Lezersrecensie
Een film van poëzie
Televisie en films geven beeld aan een verhaal. Maar of poëzie echt een beeld kan scheppen? Het is bijna onmogelijk om dat voor elkaar te krijgen. Uitstekende dichters weten wel altijd heel goed met woorden te spelen, de juiste metaforen te pakken. Ik las laatst poëzie van Lucebert: “een broodkruimel op de rok van het universum”. Eén zin die mij tot de dag van vandaag nog steeds bezighoudt. Het is een talent dat ik enorm zal blijven bewonderen.
Erik Lindner is ook zo’n poëtisch talent. Niet met metaforen, maar met beeldvorming en ervaring. Hij brengt met zijn eigen poëzie beweging in het onopmerkzame en het vervagende. In Hout, opgedeeld in zeven ‘hoofdstukken’, weet Lindner met zijn gebruik aan herkenbare woorden iets levenloos levend te maken. Alles draait om het zién, het aanschouwen van het onopmerkzame. Dit doet hij door middel van fotografische en filmische details.
Lindner vertelt een verhaal met zijn poëzie die niet alleen de schoonheid van de dynamische natuur weet weer te geven, maar ook een lichte dreiging weet te brengen die gedurende de bundel op de loer licht. Hij doet dit bijvoorbeeld door te beginnen met kalme natuurbeschrijvingen die vervolgens doorgaan in interessante details, bijvoorbeeld “een afgebrande schuur” en “de zwarte slang die in de ooghoek zijn staart uitslaat”. Het leest af een toe als een soort raadsel dat de lezer moet op gaan lossen, alsof de woorden die Lindner bij elkaar groepeert het antwoord langzaam zullen tonen.
Wat ook een raadsel is, zijn de hoofdstuktitels. Ik ben er nog niet helemaal uit of dat nou echt veel toevoegt aan de poëzie zelf. De verschillende hoofstuktitels zijn overbodig en weinigzeggend in tegenstelling tot de rest. Maar misschien is dat een Lindner-ding? De titel Hout is immers ook niet echt passend. Waarom kies je voor een houterige titel wanneer de beelden die worden gevormd met de juiste woorden bijna lijken te springen van de bladzijden?
Waar Lindner wél goed over na heeft gedacht, is zijn woordgebruik. Hij zoomt in op de meest kleinste dingen: een spinnenweb, een modderpoel, pollen en mos. De stilte in de natuur krijgt een stem doordat Lindner precies de juiste details eruit weet te plukken. Geen stereotype beelden van de natuur zoals “fluitende vogels” en “dansende bomen”. Nee, hij lijkt alles te zien. Van de bladeren, tot de steiger, tot het web dat de spin van de ene naar de andere tak heeft gespannen. Zelfs het menselijk zicht wordt niet vergeten: “de spindraad die je iris raakt”.
Door deze alziende blik staat elk gedicht open voor verschillende interpretaties. Ieder gedicht weet een beeld op de roepen bij de lezer die niet alleen puur persoonlijk, maar ook uitsluitend van de lezer is. Toen ik Hout las werd ik meegenomen naar herinneringen van mijn favoriete vakantiebestemming. Ik vind het uitzonderlijk als poëzie dit bij de lezer kan bereiken. Precies dit is waarom Hout zo’n diepe, verassende indruk heeft achtergelaten. Lindner laat namelijk zien hoe levend poëzie kan zijn wanneer je de juiste details weet op te merken.