Lezersrecensie
Claus' Zwanenzang
Toen Hugo Claus in 1999 gevraagd werd een novelle te schrijven voor warenhuis De Bijenkorf, twijfelde hij of hij aan dit verzoek moest voldoen, omdat de eerste tekenen van de ziekte van Alzheimer zich toen al aandienden. Mark Schaevers schrijft in zijn biografie De levens van Claus (2024) dat een toevallige ontmoeting in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waarbij Claus een voormalige geliefde, actrice Kitty Courbois, niet herkende, de inspiratie vormde voor wat zijn laatste prozawerk zou blijken te zijn, de novelle Een slaapwandeling (2000).
De hoofdpersoon in de novelle, Luc, kampend met zijn geheugen en spraak, herkent zijn ex-geliefde Laura niet. Als hij zich dat realiseert, gaat hij naar haar op zoek en vindt haar uiteindelijk in een privéhuis waar een orgie plaatsvindt. Eerder op de dag bezocht Luc een film waarin Stanley Kubricks verfilming van Arthur Schnitzlers Traumnovelle valt te herkennen: Eyes Wide Shut, verschenen in het jaar waarin Claus zijn novelle schreef. De orgie die Claus beschrijft is een parodie op die in de film van Kubrick en in de novelle van Schnitzler: de deelnemers zijn oud, lelijk en belachelijk, en net als Luc zich op Laura’s “woeste geur” (een typische Claus-uitdrukking) wil storten, “floept een onverdraaglijk hard TL-licht aan en zegt iemand met een Brussels accent dat het de hoogste tijd is.”
Claus leverde met Een slaapwandeling een kunststukje. De compositie, met vele flashbacks in een tekst van slechts 73 bladzijdes, is knap. De personages blijven niet vlak, maar komen volledig tot leven. De hoofdpersoon, Luc, is gemodelleerd naar Claus: een man die het leven gulzig geniet, maar wiens geest en lichaam het langzaam begeven. Als de doorwaakte nacht, waar Luc zich slaapwandelend een weg door heeft gebaand, voorbij is en hij in zijn garage doodmoe in een kapotte Chesterfield zakt, vraagt zijn vrouw of hij nog steeds van die rare woorden maakt. Luc liegt dat dat voorbij is, maar denkt: “Het is niet voorbij. De beschadigde woorden zullen zich vermenigvuldigen. Als broden.” Hugo Claus wist heel goed wat hem in zijn resterende jaren te wachten stond.
De hoofdpersoon in de novelle, Luc, kampend met zijn geheugen en spraak, herkent zijn ex-geliefde Laura niet. Als hij zich dat realiseert, gaat hij naar haar op zoek en vindt haar uiteindelijk in een privéhuis waar een orgie plaatsvindt. Eerder op de dag bezocht Luc een film waarin Stanley Kubricks verfilming van Arthur Schnitzlers Traumnovelle valt te herkennen: Eyes Wide Shut, verschenen in het jaar waarin Claus zijn novelle schreef. De orgie die Claus beschrijft is een parodie op die in de film van Kubrick en in de novelle van Schnitzler: de deelnemers zijn oud, lelijk en belachelijk, en net als Luc zich op Laura’s “woeste geur” (een typische Claus-uitdrukking) wil storten, “floept een onverdraaglijk hard TL-licht aan en zegt iemand met een Brussels accent dat het de hoogste tijd is.”
Claus leverde met Een slaapwandeling een kunststukje. De compositie, met vele flashbacks in een tekst van slechts 73 bladzijdes, is knap. De personages blijven niet vlak, maar komen volledig tot leven. De hoofdpersoon, Luc, is gemodelleerd naar Claus: een man die het leven gulzig geniet, maar wiens geest en lichaam het langzaam begeven. Als de doorwaakte nacht, waar Luc zich slaapwandelend een weg door heeft gebaand, voorbij is en hij in zijn garage doodmoe in een kapotte Chesterfield zakt, vraagt zijn vrouw of hij nog steeds van die rare woorden maakt. Luc liegt dat dat voorbij is, maar denkt: “Het is niet voorbij. De beschadigde woorden zullen zich vermenigvuldigen. Als broden.” Hugo Claus wist heel goed wat hem in zijn resterende jaren te wachten stond.
1
Reageer op deze recensie
