Lezersrecensie
gevoel van morele onrust
Ik heb Beladen huis niet kunnen uitlezen. Niet omdat ik een literair meesterwerk verwachtte, maar omdat ik hoopte een boek te vinden over rouw als innerlijk proces: over verlies, kwetsbaarheid en de stille wijsheid die soms uit pijn groeit.
Wat ik echter las, voelde voor mij niet als een rouwboek. Het leek eerder een tekst waarin verdriet zich vermengt met bitterheid, en waarin de ander (een overleden echtgenoot) langzaam oplost tot object van interpretatie, herhaling en correctie. Maar wie zwijgt, kan niet meer antwoorden.
Dat roept een fundamentele vraag op: waar eindigt het recht op zelfexpressie, en waar begint de morele verantwoordelijkheid tegenover degene die er niet meer is? Wanneer wordt herinneren een vorm van afrekening?
De stem van de auteur is sterk naar binnen gekeerd. Alles wat verschijnt (mensen, gebeurtenissen, voorwerpen, zelfs het huis zelf ) wordt gelezen als last, als belemmering voor het eigen worden. Het huis moet “eigen” worden, niet als gedeelde herinnering, maar als heroverd territorium. Ook de materiële resten van een gezamenlijk leven lijken niet te mogen blijven bestaan in hun eigen betekenis.
De keuze om de echtgenoot te herleiden tot de letter “A” werkt vervreemdend. Niet als bescherming van intimiteit, maar als een symbolische reductie: een mens wordt een initiaal, een stem wordt een echo. Zijn opmerking dat niet alles wat gezegd wordt over haar gaat, klinkt daardoor achteraf bijna als een laatste, onverhoorde tegenstem.
Misschien is dit boek eerlijk in zijn radicale subjectiviteit. Maar eerlijkheid alleen maakt een tekst nog niet draaglijk. Voor mij bleef Beladen huis geen ruimte laten voor wederkerigheid, voor mildheid, of voor de complexiteit van een gedeeld leven.
Ik kon het niet verder lezen. Wat bleef, was geen inzicht, maar een gevoel van morele onrust.
Wat ik echter las, voelde voor mij niet als een rouwboek. Het leek eerder een tekst waarin verdriet zich vermengt met bitterheid, en waarin de ander (een overleden echtgenoot) langzaam oplost tot object van interpretatie, herhaling en correctie. Maar wie zwijgt, kan niet meer antwoorden.
Dat roept een fundamentele vraag op: waar eindigt het recht op zelfexpressie, en waar begint de morele verantwoordelijkheid tegenover degene die er niet meer is? Wanneer wordt herinneren een vorm van afrekening?
De stem van de auteur is sterk naar binnen gekeerd. Alles wat verschijnt (mensen, gebeurtenissen, voorwerpen, zelfs het huis zelf ) wordt gelezen als last, als belemmering voor het eigen worden. Het huis moet “eigen” worden, niet als gedeelde herinnering, maar als heroverd territorium. Ook de materiële resten van een gezamenlijk leven lijken niet te mogen blijven bestaan in hun eigen betekenis.
De keuze om de echtgenoot te herleiden tot de letter “A” werkt vervreemdend. Niet als bescherming van intimiteit, maar als een symbolische reductie: een mens wordt een initiaal, een stem wordt een echo. Zijn opmerking dat niet alles wat gezegd wordt over haar gaat, klinkt daardoor achteraf bijna als een laatste, onverhoorde tegenstem.
Misschien is dit boek eerlijk in zijn radicale subjectiviteit. Maar eerlijkheid alleen maakt een tekst nog niet draaglijk. Voor mij bleef Beladen huis geen ruimte laten voor wederkerigheid, voor mildheid, of voor de complexiteit van een gedeeld leven.
Ik kon het niet verder lezen. Wat bleef, was geen inzicht, maar een gevoel van morele onrust.
2
Reageer op deze recensie
