Hebban vandaag

Interview /

Peter Nijssen | De virtuoos en het onvoltooide

door Edwinfagel 2 reacties
Al sinds 1995 is Peter Nijssen hoofdredacteur bij uitgeverij De Arbeiderspers. Hij is een van de 'ontdekkers' van het talent van Ilja Leonard Pfeijffer, en net als vrijwel alle andere uitgaven van Pfeijffer begeleidde hij het schrijfproces van het Boekenweekgeschenk 'Monterosso mon amour'. Eerder dit jaar debuteerde hij zelf met 'De onvoltooide', een filosofische roman die speelt in het coronatijdperk.

Door Edwin Fagel

Monterosso mon amour

Ilja Leonard Pfeijffer

Carmen, een kinderloze vrouw van iets meer dan middelbare leeftijd, weet dat zo net nog niet. Ze besluit een sprong in het diepe van haar verleden te wagen. Niets wat haar daartoe dwingt. Ze is de welgestelde echtgenote van een ex-diplomaat, drinkt zonder wroeging haar middagsherry en is als literatuurliefhebster ('ze voelt zich oud want ze houdt van lezen') zeer actief in de plaatselijke openbare bibliotheek.

Opspelende herinneringen aan haar eerste vakantie aan de Middellandse zee met haar ouders in Monterosso (Cinque Terre), waar ze onder water haar eerste zoen kreeg, brengen haar ertoe in haar eentje het vliegtuig naar Italië te nemen voor een korte voorjaarsvakantie. Antonio heette hij. Wie weet komt ze die na al die jaren nog eens tegen.

Wat nog niemand weet – behalve de verteller van dit verhaal – is dat ze door onvoorziene omstandigheden veel langer in Monterosso zal moeten blijven dan de bedoeling was. Aan de impasse die dit veroorzaakt, komt een einde wanneer ze op een middag kennismaakt met een jongetje uit het dorp.

De vriendschappelijke verhouding die uit de relatie auteur-redacteur is gegroeid, gaat nog verder dan dat. Pfeijffer noemt zijn redacteur zelfs 'één van de belangrijkste mensen uit mijn leven'. Al sinds het debuut, de dichtbundel Van de vierkante man (1998), fungeert Peter Nijssen voor alle publicaties van Ilja Leonard Pfeijffer als verantwoordelijk redacteur. Dat klinkt intensiever dan het volgens Nijssen is: 'Aan de manuscripten hoef ik telkens niet zo heel veel meer te doen: zijn teksten hebben in eerste versie al een hoge perfectiegraad, ze hebben niet heel veel redactie nodig.'

We spreken elkaar in de vergaderruimte van Singel Uitgevers aan de Weteringschans in Amsterdam. Hoewel Nijssen de zestig inmiddels is gepasseerd, is zijn voorkomen uitgesproken jongensachtig. Zodra het onderwerp op zijn auteurs komt, is zijn enthousiasme bijna tastbaar. De lovende opmerking van Pfeijffer over zijn redacteur raakt hem: 'Ja, maar we werken dan ook al een hele tijd samen.'

Vriendschap op neutraal terrein

Pfeijffers talent bleek al direct bij de eerste kennismaking. In het nawoord bij de bloemlezing Van de eerste tot de laatste liefde beschrijft Nijssen hoe Gert Jan de Vries, destijds redacteur van literair tijdschrift Maatstaf, hem wees op een inzending van Pfeijffer. Dat tiental poëticale, politieke, lyrische gedichten, dat bovendien vormtechnisch heel knap was, was aanleiding hem op de uitgeverij uit te nodigen.

'Tegenwoordig is het bijna een open deur als je hem een van de grootste, nog levende Nederlandstalige auteurs noemt.'

'Ook toen al was Pfeijffer een opvallende verschijning met zijn lange haar, zijn baard, zijn brilletje en de gepunte, Mexicaanse laarzen,' vertelt Nijssen. 'Ik herinner me dat hij extreem verlegen was. En dat ik direct onder de indruk was van zijn talent. Want het bleek tijdens die eerste kennismaking al snel dat hij nog veel méér sterke gedichten had. Uiteindelijk is dat zijn debuut Van de vierkante man geworden: een dichtbundel die al direct breed de aandacht trok. De rest is geschiedenis, zou ik bijna zeggen. Hij wist de aandacht met zijn polemische talent, maar vooral door de constant hoge kwaliteit van zijn werk, vast te houden. Ilja Pfeijffer is zo’n zeldzame auteur die het allemáál heel goed kan: proza, poëzie, essayistiek, toneel… Daarnaast heeft hij een groot polemisch talent en een bijzondere performance op het podium. Tegenwoordig is het bijna een open deur als je hem een van de grootste, nog levende Nederlandstalige auteurs noemt.'

Een opvallend aspect aan de vriendschap tussen Nijssen en Pfeijffer is dat ze elkaar altijd op 'neutraal' terrein ontmoeten. 'Ik ben zelfs nooit in zijn huis in Leiden geweest,' zegt Nijssen. 'We zien elkaar voornamelijk in cafés en restaurants en dat is ook eigenlijk wel zo gezellig. Dan praten we over van alles, maar vooral politiek, sport, de literatuur en het literaire wereldje. Overigens voeren we die gesprekken tegenwoordig zonder alcohol. Dat is een beetje jammer, maar het is wel beter zo. Er is een tijd geweest waarin ik me grote zorgen maakte over Ilja’s drankgebruik en ik ben blij dat hij die periode achter zich heeft gelaten.'

Het schrijven van het Boekenweekgeschenk was voor Pfeijffer, naar eigen zeggen, een bijzonder grote eer. Dat is volgens Nijssen aan het werk af te zien. 'Het bevat alle aspecten die het oeuvre zo bijzonder maken. Opnieuw is het virtuoos geschreven. Het verhaal speelt in de Cinque Terre (bij Genua) en roert alle Pfeijfferiaanse thema’s aan: politiek, literatuur, Italië en natuurlijk de liefde. Het Boekenweekthema is Pfeijffer op het lijf geschreven. Daarnaast heeft het boek veel humor en zelfironie. Ik vind het kortom een erg mooie staalkaart van zijn kunnen.'

Wat af is, is niet gemaakt

De onvoltooide

Peter Nijssen

Radioverslaggever Bern komt tijdelijk zonder gezin en werk te zitten. Deze situatie grijpt hij aan om iets te doen dat hij allang wilde: een essay schrijven over de vraag waarom zoveel moderne kunstwerken onvoltooid zijn gebleven. Zijn eenzame dagen bestrijdt hij voorts met het maken van lange wandelingen en fietstochten in de eigen omgeving. Op een daarvan ontmoet hij een man die hem zijn even fascinerende als dramatische levensverhaal begint te vertellen. Maar wie is hij eigenlijk? Bij diverse ontmoetingen raken hun meanderende gesprekken alle facetten van het leven: liefde en dood, werk en drijfveren – en de vraag wanneer je kunt spreken van een gelukt leven.

Zelf publiceerde Nijssen eerder dit jaar een proeve van zijn eigen kunnen: hij debuteerde bij uitgeverij De Geus met zijn roman De onvoltooide. Heeft hij misschien de kunst bij Pfeijffer afgekeken? 'Nee, zo simpel ligt het niet,' zegt hij. 'Natuurlijk word je beïnvloed door bewonderde schrijvers en als redacteur leer je ook veel van andermans schrijfproces. Maar ik schrijf al decennialang en ik denk dat ik al die jaren consistent een eigen stijl heb gehanteerd.'

'Feitelijk is De onvoltooide een "tussendoortje", een onderbreking van het grote project De grote bocht, waar ik al heel lang aan werk: een mengeling van fictie, reisverhaal, autobiografie en essay aan de hand van een reconstructie van de Tour de France 1970. Toen we in maart 2020 voor het eerst in lockdown gingen, had ik het eigenlijk nog heel druk met mijn werk voor de uitgeverij: we waren bezig met de najaarsaanbieding. In die periode ontstond het idee voor De onvoltooide. Die zomer had ik acht weken vrij en ik dacht: "Ik kan nu doorwerken aan De grote bocht, dan kom ik daar wel een stuk verder in, maar ik zal het niet af krijgen. En als ik dit idee niet uitwerk, is het na de zomer verdampt." Uiteindelijk heb ik de roman in die acht weken geschreven, een week per hoofdstuk.'

'De onvoltooide handelt over een ontmoeting tussen twee mannen, en de gesprekken die ze voeren, in het decor van de coronacrisis. Ik had een spanningsboog in mijn hoofd, maar ik heb me tijdens het schrijven wel laten verrassen door sommige wendingen die ik niet had voorzien. Ik ben in mijn werkende leven natuurlijk bij heel veel publicaties betrokken geweest, en die waren allemaal mooi en bijzonder. Maar het is toch wel extra bijzonder en spannend om je eigen roman te publiceren.'

'Dat spanningsveld tussen werkelijkheid en fantasie maakt het mooi.'

'Het is geen autobiografische roman, maar ik blijf in De onvoltooide wel redelijk dicht bij de werkelijkheid,' vervolgt Nijssen. 'De hoofdpersoon lijkt bijvoorbeeld veel op mij: hij houdt van sporten en hij is op een vergelijkbare manier alleen thuis tijdens de lockdown: ik laat hem mijn mappen met documentatie en aantekeningen over het onvoltooide doorpluizen. Natuurlijk ben ik in werkelijkheid niet tijdens het fietsen een eigenzinnige en erudiete man als Wijnand Veldert tegengekomen, precies daar wordt het interessant. Dat spanningsveld tussen werkelijkheid en fantasie maakt het mooi.'

De fascinatie met het onvoltooide is voor Nijssen begonnen tijdens zijn studie Nederlands in Utrecht, meer precies: zijn kennismaking met de onvoltooid gebleven romancyclus 'De onzekeren' van schrijver E. du Perron (1899-1940). Hij studeerde erop af. De roman Schandaal in Holland (1939) is het enige deel van 'De onzekeren' dat is afgerond, van het vervolg bestaan alleen aantekeningen, schema’s en een aantal hoofdstukken. 'Die onafgerondheid fascineert me,' zegt Nijssen. 'De romancyclus van Du Perron is maar één voorbeeld. Het is niet voor niets het centrale thema van de gesprekken met Wijnand Veldert. Mijn personages komen in het boek tot de voorlopige conclusie dat wat af is, niet is gemaakt.'

Hopelijk is De onvoltooide dan zelf niet af! 'Nou ja, het boek is wel kláár,' reageert Nijssen. 'Maar het oeuvre natuurlijk niet, ik heb veel ideeën voor volgende romans. En de in het boek beschreven vriendschap blijft in zekere zin "onvoltooid". Het ligt eigenlijk meer voor de hand dat De grote bocht onvoltooid zal blijven, gezien de omvang van het project en het tempo waarin het vordert. Maar dat maakt me niet uit, dat is juist de schoonheid ervan. In De onvoltooide citeer ik Montaigne, die eens schreef: "Ik wil dat de dood mij aantreft terwijl ik mijn kool plant, en dat ik mij niet druk om hem maak en nog minder om de tuin die niet afgemaakt is."'

Auteursafbeelding: © Keke Keukelaar via Singel Uitgeverijen



Over de auteur

Edwinfagel

0 volgers
9 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Peter Nijssen | De virtuoos en het onvoltooide

 

Gerelateerd

Over

Peter Nijssen

Peter Nijssen

Peter Nijssen (Helden, 1961) was als publicist en (literair) journalist verbond...


Gesponsorde boeken