Lezersrecensie

Veel mysterie, maar toch een goede vijand.


Twal Twal
7 mrt 2018

‘De Vinder voor wie niets te veel of onmogelijk is.’ Dit is kort samengevat hoe het hoofdpersonage is. Van een druk stadsleventje naar een rustig plattelandsleventje, hoewel dit minder rustgevend is dan men zich had ingebeeld. Het verhaal komt rustig op gang en vervolgens is het tot de laatste pagina voortdurend spanning en vooral ook raadselachtig.

Als Latinist ging ik op zoek naar een detectiveverhaal dat zich zo’n 2000 jaar geleden afspeelde en een beeld zou schetsen van het dagelijkse leven in Rome. Hoewel ik geen echte lezer ben, was het zeker de 400 pagina’s waard om te lezen. Dit boek trok de aandacht vooral door de schrijver zelf die al twee andere boeken over het leven in Rome heeft geschreven. Deze boeken vielen erg in de smaak bij een groot deel van de bevolking en er waren slechts weinig recensies die negatief waren over het boek. In het boek zelf zijn er ook af en toe aanwijzingen naar de twee andere boeken, waardoor het nieuwsgierigheid opwekt. Een voorbeeld is het moment dat hij zegt: “Ik beperk me ertoe te zeggen dat Crassus en ik niet als grote vrienden uit elkaar zijn gegaan.’

Catilina’s wapen volgt zijn twee vorige boeken: ‘Romeins bloed’ en ‘Dood van een slavendrijver’ deels op, omdat het een verdere beschrijving is over het leven in Rome, maar het onderwerp is verschillend. Om Gordianus een detective te vinden is goed gevonden, maar in feite is hij niet echt een detective, wel wordt hij ertoe gedwongen bepaalde dingen te gaan uitzoeken. Het begin is nogal traag en vraagt veel moeite om erdoor te geraken, maar eens je de eerste 35 pagina’s voorbij bent, leest het zeer vlot en krijg je ook telkens meer het gevoel dat je echt mee bent met wat er geschreven wordt.

Bij het lezen krijg je sympathie voor Gordianus, denk ik. Hij heeft hard moeten werken om zijn leven in goede banen te leiden, wat niet altijd makkelijk was door de achtergrond van zijn gezin. Zijn zoon Meto was een slaaf en zijn vrouw Bethesda was ook een slavin. Dat hij daardoor ook beslist om de drukke politiek in de stad met rust te laten en op het platteland gaat wonen in een boerderij, is zeer begrijpelijk. Deze boerderij heeft hij te danken aan een goede vriend en redenaar Cicero die hem jaren later om een gunst terugvraagt. Het is niet zomaar een gunst, want deze houdt in dat hij zichzelf en zijn hele gezin in groot gevaar moet brengen door de aartsvijand van Cicero onderdak te geven. Dit is namelijk een extreem moeilijke beslissing voor hem, aangezien hij zich in een ingewikkelde situatie bevindt door zijn buren de Claudii die ook nog eens tegenwerken. Een paar dagen, nadat hem deze gunst werd gevraagd, verscheen er een lijk zonder hoofd in zijn schuur. Door dit lijk heeft hij een besluit getrokken over de gunst, waardoor zijn ‘rustig’ plattelandsleven helemaal veranderde.
Hij geeft de aartsvijand Catilina onderdak in zijn huis en schept al vrij snel een band met hem. Gordianus’ zoon Meto heeft ook sympathie voor Catilina, aangezien ze beide interesse hebben in de politiek in tegenstelling tot Gordianus. Ik heb vooral het gevoel dat ze zich goed voelen bij Catilina, omwille van zijn mooie uiterlijk, maar ook omdat hij weet in te spelen op wat mensen echt willen. Vervolgens krijg je ook nog te weten dat er een spion in het verhaal zit, namelijk Marcus Caelius is zowel een zeer nauwe spion voor Catilina, als voor Cicero zonder dat deze twee politieke leiders het weten dat hij voor beide werkt.
In tussentijd wordt zijn zoon Meto ook nog eens zestien jaar, wat toen betekende dat hij volwassen werd en hij begint steeds meer zijn vader te helpen bij de moeilijkheden waar hij mee te maken krijgt. Zo helpt hij ook bij het identificeren van de lijken zonder hoofd die ze telkens terugvinden op de meest cruciale momenten. Bij het eerstgevonden lijk was het compleet onvoorspelbaar, maar bij de komende lijken voelde je het een beetje aan dat er weer een lijk ging verschijnen. Doorheen het verhaal krijg je ook steeds meer sympathie voor de zogezegde aartsvijand, hoewel dat subjectief is.
Ongeveer om de tien pagina’s start er een nieuw hoofdstukje, waardoor de vaart in het lezen blijft. De woordenschat is ook zeer rijk en duidelijk en de mysteries die worden aangehaald worden steeds een beetje duidelijker en dit leidt naar het einde toe voor een overweldigende ontknoping. Door de manier waarop het is geschreven, maar ook het verhaal zelf zou het mogelijk zijn hier een fantastische verfilming van te maken.

Ik kijk toch wel een beetje uit naar het vervolg op dit boek, aangezien het boek niet helemaal eindigt. Dit zorgt weer voor spanning en nieuwsgierigheid. Hopelijk is het dan wel zonder een iets te lang begin, maar voor de rest is er een grote mogelijkheid om nog een boek te schrijven. Misschien heeft Meto ook wel politiek in zich zitten?

Reacties

Meer recensies van Twal

Boeken van dezelfde auteur