Lezersrecensie
Terugval
Vijf opeenvolgende jaren nu levert Jos Pierreux een misdaadroman af die zich afspeelt in Knokke-Heist, het paradijsje aan de Noordzee. Leden van de Belgische beau monde komen daar, onder het goedkeurend oog van Graaf Burgemeester Lippens, samen om hun rijkdom te etaleren. Het eerste boek uit de reeks, De dode die met z’n tweeën was, viel meteen op door de rake beschrijvingen, beklijvende, wat karikaturale, karakters, flitsende dialogen en een stevige verhaallijn. De nominatie voor de prestigieuze Hercule Poirotprijs was meer dan terecht. In het tweede boek, De overvallers die met z’n drieën waren, koppelde Pierreux hogergenoemde kenmerken aan een verhaal vol actie. Een nieuwe nominatie bleef niet uit. Met Het trio dat iets te vieren had werd helemaal duidelijk waar het epitheton van Luk Borré, “de niet altijd even sympathieke Knokse speurder”, vandaan kwam. Opnieuw een geweldig boek. Het viervijfdeprincipe veranderde van toon. Er was meer aandacht voor de zielenroerselen van de speurders dan voor de actie. Dat was even wennen, maar het originele taalgebruik, de evoluerende karakters en de af en toe sublieme gedachten maakten veel goed.
Het vijfde en nieuwste boek in de reeks, La Réserve en de vloek van het zesde gebod, is na de vorige vier een echte afknapper. De verhaallijn rond verdwenen tieners, opduikende lijken en de nieuwe hobby heemkunde van de commissaris moet je met een vergrootglas zoeken en wordt op het einde erg ongeloofwaardig en vooral erg snel afgerafeld. De karakters evolueren niet meer, integendeel, ze lijken aan collectieve regressie te lijden en verworden tot karikaturen van zichzelf. Ze gaan zelfs de ‘Lauryssens’-toer op: gewelddadig, ongenuanceerd en keihard. Zo ramt Borré, het hoofdpersonage, zonder enig bewijs een ex-pedofiel in elkaar opdat hij zou bekennen. Zonder een goede reden zorgt rondborstige Mariëtte dat een op het voetpad fietsende man zijn stuur tegen zijn ballen en zijn zadel in zijn reet krijgt. De vrouwelijke politiearts wordt beledigd en snibt ad rem terug: ‘Hou je onthaarde lippen op elkaar. Spermaspons.’
Spermaspons… Op zich aardig gevonden, alleen verzinkt het boek in dit soort spitsvondigheden. Er komt geen wandelaar, geen butler of geen hoertje voorbij, of ze debiteren een zin waar je zelf een kleine week op zou moeten broeden. Deze opmerking vloeit niet voort uit afgunst, maar uit de constatering dat het knap vermoeiend is om een dergelijk boek te lezen. De overvloed aan sociaal-politieke statements over opvoeding, over parkeerboetes, over allochtonen, over van-alles-en-nog-wat draagt ook niet bij aan de leesvreugde. Kortom, La Réserve en de vloek van het zesde gebod, is van het goede te veel. Een dipje in een verder aan te bevelen reeks! (deze recensie verscheen eerder op ezzulia.nl)