis over de gebeurtenissen, de
organisatiestructuur binnen het Derde Rijk en de dagelijkse gang van zaken als SS-officer,
ook laat hij je via de ogen van Aue details zien die zo gruwelijk zijn, zo basaal, zo compleet
mensonterend dat precies die details zich vastklemmen in je hoofd. Al vrij vroeg in het verhaal komt de massamoord in de Oekraïense ravijn Babi Yar aan bod. De chaos, de duizenden en duizenden bange Joden, de inefficiëntie van de hele operatie; en Max die als
inspecteur aan de zijde staat toe te kijken om later verslag uit te brengen aan zijn meerdere.
In dit eerste deel laat Littell nog weinig los over de innerlijke gevoelswereld van Max, maar
doordat Max vanaf het begin al last heeft van braakneigingen en koortsaanvallen, hoop je dat
het hem niet koud laat.

Toch blijft Max als personage behoorlijk ondoorgrondelijk, ook de rest van het boek. Littell
laat in ‘De Welwillenden’ een interessante karakterstudie zien met zijn personage van Max
Aue. Max is scherp en intelligent, een man van zijn woord, maar ook vrij zakelijk en ‘juist’. Er zijn momenten dat Max geraakt wordt door een beeld, een situatie, een persoon, toch blijft
onduidelijk wat hem nou drijft tot deze waanzin. Het is niet zijn haat tegen de Joden, een
torenhoge ambitie om hogerop te komen, sadistische persoonlijkheidstrekken of een ultiem
geloof in de Führer. Met betrekking tot al deze punten worden namelijk lange passages
uiteengezet waarin Max zijn twijfels prijsgeeft. Het lijkt eerder een diep gevoel van loyaliteit
aan zijn takenpakket en aan de tijd en situatie waarin hij is geboren. Meermaals herhaalt hij
in het boek dat hij zo graag pianist had willen worden, of desnoods kunstschilder. Ook komt
er naar voren hoe graag Max literatuur en poëzie leest en hoe rustig hij wordt in de stilte van
de natuur. Maar hij geeft je daarna als lezer meteen de kille waarheid terug: ik ben nu
eenmaal in dit systeem beland, hier moet ik mij naar schikken en mijn opdrachten zo goed
en efficiënt mogelijk uitvoeren. Dat maakt Max naar mijn idee een bittere realist en laat zien
hoeveel afstand er is gecreëerd tussen zijn interne wereld en de feiten die zich voor zijn ogen
afspelen. Krieg ist krieg en daarmee uit. Max verandert door deze instelling van een denkend
en voelend mens in een machine die orders uitvoert.

Eén van de beste voorbeelden hiervan is de toewijding waarmee Max zich stort op zijn taak
om het sterftecijfer te laten dalen in de concentratiekampen; de Duitse oorlogsindustrie
heeft aanzienlijk meer mankracht nodig en door de erbarmelijke omstandigheden wordt
groot arbeidspotentieel verspild. En hoewel dit in principe ingaat tegen de heersende
gedachte dat de Joden uit de weg geruimd moeten worden binnen het Derde Rijk, zet Max
zich met overtuiging in voor hogere rantsoenen, betere kleding en hygiënische
omstandigheden in de concentratiekampen. Toch komt dit absoluut niet voor uit
mededogen voor de gevangenen; het is Max puur te doen om de kale rekensom van het
verspilde arbeidspotentieel.

Max is een betweter en heeft weinig echte vrienden, waarvan de frivole Thomas er gelukkig
eentje is. Halverwege het verhaal komen we te weten hoe verstoord Max zijn seksuele
oriëntatie is, dat hij achtervolgt wordt door trauma’s uit het verleden en een kinderlijk
verlangen verbergt weer klein te zijn en samen met zijn zus te mogen spelen op de zolder.
Emotionele intimiteit kent Max niet, niemand mag werkelijk binnenkomen. Max heeft
daarnaast geen seksuele contacten met vrouwen, en zeer zelden met mannen. Echter wordt
een behoorlijk deel van het boek gewijd aan Max zijn seksuele fantasieën. Deze zijn zo
uitvoerig en gedetailleerd beschreven dat je je als lezer bijna gaat afvragen waar Littell deze
beelden vandaan heeft. Toch zal de schrijver daarmee hebben willen later zien dat Max
steeds verder aftakelt. Richting het einde van de oorlog, nadat Max ernstig ziek werd in het
gebombardeerde Berlijn, is hij niet meer dezelfde persoon. Hij hallucineert, heeft een
vreselijk ongezonde levensstijl met veel alcohol en hij verdwijnt een periode waardoor hij als
deserteur wordt aangezien. Max lijkt niet meer in staat te voelen, hij is compleet afgestompt
en het minste of geringste triggert een woede in hem waardoor hij meerdere (zinloze)
dodelijke slachtoffers maakt, iets waar hij in het begin van de oorlog nog zeer op tegen was.

Mijn enige grote punt van kritiek op het boek ziet op het karakter van Max; in de inleiding wil
hij graag duidelijk maken hoe de gewone man, de doorsnee burger, meegetrokken kon
worden in de draaikolk van de nazipropaganda en alles wat daaruit voortkwam. Echter is Max
naar mijn idee al vóór de oorlog geestelijk niet in orde en daardoor extreem kwetsbaar voor
fascistische invloeden. Ik vraag mij of in welke mate de oorlog zijn slechte kanten naar boven
heeft laten komen en in hoeverre dat sowieso toch wel was gebeurd.

De dikke pil van bijna duizend pagina’s doet niet onder voor het meesterwerk van Vasili
Grossman (‘Leven en lot’) dat de Russische lezing van de gebeurtenissen weergeeft. Littells
boek leest als een doordenderende trein; hij heeft bewust geen gebruik gemaakt van alinea’s
of hoofdstukken (boek bestaat uit zes ‘delen’) en op die manier kún je als lezer bijna geen
pauze nemen. Het boek heeft mij op meerdere momenten zeer geraakt en ook tot denken
aangezet, vooral in welke mate Max schuldig is. Het verhaal illustreert mooi hoe een zeer
beperkte kring van mensen opzet hadden op het uitmoorden van de Joden, en het grootste
gedeelte slechts op 1 of 2 onderdelen van dat hele plan hielpen het uit te voeren, waardoor
niemand zich verantwoordelijk voelde voor de uitkomst, namelijk het vermoorden van 6
miljoen onschuldige mensen.
In de slotscène wordt er een interessante verwijzing gemaakt naar de titel van het boek,
namelijk ‘De Welwillenden’ , een andere naam voor de woeste wraakgodinnen uit de Griekse
mythologie die misdadigers achtervolgden en kwelden. Littell eindigt dus met die ene
moeilijke maar tevens belangrijke schuldvraag. Een vraag waar geen pasklaar antwoord op
is, maar wat tot denken aanzet over verantwoordelijkheid en schuld, een onderwerp dat
hedendaags nog even relevant is als toen, en wat Littells boek daarom mijns inziens een
must-read maakt voor iedereen die wil begrijpen hoe het kan dat een persoon of land van de
redelijke koers afwijkt en blijft afwijken.

Reacties

Meer recensies van MiekeVernede

Boeken van dezelfde auteur