Lezersrecensie
Misdaad dicht bij huis, terug in de tijd
Dodenuur is het negende deel in de ‘doden-reeks’ van oud-politiecommissaris Christian De Coninck. Opnieuw speelt het verhaal zich af in het Brusselse tijdens het interbellum.
Hoofdinspecteur Cyriel De Cruyenaere wordt geconfronteerd met een boevenbende uit Antwerpen, die het gemunt heeft op diamanten en cash geld en die geen geweld uit de weg gaat. Tegelijk moet hij de dader vinden van de moord op een – naar stilaan blijkt niet al te koosjere – notaris. Houden de feiten verband met elkaar of zijn het losstaande gebeurtenissen?
Het boek leest makkelijk weg, hoewel het door de overtalrijke dialogen wat ouderwets en soms traag overkomt. Dit stoort echter niet, daar de feiten zich afspelen in een periode waarin de mensen nog tijd namen en hadden voor elkaar. Ook de soms gedateerde taal past in het tijdsslot.
Cyriel De Cruyenaere, die in het eerste boek nog een broekje was die na de Eerste Wereldoorlog onder de hoede werd genomen door huidig hoofdcommissaris Lode Pynaert, heeft zich ontwikkeld tot een niet te onderschatten speurder. Hij blijft echter het brutale en af en toe grappige haantje. Mede door zijn gedrag komt hij in dit boek wel eens in nauwe schoentjes te zitten…
De doden-reeks geeft een mooi beeld van de ontwikkeling van het politiekorps en het speurwerk tussen beide wereldoorlogen. De boeken zijn geschreven met kennis van zaken. Ook de locatie waar de verhalen zich afspelen zijn herkenbaar: Brussel, waar de auteur werkte en – in het eerste deel van de reeks – de Westhoek, waar hij nu woont. Jammer misschien dat in dit boek het sappige Brusselse dialect minder aan bod komt dan in de vorige delen. Ook vind je regelmatig een zetfout/tikfout…
Het boek is tegelijk spannend en ontspannend en doet je uitkijken naar een volgend deel in de reeks. Niet enkel om de politieverhalen, maar ook om de evolutie te kennen van Cyriels privéleven, zijn toekomstige vrouw en de plek waar ze, eens zij is afgestudeerd, gaan wonen wanneer ze het huis van haar vader Lode Pynaert verlaten.
Klein grappig momentje: de stad Antwerpen wordt door de Brusselaars ‘in de provincie’ genoemd. Dat zullen ze daar niet graag horen…
Bedankt Hebban, voor het recensie-exemplaar!