Lezersrecensie
Zinloze werkzaamheden en fantasiedieren. Sprookje of nachtmerrie?
In de Fabriek komen drie nieuwe werknemers voor een sollicitatiegesprek. Ze spreken alle drie met dezelfde man, Goto. Ze worden zonder enige twijfel meteen aangenomen. Alhoewel ze op grond van hun opleiding bepaalde verwachtingen hebben, krijgen ze iets anders aangeboden. Yoshiko Ushiyama heeft een universitair diploma maar krijgt een tijdelijk contract voor de papierversnipperaarploeg. Yoshio Furufue is een specialist op het gebied van mos en hij krijgt een contract voor onbepaalde tijd om onderzoek te doen naar het vergroenen van de daken van de fabriek en om het jaarlijkse mosobservatie-event voor kinderen te leiden. Hij heeft geen enkel idee hoe hij deze werkzaamheden vorm moet geven (want een aannemer zou dit beter kunnen) en ervaart zijn werk als zinloos. De derde werknemer, de broer van Yoshiko, gaat als uitzendkracht beginnen op de afdeling die teksten corrigeert. Wat het doel van de teksten is, wordt niet duidelijk en wat er met de voorgestelde verbeteringen gedaan wordt, blijft eveneens onduidelijk. Hij valt regelmatig in slaap.
Afwisselend worden er momenten uit de werkdagen van de drie werknemers beschreven en de omgang met collega’s. Sommige werknemers hebben bijnamen bijvoorbeeld Reus voor iemand die lang is. De manier waarop mensen in dit boek met elkaar omgaan is over het algemeen vormelijk en in het begin vooral vriendelijk. Naarmate het verhaal vordert, neemt de vriendelijkheid af en wordt er soms ook wel iets lelijks gezegd. Naast de werksituatie krijgt ook het terrein van de fabriek veel aandacht; niet zozeer de fabrieksgebouwen, maar het uitgebreide terrein met huizen, eetgelegenheden, bedrijfjes en een rivier wordt beschreven alsof het een stad is. Water vormt de verbinding met zee en met het dierenleven op het fabrieksterrein. Zwarte vogels/ aalscholvers, nutria’s en wasmachinehagedissen zijn de dieren die er voor komen en waarvan een volledige beschrijving in het boek is opgenomen, gemaakt door een kind bij het mosobservatie-event en terechtgekomen in de stapel te verbeteren documenten van meneer Ushiyama. De (niet bestaande) dieren benadrukken het absurdisme in het verhaal.
Niet alleen de inhoud van dit verhaal heeft een vervreemdend effect. Ook de manier waarop het verhaal wordt vormgegeven werkt vervreemdend. Er is geen hoofdstukindeling. De drie werknemers zijn ik-vertellers. Alleen wat zij vertellen over hun werkzaamheden en over hun collega’s, zorgt ervoor, dat de lezer weet welke ik-persoon aan het woord is. Het helpt ook niet dat twee vertellers broer en zus zijn, wat trouwens pas in de loop van het verhaal duidelijk wordt. Door het ontbreken van een duidelijke tijdlijn en een herkenbare omgeving, krijgt de lezer een gevoel van desoriëntatie in tijd en plaats. De werkzaamheden zijn iedere dag hetzelfde en er wordt geen einddoel bereikt. Wat de fabriek produceert, blijft onduidelijk. De fabriek is een naamloze stad zonder specifieke kenmerken (afgezien van de vreemdsoortige dieren), alhoewel gedetailleerd beschreven door de ik-vertellers. Er zijn weinig dwarsverbanden tussen de drie werknemers. De eerste is Goto bij hun sollicitatie. De tweede is de familieband die pas later blijkt en de derde is de tekst over de dieren. Als laatste is er een ontmoeting tussen Furufue en Yoshiko Ushiyama op de brug.
Leer je als lezer de Japanse cultuur beter kennen? Er wordt een aantal malen geschreven over gerechten en (onsmakelijke) eetgewoonten, maar mogelijk is dat ook fictie. De schrijver heeft dit boek gebaseerd op haar eigen werkzaamheden in een fabriek in Japan, maar dat zegt ook niet veel over de werkelijkheid in Japan. Tijdens het lezen van dit boek moest ik regelmatig terugdenken aan een artikel dat ik las over Bullshit jobs, a theory van David Graiber (2018). Die banen bestaan echt, maar hopelijk de banen in dit boek niet. “En dan, als ik het laatste bundeltje papieren … in de versnipperaar heb doen verdwijnen, ben ik een zwarte vogel.”