Lezersrecensie
De zwarte obelisk - verhaal van een verlate jeugd
Het is 1923. Duitsland wordt geplaagd door een gierende inflatie. De 25-jarige Ludwig Bodmer probeert als oud-frontsoldaat terug te keren in de maatschappij. Na een korte carriere als leraar op een dorpsschool, gaat Ludwig aan de slag bij een vriend die grafstenen verkoopt. Hij heeft dichterlijke aspiraties. Ook schnabbelt hij bij als organist in een psychiatrische kliniek. Hier leert hij de mooie, maar schizofrene Genevieve Terhoven kennen waarmee hij diepzinnige gesprekken voert. Zijn verliefdheid leidt na haar genezing tot een deceptie als ze hem niet meer blijkt te kennen. Een affaire met een danseres loopt ook op niets uit. Met zijn oud-frontkameraden probeert hij zijn verloren jeugd in te halen door zich over te geven aan drank en plezier. De burgerlijke waarden hebben voor hem afgedaan. De onverkoopbare zwarte obelisk, uit de ttel, verkoopt hij aan het eind van het boek aan een bordeelhoudster. Zelf vertrekt hij naar Berlijn. Als hij na de oorlog even terugkeert blijken veel van zijn oud-vrienden vermoord of gesneuveld. Enkele opportunisten maakten carriere bij de nationaal-socialisten en zitten nog steeds op hun post.
In deze rijke roman uit 1956 vol levendige randiguren herbeleeft Remarque een deel van zijn eigen jeugd in Osnabruck . Hij was leraar, werkte in een psychiatrische kliniek, werkte bij een bedrijf dat grafstenen verkocht en had aspiraties als dichter. Zo rusteloos als de hoofdpersoon uit deze roman was Remarque ook.
Zijn stijl is niet opzienbarend, maar hij weet wel de tijd goed neer te zetten. Een tijd die nu al meer dan een eeuw achter ons ligt.