Lezersrecensie
Magisch-realistische vertelling met ingenieuze plotwendingen
Rijzig, handsome, goed stel hersens, bovengemiddeld ontwikkeld en taalvaardig. Zo typeert Marco Ferwerda zichzelf in de roman De handlangers. Hij is de ik-figuur en slijt, samen met enkele metgezellen, zijn dagen in een bosrijke omgeving op een afgelegen en verdord landgoed, ooit een tbs-kliniek.
Een rechter had hem kennelijk tot tbs veroordeeld om de samenleving tegen hem te beschermen aangezien hij een zwaar misdrijf had gepleegd terwijl hij mogelijk leed aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en er vrees was voor herhaling. Welke misdaad? Dat blijft tot aan het eind van het verhaal gissen.
In het verleden was de tbs-kliniek een gesloten instelling. Inmiddels heeft Marco meer bewegingsvrijheid, maar verder dan de boogvormige toegangspoort, veilig vanachter het verroeste hek, waagt hij zich toch niet aangezien de beschaving aan de andere kant van het hek ineen is gestort tijdens de grote kladderadatsch.
Hoe de nieuwe wereld er uit ziet nadat de beschaving is bezweken, komen we niet te weten, aangezien Marco blijft waar hij is en vertelt over de zoektocht naar zijn verborgen geschiedenis, naar zijn onbekende verwekker en naar het verhaal van zijn leven. Een hoofdrol daarin speelt de verleidelijke zeemeermin Filicesca, een mysterieuze, volwassen vrouw uit Italië, die hij als veertienjarige had liefgehad, die hem bewonderend ‘my grande uomo’ had genoemd, en die hem van zijn kindheid had afgeholpen.
De vuistdikke roman, in flink formaat en 435 bladzijden lang, is ook groots van opzet, en qua verhaallijn en vernuftige compositie het meest ambitieuze project van Stellweg. Hij laat zich opnieuw kennen als een begenadigd verteller, een vakman die de kunst verstaat een literaire pageturner te creëren. Zijn personages zijn goed uitgewerkt net als de psychologische diepgang van de hoofdpersoon.
Met verkwikkende eigenzinnigheid pakt hij de onderwerpen in zijn roman aan. Zijn schrijfstijl is bij tijd en wijle hypnotiserend en doordat zijn verhaal doorspekt is met droge humor blijft een glimlach nooit lang uit. Mooi geboetseerde zinnen, trefzeker en soepel woordgebruik, swingend bij tijd en wijle.
Het is een magisch-realistische vertelling geworden met ingenieuze plotwendingen en goed gekozen en creatief geformuleerde beelden.
Met heerlijke zinnen als ‘(…) en stond ik tegen wil en dank toe dat de jonge zonnestralen het koppige geluksinstinct dat ook ik bezat wakker kuste’.
Of ‘Ik stelde me de liefde voor als een smoezelig wezen met een engelengezichtje, een smoezelig engelengezichtje, een misgeboorte van de kosmos, gevangen in een mysterieus falen. Liefde, dat was een stekelvarken dat ‘aai me’ zei.’
En ‘(…) om hem ’s nachts toe te spreken met woorden die als een kalme bries door de rusteloze boomtoppen van zijn gemoed suisden.’
Ook de manier waarop hij zijn vroegere therapeuten Onno en Aad – behandelaars in het jargon van de tbs-kliniek – met hun gezeur en woorden die ‘volkomen gewichtloos’ waren genadeloos fileert en afserveert is kostelijk.
‘Ach, die ontgoochelde gezichten van Onno en Aad! Wat verbeelden ze zich dan? Dat een gek zich zomaar even liet overtuigen? Waren Onno en Aad wel echte therapeuten? Onno met die quasi-pientere, wezelachtige blik die veel uitsloverige jongelingen ontsiert, en Aad, met zijn afgezakte lamakop, die er meestal voor spek en bonen bij zat?
Wat een klungels. Wat een vreselijke amateurs. Ridders van de droevige figuur waren het hier. Nee zeg, een afgang, dat was het. En wat deed de regering? Heette dit een rijksinstelling?’
Voor mij was De handlangers een heerlijke leeservaring. Alleen de uitweidingen over de relativiteitstheorie waren aan mij niet besteed.
De vorige boeken van Stellweg veroorzaakten weinig reuring in literair Nederland. Met deze roman bewijst hij opnieuw dat een doorbraak verdiend zou zijn.
Marc Guillet