Lezersrecensie
Goed beeld van dijkdoorbraken van 1799
In 1800 verscheen een ruim 360 pagina’s tellend verslag over de watersnood in 1799. De titel hiervan luidt: ‘Beschryving van den watersnood, in MDCCXCIX’door Cornelis Zillesen. Erwin Rooyakkers heeft dit gebruikt als bron voor zijn boek “Het water kwam”
De Europese winter van 1798-1799 is ongemeen streng. Al het oppervlaktewater bevriest, vogels vallen uitgeput dood uit de lucht en tal van schildwachten en reizigers overleven de nachtvorst niet. Als de dooi intreedt en het ijs op de rivieren loskomt, begint de rampspoed pas echt: de vele dijken langs onder andere de Rijn, Waal en Maas zijn niet tegen de kracht van het kruiend ijs bestand en breken op vele plekken door. Begin 1799 komen grote delen van wat nu Limburg, Gelderland en Noord-Brabant heet onder water te staan.
Cornelis Zillesen wordt verzocht om een verslag te schrijven over de gevolgen van de watersnood.
Zillesen reist met zijn twee assistenten Arculus en Adriaan af naar Heusden. Daar proberen ze een zo goed mogelijk beeld te vormen van dreiging van het kruiend ijs en wat er verder stroomopwaarts afspeelt. Als Arculus en Adriaan naar Haarsteeg afreizen komen ze daar terecht terwijl de dijk doorbreekt. Ze weten het te overleven, maar Arculus leven krijgt daardoor een bijzondere wending.
Origeel is wel dat de rampen ook beschreven worden vanuit het standpunt van het water. Boek leest gemakkelijk en geeft een goed beeld van de dijkdoorbraken van 1799.