Lezersrecensie
Het boek waarin niets gebeurt – en tegelijk blijft het boeiend
Het boek waarin niets gebeurt – en tegelijk blijft het boeiend van het begin tot het eind.
Tijdens het lezen had ik amper de neiging zinnen over te slaan. Ondanks de traagheid, de slakkengang waarmee de auteur zijn scenes opbouwt – Scenes? Ik kan het amper ‘scenes’ noemen – er is een opbouw van het verhaal, zonder dat het tot een climax leidt – een verhaal zonder plot. En toch … het boeit van het begin tot het eind.
Een gezin gaat voor twee weken naar een Engels kustplaatsje om daar hun jaarlijkse vakantie door te brengen – dat doen ze al 20 jaar – jaar-in-jaar-uit op dezelfde manier. Alles is voorspelbaar – alles is traag – en juist in die traagheid wordt alles zichtbaar. De grotere context van het leven van ieder gezinslid. Ieder met zijn plek in het geheel.
De vader, wiens leven zonder uitzicht voortkabbelt na twee ingrijpende teleurstellingen in zijn leven. En al lezend vraag je je af of zijn huwelijk ook niet een teleurstelling voor hem is, maar tegelijk is alles zoals het is, omdat hij is wie hij is. De vrouw die wegkruipt en zich amper laat zien. De zoon die de neiging heeft in eenzelfde leven terecht te komen als zijn vader. De dochter die zich bewust wordt dat ze op de grens komt van het verlaten van de familie waarin ze is opgegroeid. En de jongste die nog onbevangen zich van niets bewust is.
En dan te bedenken dat dit verhaal in 1931 gepubliceerd is. Het gaat dus over vakanties die van 1911 tot 1931 zijn gevierd. Maar over de ingrijpende wereldgebeurtenissen - de eerste wereldoorlog, de crisesjaren - lees je niets. Wat dat betreft neemt de schrijver je echt twee weken mee, weg van alles.
Dat het 1931 is merk je bijna nergens. Wat dat betreft zou dit boek ook vandaag de dag geschreven kunnen zijn. Maar juist dat 1931 triggerde mij. Met name als de 17-jarige zoon nadenkt over zijn toekomst. Door mijn hoofd ging een kleine rekensom: Over 8 jaar breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Londen, bombardementen, dienstplicht. Maar dat weet de auteur niet en het resultaat hiervan is een onbevangen vakantie-ervaring.
De vakantie van een in zichzelf gekeerd gezin. Waar verstoringen niet welkom zijn. Alles is zo typisch Engels, zo netjes, zo weloverwogen, zo keurig in de pas. Alles roept de sfeer op van een verloren gegaan tijdperk, het niet afscheid durven nemen, vasthouden tot aan het eind. En de schrijver houdt de lezer vast tot aan het eind. Toen op de laatste bladzijde de vakantie ten einde was gekomen, bleef ik achter met een weemoedig gevoel, alsof er iets ten einde komt, waarvan ik niet wilde dat het einde kwam. En tegelijk was ik blij dat het boek uit is. Knap gedaan.