Lezersrecensie
Gered door het einde
“Het Portret”, een van de meer recente thrillers van Iain Pears na het enorme succes van “Het Goud van de Waarheid”, situeert zich ditmaal begin vorige eeuw in het vroegere Engeland en Bretagne. Deze keer wordt er meer aandacht gelegd op het verleden van de schrijver als kunsthistoricus, met het verhaal geschreven als monoloog van kunstenaar Henry MacAlphine met vriend en kunstcriticus William Nasmyth. Hierdoor krijgt het verhaal een uniek vertelperspectief, waarin de ingewikkelde relatie tussen hoofdpersonage en antagonist langzaamaan duidelijk wordt.
In 200 pagina’s schetst Iain Pears zeer zorgvuldig het leven van Henry MacAlphine, waarbij het verhaal begint met kunsthistoricus Nasmyth die hem komt bezoeken op het afgelegen eiland waar hij woont. De reden van zijn bezoek is een portret, dat Nasmith van zichzelf wil laten maken door zijn oude vriend. Het hele verhaal wordt echter verteld als monoloog van MacAlphine, alsof de schilder zomaar wat verteld tijdens het schilderen terwijl zijn model moet stilzitten, maar over het algemeen komt het nogal stroef over. Het is echt wel een uniek vertelperspectief, wat een kijk geeft op het verhaal die je anders niet krijgt, maar het maakt het verhaal soms wat verwarrend en zelfs moeilijk om te lezen. Ook maakt het de kenmerkende spanning van een thriller nogal afgezwakt.
Ondanks het wat tegenvallende thrilleraspect, creëert de schrijver wel een zeer sterke psychologische diepgang in de personages, zelfs al heb je maar een enkel vertelstandpunt. De verteller is immers een kunstenaar, die zijn hele leven besteedt aan het interpreteren en observeren van de mensen rond zich heen, om zo zelf die ingewikkelde karakters op doek te kunnen vastleggen. Hoewel hij hier soms wel lichtjes in overdrijft – de schilder kan bijvoorbeeld emotie lezen in de schaduw rond haar ogen - geeft het wel een zeer verfijnde en uitgewerkte karakterschets van de personages.
Het overgrote deel van het verhaal verteld MacAlphine over zijn verleden in Engeland, in relatie met een vrij selecte groep personages rond zich heen waaronder zijn vriend Nasmyth. Hiervan komt af en toe die stroefheid in het vertelstandpunt, alsof het soms niet helemaal lijkt te kloppen. Zo lijkt MacAlphine dikwijls dingen te beschrijven die noodzakelijk zijn voor de lezer om te weten, maar die voor zijn monoloog helemaal niet lijken te passen. Enkele voorbeelden zijn bijvoorbeeld een situatieschets van een etentje met hun twee, of het uitgebreid vertellen van dingen die Nasmyth ooit zei… Dingen die allemaal wat vreemd lijken in de monoloog die MacAlphine voert tegen Nasmyth; deze laatste weet al die dingen immers zelf even goed.
In deze lange en veeltallige terugblikken op een verleden in Londen, komen er dikwijls passages die op het eerste gezicht vrij weinig bijdragen aan het verhaal. Ze hebben eerder een illustrerende functie voor de relaties tussen de verschillende personages en hun eigen karakter. Het resultaat hiervan zijn daardoor wel de complexe personages die je erin terugvindt, maar de vele pagina’s die je hiervoor moet verwerken waarin niet echt veel gebeurt maakt het boek er niet veel toegankelijker op. Ook is de schrijfstijl vrij academisch, de schrijver heeft nog aan Oxford gestudeerd, wat van het lezen wel een grote inspanning kan vragen. Toch kan je het verantwoorden met het einde, waarbij de vorige 150 pagina’s dienen als fundering om je tot het onverwachtse einde te leiden. Zelfs al kon je een onverwachts einde wel verwachten, toch wist het je wel te verassen.
Niet voor iedereen is het boek even toegankelijk, maar toch kan de academische schrijfstijl en complexe personagevorming je zeker overtuigen. Het vertelstandpunt kan het verhaal misschien wat langdradig en complex kan maken, het is zeker wel iets unieks dat niet in veel thrillerverhalen voorkomt, en toch enigszins past in de context van schilder en model. Wil je een thriller lezen voor de cliffhangers en de spanning, kan je beter een ander boek uitzoeken, maar voor een psychologische thriller is het zeker wel een uniek exemplaar.