Lezersrecensie
Vrouw verdomd mooi tot leven gebracht
Wat van een roman een historische roman maakt, weet ik niet, maar de vraag hield me bezig bij het lezen van De vermaledijde Grietje Jans van Jan Folkert Bouman, die zijn boek op eigen gezag zo heeft vernoemd. Toen ik het uit had, bleef het label ‘historisch’ door mijn hoofd spoken. Ik keerde terug naar de eerste zin van de auteur zijn voorwoord waar we lezen: ‘Driehonderd jaar geleden werd in de kerkboeken van Weiwerd, een dorp in de buurt van Delftzijl, een vrouw beschreven die niet deugde´. Zeker, de mannen van de kerkenraad melden over haar dat ze ruzie maakte met dorpsbewoners, anderen beschuldigden van echtbreuk en overspel en nog zo wat. Als straf werd haar meer dan eens deelname aan het Heilig Avondmaal ontzegt, wat in die tijd zoveel betekende als uitstoting uit de gemeenschap. Haar hele levenswandel komt flink bloot te liggen, maar wordt ze met dat zielloze strafblad ´beschreven´? Nee, de hoofdpersoon in het boek blijft een onbeschreven blad; haar verschijning, persoon, karakter, zielenroerselen en beweegredenen zijn in de nevelen van de geschiedenis aan het zicht onttrokken. Was ze oerlelijk, vals, een serpent, een roddelaarster, gedroeg ze zich als een heks, een door satan bezetene? We weten het niet; de geraadpleegde bronnen maken er geen melding van.
Nu Bouman Grietje als hoofdpersoon voor zijn verhaal heeft gekozen, is het begrijpelijk dat hij een echt mens van vlees en bloed ten tonele wilde voeren, een roman waardig. Hij maakt van haar een wonderschone verschijning, goedgebekt en vrijgevochten, die als een rechtschapen vrouw door het leven wil gaan, geen met haar prachtige lijf te koop lopende sloerie. Over wat haar steeds in conflict doet belanden met het kerkelijk gezag, laat de schrijver Grietje zelf, die hij elders intelligent, maar ongeletterd noemt, als volgt onder woorden brengen: ´Het is toch niet de duivel die mij borsten en heupen heeft gegeven, waaraan die wellustige mannen, jong en oud, zich vergapen! En waardoor de werklieden aan de dijken hun kruis betasten als vader even niet kijkt. Kan ik het helpen dat de vrome kerkgangers mij hun schuine blikken toewerpen, terwijl de vrouwen de ogen van hun echtgenoten volgen? Het is niet de duivel in mij, maar de dierlijke inborst van mannen en hun afgunstige vrouwen!´
Al vind ik Grietjes eigen taal (zie ook elders in het boek) een beetje naar het geschoolde vocabulaire van de schrijver toegesneden, wat iets wegneemt van haar primair reagerend karakter, dat haar zo levensecht en aantrekkelijk maakt, wordt hier toch glashelder het hoofdmotief blootgelegd van de spanningen tussen haar, haar omgeving en het kerkelijk gezag. Bouman had Grietje geen ander personage kunnen toedichten, dat zo goed de sociale verhoudingen tot leven weet te brengen van een Groningse dorpsgemeenschap van weleer.. De kerkbestuurders als de strenge bewakers van de moraal versus een levenslustige vrouw, die onrecht en schijnheiligheid niet verdragen kan en geregeld slachtoffer dreigt te worden van de benepenheid en kortzichtigheid van haar medebewoners. Zij zien haar spontane liefde, haar passie en sensualiteit als een bedreiging voor hun eigen leven. Bouman heeft zich goed verdiept in de leefwereld waarin deze drama´s zich afspelen, gedomineerd door feodale verhoudingen tussen in chronische armoede levend werkvolk en een clubje notabelen en lieden van adel. Allen in de greep van een toornige God, die zich openbaart in stormen en overstromingen, in hoge babysterfte en fatale ziekten, die het leven van menigeen verkort. En zo Hij het niet is, dan wel de duivel of heksen, die het kwaad in de mensen leggen, wat vervolgens zondebokken oplevert als verklaring voor al het wereldse leed. Bouman weet dal alles beeldend te beschrijven.
Als Grietje aan het eind van het boek in een processie van dorpelingen naar haar laatste rustplaats wordt geleid, wil je je als lezer erbij voegen omdat het afscheid van een prachtig mens je eveneens moeilijk valt.